×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Ik wilde weten hoe de toekomst van werk er anno 2018 uitziet

 

Ik wilde weten hoe de toekomst van werk er anno 2018 uitziet

TF
Tim Fraanje

15 november, 2018, 13:55

Op het hoogdravende symposium The Future of Work woonde ik futuristische lezingen bij en kwam ik om in de popiejopiefilosofie.

The School of Life is een instituut dat zeer succesvol boeken en lezingen vol popiejopiefilosofie verkoopt. Elk jaar organiseren ze een symposium over de toekomst van werk, in een vol Delamar Theater in Amsterdam. Voor een kleine 500 euro kun je als bedrijf je managers hiernaartoe sturen zodat je een dagje rust hebt op kantoor, en ondernemers kunnen erheen gaan als ze nog een aftrekpost nodig hebben. De sprekende filosofen hebben een keer een goede schnabbel, iedereen blij. Dat is de deal, en men hoopt dan natuurlijk ook over en weer geïnspireerd te raken. Toch vraag ik me af: heeft het wel zin om elk jaar weer nieuwe vergezichten te schilderen over werk? Ik ging afgelopen vrijdag naar het symposium om te kijken welke nieuwe inzichten ze hebben gekregen sinds vorig jaar.

Destijds woonde mijn collega Henk Bovekerk het evenement bij. De profetische waarde van het symposium viel hem tegen: Alain de Botton zei dat iedereen een beetje gek is, en dat we dat moeten accepteren, en verder ging het vooral over hoe je persoonlijke voldoening uit je werk haalt. Het lijkt alsof de School of Life Henks stuk goed heeft gelezen, want dit jaar zijn ze een stuk ambitieuzer. Het gaat over hoe je via je werk de wereld kunt verbeteren. Er wordt gezocht naar “een nieuwe definitie van succes”, een niet-kapitalistische definitie.

Het panel van ‘changemakers’, met links Mark Woerde. Alle foto’s via The School of Life

Changemakers
“Als je nog één jaar te leven had, wat zou je dan doen?” vraagt de interviewer aan reclamegoeroe Mark Woerde, tijdens het voorstelrondje van een paneldiscussie voor changemakers, wereldverbeteraars. “Huilen”, is zijn eerste, begrijpelijke reactie.

Het is wel een beetje een mager antwoord, voor iemand die het boek How Advertising Will Heal the World and Your Business schreef, maar nadat Mark even heeft nagedacht komt hij ook nog met een paar andere dingen: “Ik zou ook veel tijd met familie en vrienden spenderen, religies samenbrengen, en als dat klaar is wil ik graag wat doen aan klimaatverandering.” Oké, er wordt hoog ingezet vandaag. Als dat allemaal lukt ziet de toekomst van werk er volgend jaar inderdaad totaal anders uit.

Mark leerde een truc van de Dalai Lama om je niet te laten intimideren door de grote wereldproblemen, vertelt hij: “Elke ochtend sla je de krant open, je kiest een probleem en zet de eierwekker op tien minuten. Als de wekker gaat moet je een oplossing bedacht hebben.” Verder in het panel: mensen van Danone, Tony Chocolonely en de Volksbank vertellen hoe zij met hun bedrijven de wereld duurzamer maken. Ze hadden wel wat van de toegangsprijs af kunnen halen, want waarom zou je 500 euro betalen om naar deze reclame te kijken? Maar volgens Mark Woerde moet je niet zo moeilijk doen over zogeheten “greenwashing”, want dat is een mooie eerste stap naar echte verandering. Gelukkig maar.

Minder werken, joehoe
De paneldiscussie is niet de eerste gebeurtenis van de dag. Anna Coote, hoofd van de New Economics Foundation, trapte vanochtend af met een betoog over de 21-urige werkweek. Volgens haar is minder werken het medicijn tegen werkstress en onze steeds maar groeiende consumptiedrang. Een allemansvriend van een plan, want wie wil dat nou niet? De platinablonde vrouw die achter mij zit, zo te horen: ze mompelt iets over de PvdA, dat ik niet precies kan verstaan, maar de toon is onmiskenbaar schamper. Waarschijnlijk is zij iemand van HR die ineens in de helft van de tijd al die 21-urige werkweken moet gaan faciliteren.

Na Anna Coote komt de Italiaans-Amerikaanse econoom Mariana Mazzucato spreken over makers en takers in de economie, en hoe er door de eeuwen heen is gekeken naar de economie. Ze stelt dat de financiële wereld overgewaardeerd wordt ten opzichte van de ‘reële economie’ van boeren en arbeiders, die echte producten leveren. Niet een heel sexy onderwerp, maar Mariana brengt het enthousiast. Een scholier die een van haar praatjes aanhoorde had daarom eens aan haar gevraagd of ze toevallig aan de drugs was, zegt ze. Ook bij de aanwezige professionals roept haar pleidooi vragen op: “Leuk hoor, de geschiedenis van de economie,” vang ik op in de pauze, “maar wat zegt dit over werk?” Mensen willen praktische handvatten.

Absurdisme en practivisme
Daarna dus die weinig praktische paneldiscussie en de lunch: broodjes kaas en een salade van quinoa of een vergelijkbaar trendgraan. De lezing van Eva Rovers die daarop volgt gaat wel over “practivisme”, aan de hand van Albert Camus. Ik las eens een boek van hem, De Mythe van Sisiphus, waarin hij stelt dat “wel of geen zelfmoord plegen” de enige relevante levensvraag is. Deze ochtend was zo’n lange, taaie zit dat de vraag een aantal keer spontaan door mijn hoofd spookte, dus ik hoop dat Eva me kan troosten met Camus’ absurdisme: accepteren dat het leven inderdaad zinloos is, maar proberen om een roeping te vinden waar je jezelf in kan verliezen.

Eva skipt de zelfmoordvraag, daar wil je nietsvermoedende professionals natuurlijk niet mee lastigvallen, zo direct na de lunch. Ze gaat meteen door naar de latere Camus, die in de jaren vijftig uitwerkte hoe je een goede rebel kan zijn. De rebel was, naast de casanova en de artiest, één van de archetypen van de “absurde held”, iemand die de zinloosheid kent, accepteert en toch doorgaat. Camus werkte in de jaren vijftig een theorie uit van hoe je er één moet zijn (heb ik niet gelezen) als reactie op het klakkeloze communisme van zijn intellectuele linkse generatiegenoten.

Eva bekritiseert daarna Francis Fukuyama, die na de val van de Berlijnse muur stelde dat het tijdperk van de ideologieën, zoals het communisme waartegen Camus ageerde, voorbij is, en dat er nu alleen nog maar kapitalisme is. Maar volgens haar is ook dat een ideologie, waar we met zijn allen best wel eens wat meer tegen mogen opstaan. En als eenling kun je prima wat doen, om bijvoorbeeld meer inclusiviteit of een beter milieubeleid af te dwingen bij je baas. Eva’s “practivisme” (ze schreef er een boek over) werkt als volgt: zoek uit wat je eigen waarden zijn, verzamel bondgenoten en werk samen aan positieve verandering. Klinkt heerlijk, maar hoe doe je dat?

Deze mensen vinden werk en filosofie grappig, rechts Menno de Bree.

Alle levenslust die ik heb opgedaan bij Eva Rovers wordt weer de grond in geboord door de volgende workshop. Business-filosoof Menno de Bree vertelt over de waarde van pessimisme aan de hand van Schopenhauer, net als laatst op Brainwash-festival. Hij ligt blijkbaar goed in de markt. Zijn verhaal is dan ook onderhoudend, het komt neer op: gewoon niet te veel van het leven verwachten. Toch voelt het confronterend als hij een inktzwart toekomstscenario presenteert, dat voor mij over zo’n twee maanden gaat beginnen. “Bijna iedereen wordt vanaf zijn 28ste steeds pessimistischer. Twintigers zijn fris, ze willen dingen aanpakken en hebben ideeën. Als je veertig bent, en je ziet voor de zoveelste keer zo’n jong lammetje binnenkomen bij je werk, denk je: daar heb je er weer zo een, er verandert toch nooit iets.” Menno (1974) doet er wel erg lacherig over, maar hij zit dan ook aan de morfine tegen zijn hernia.

Elk ongelukkig mens is een business-opportunity
Daarna komt het hoofd van Alain de Botton himself ons nog even toespreken. Hij videobelt in vanuit Londen, waardoor het lijkt alsof hij vanuit de toekomst spreekt. Dat komt ook door zijn uitvergrote, futuristisch kale verschijning. De toekomst van werk is volgens hem nog best wel hetzelfde als vorig jaar, omdat iedereen nog steeds een beetje gek is. Hij schetst ook een hoopvol scenario over de grote tech-bedrijven: die handelen in menselijke connecties, in plaats van in spullen, en hebben daarmee potentie om mensen écht gelukkig te maken. “En elk ongelukkig mens is een business-opportunity!” zegt hij, waarmee hij eigenlijk ook de hele filosofie achter de School of Life uit de doeken doet.

Het hoofd van Alain de Botton komt even hoi zeggen.

De uitsmijter van het symposium is professor Christiaan Felber, die een soort keurmerk heeft opgezet om bedrijven te helpen iets anders na te streven dan alleen maar winst. Via enquêtes en democratie wordt gepolst wat de maatschappij dan wél belangrijk vindt, en dat leidt tot een advies dat de deelnemende bedrijven verplicht tot actie. Een leuk idee. Wat ik me van zijn betoog vooral herinner is dat hij een atletische handstand deed en ondersteboven zei: “Dit is het kapitalisme: je kunt het wel even volhouden, maar echt comfortabel is het niet.”

“Ik vind Trump een topgozer”
Ondanks deze sympathieke metafoor heeft hij niet iedereen kunnen overtuigen. “Die laatste gast vond ik een beetje eng,” zegt een jongen tegen me bij de aan- en tevens afsluitende borrel. Hij heeft een ronde Geerten Waling-bril op, een colbertje, en een kapsel dat ik zou omschrijven als Alain de Botton meets Pim Fortuyn. Ik geef hem gelijk (over de engheid, niet per se over zijn kapsel), want hoewel ik het inhoudelijk wel eens ben met professor Felber, koester ik een algemeen wantrouwen tegen dit soort moralisten. Mijn borrelgenoot en ik hebben dus een raakvlak, en een gesprek volgt. Hij werkt bij de School of Life, als contentschrijver voor de website. We zijn dus ook nog vakbroeders. Toch gaat het gesprek een steeds grimmigere kant op.

“Jij werkt voor VICE. Vind jij niet dat de media te links zijn en onzin verspreiden?” Ik zet mijn postmoderne visie op waarheid uiteen en beken dat libertijnse linksigheid goed werkt voor mij. “Wat vind je dan bijvoorbeeld van Trump?” vraagt hij. Ik voel een totaal vruchteloze pro- en anti-Trump-discussie aankomen, en probeer dat te voorkomen door te zeggen dat Trump in ieder geval beter is dan Bush, omdat hij nog geen gewelddadige oorlog is begonnen. “Ik vind Trump een topgozer!” zegt de School of Life-medewerker provocatief. O jeee.

Ik probeer erachter te komen op grond van welk beleid dan precies, maar al snel hebben we het toch weer over Trumps meest recente mediarel. “Zeg, is er bij de School of Life eigenlijk wel ruimte voor dit soort meningen?” vraag ik aan de Trump-aanhanger, aangezien de Amerikaanse president in de lezingen vaak voorbij is gekomen als een negatief voorbeeld. “Nou ja, niet bij de School of Life als organisatie,” zegt hij, “maar ik kan er gelukkig wel over praten met sommige mensen die hier werken. Het is vandaag trouwens ook mijn laatste werkdag.”

Dat zijn politieke opinie niet zo lekker valt is niet de enige reden dat hij weggaat, maar wel één van de redenen. “Ik heb weleens wat dingen gezegd,” zegt hij. Wat precies is niet duidelijk, maar de Trump-aanhanger heeft zijn waarden gevonden en medestanders gezocht, en al is zijn organisatie niet veranderd, een echte absurde held is hij dus wel. Of het zijn eigen beslissing is dat hij weggaat, daar kom ik niet achter.

Een warm gevoel van betekenis
Christiaan Felber gaat ervan uit dat iedereen grofweg dezelfde richting op wil, naar een socialer en duurzamer systeem. Ook Eva Rovers schetste een prachtig visioen van arbeiders aller landen die samen het mainstream-kapitalisme van binnenuit proberen te verbeteren. Maar is het wel zo dat alle ideologieën behalve het kapitalisme dood zijn? Willen we wel allemaal hetzelfde? Dat ik op deze casual netwerkborrel meteen in een Trump-discussie terechtkom, voorspelt niet veel goeds voor activisme op de werkvloer.

Gaat het wel werken als iedereen zich straks vastbijt in zijn eigen waarden en waarheid, wanhopig op zoek naar zingeving? Als discussies op werk gevoerd worden volgens de ingesleten regels van de commentsecties en Twitter, gaan er dan niet, net als op internet, allemaal onverenigbare blokken ontstaan? Een tafel in de kantine voor de salonsocialisten, een tafel voor de klimaatontkenners, een tafel voor intersectioneel feministen, een tafel voor nieuwrechtse extremisten, voor gefrustreerde incels, een tafel voor soennieten, één voor sjiieten en een heleboel kleine tafeltjes voor alle schakeringen biblebelt-christenen. De rest van de dag staat iedereen te dringen voor de boardroom om hun waarden een plek te geven in de organisatie.

Een voordeel van het kapitalisme was altijd juist dat iedereen dezelfde lege en meetbare waarden (poen en winst) nastreefde. Soms moet je samenwerken met mensen waar je het ideologisch niet mee eens bent, om allebei rijker te worden. Dat kan mooie dingen opleveren: revolutionaire producten, nieuwe ideeën en onwaarschijnlijke vriendschappen. Werkplekken zonder discriminatie, waar iedereen lekker zijn eigen gekke zelf kan zijn en een oké salaris vangt – dat is nog niet gelukt, maar het klinkt best haalbaar. Het milieu zoveel mogelijk sparen is ook geen slecht idee. Maar ik betwijfel of je dat bereikt door jezelf een rebel te voelen die haar/zijn eigen waarden nastreeft.

Werk is ook maar werk. Moet je filosofie, zingeving en politiek niet gewoon lekker thuis laten en nuchter nadenken? Ik voel bijvoorbeeld niets bij “het stapje voor stapje redden van de planeet”. Het geeft me nul voldoening. Maar ik snap rationeel wel dat het handig is om dat toch te proberen. Daarvoor moet ik mijn eigen waarden, zoals hedonisme, vrije expressie en escapisme, juist opzij zetten. Geen rietje meer in de vrijmibo-cocktails, is dat rebellie tegen het kapitalistische systeem of overlevingsdrang? Ik hoop (nog wel, gelukkig ben ik nog net geen 28) dat het School of Life-symposium volgend jaar vol zit met concrete tips om een pragmatische en resultaatgerichte discussie te voeren. Of moet ik dan dat boek over practivisme kopen?

“Ik ga even helpen opruimen, leuk om met je gepraat te hebben,” zegt de Trump-aanhanger gemoedelijk als de zaal gaat sluiten. Misschien wilde hij gewoon even zijn mening bij me kwijt. Prima hoor, mag. Ik zeg hem gedag en loop tussen de vegende schoonmakers door naar buiten. De School of Life verkocht dit jaar vooral grote woorden en een warm gevoel van betekenis, dat buiten door de motregen meteen weer van me afspoelt. Hoe de toekomst van werk eruit gaat zien, weet ik ook nog steeds niet echt. Misschien komt dat volgend jaar.

Logo

Logo