×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Wat ik vorige week allemaal leerde op het Brainwash festival

Vice channels
 

Wat ik vorige week allemaal leerde op het Brainwash festival

JT
Jan van Tienen

2 november, 2018, 12:20

Ik zocht naar antwoorden op de grote vragen van nu en vroeg me ook af hoe zinvol zo’n festival eigenlijk is.

Afgelopen zaterdag vond het Brainwash-festival plaats in Amsterdam. Verspreid over verschillende locaties in het centrum – rondom de Brakke Grond, het Compagnietheater, de Waalse en Zuiderkerk – spraken tientallen denkers, schrijvers, dichters, journalisten en filosofen over wat hen bezighoudt, in de vorm van populair-filosofische lezingen, discussies en interviews. Veel van die praatjes gingen over de wereld verbeteren, over het einde van de wereld en hoe je daarmee omgaat, maar ook over vernieuwing van de economie en wat de literatuur kan doen om de pijn te verzachten.

De festivalorganisatie wilde verhalen aan de man brengen die “verheldering bieden in tijden van verwarring en verwarring scheppen waar alles helder lijkt”, aldus het programmaboekje. Ik vind het zelf zeer verwarrende tijden. Hoe moet je als mens leven in tijden van oprukkend fascisme? Moet je eindeloos fun hebben? Influencer proberen te worden? Al de money proberen te pakken? Of toch maar ‘goed’ leven? En indien het laatste, wat is dat dan?

Dat zijn ‘grote vragen’, maar die moet je als mens durven stellen. Ik ging op zoek naar antwoorden en nieuwe inzichten op Brainwash. Tegelijkertijd vroeg ik me af of ik daarvoor wel bij een festival moet zijn, en niet net zo thuis een boek kan lezen of een documentaire kan bekijken. Is dat niet efficiënter dan in een bedompt zaaltje elkaars adem inademen? Dit is wat ik zo’n beetje opstak op Brainwash, ‘hét denkfestival van vandaag.’


We leven in een wereld van overvloed, dus heb vooral geen fomo

Karim Benammar spreekt een volle Waalse Kerk toe

De eerste spreker die ik bezoek is Karim Benammar. Deze filosoof vertelt dat je het leven niet moet zien als een serie beslissingen vanuit schaarste, maar juist vanuit het idee dat we in gigantische overvloed leven. “We houden onszelf gevangen met fomo en met het idee dat er maar één juiste, beste keuze is,” vertelt hij aan een volle Waalse Kerk. “En dat terwijl we juist leven in een tijd waarin je met vrij weinig moeite een keuze kan maken die in de top 10 procent van goede beslissingen valt. We leven in een tijd waarin we sommeliers hebben, die ons kunnen adviseren over welke wijn we moeten nemen. Als je dan vervolgens wit of rood kiest, ben je prima top in orde.” Daar had ik antwoord op de vraag of ik niet beter thuis een boek kon lezen – dat bleek volledig de verkeerde vraag te zijn.

Ik keek om me heen, loerde stiekem naar de andere mensen. Een paar van mijn leeftijd, ook wat ouderen nog. Iedereen zat tot het einde intens naar Benammar te luisteren daar in die kerk. Aan een vrouw die na afloop van de lezing terug naar binnen kwam gelopen, vroeg ik wat ze hoopte te vinden op Brainwash. “Uhm, ja gewoon, zingeving”, zei ze. “En mijn paraplu.” Die had ze onder een bankje laten liggen.


We hebben een nieuw ‘groot verhaal’ nodig om uit de crisis te komen

Brainwash is ook: kleine mensen ver weg zien. Die dan best groot blijken te zijn

George Monbiot is columnist voor The Guardian en een soort linkse messias wiens stukken regelmatig honderdduizenden likes krijgen en miljoenen keren worden gedeeld. Monbiot is daarmee tevens de headliner van Brainwash. Monbiot stelt in zijn lezing in de Zuiderkerk dat we na de financiële crisis van 2008 geen nieuw ‘groot verhaal’ hebben verzonnen dat ons in staat stelt veranderingen in politiek en economie voor te stellen. Daardoor zijn we blijven steken bij het neoliberalisme. Als we een nieuw groot verhaal weten te formuleren, een verhaal dat is gebaseerd op duurzaamheid, en onszelf op grote schaal weten te organiseren, ziet de toekomst er volgens Monbiot mooi uit.

Tijdens het kijken naar het kleine mannetje daar ver weg op het podium, een minuscule danser in een zee van achterhoofden, bekruipt me desondanks een euforisch gevoel. Monbiot is een geweldige spreker, een regelrechte volksmenner. Als meer mensen zich bezighouden met big organising, vertelt hij, en als we dus een nieuw groot verhaal kunnen formuleren, dan kunnen we de welvaart wat gelijkmatiger verdelen en het plunderen van de aarde en andere levensvormen indammen. Zijn stem, die versterkt door de kerk dondert, doet iets met je. In mijn geval: me kippenvel geven, en hoop voor de toekomst. (Lees het interview dat Motherboard met Monbiot hield voor de diepte.)


Het belang van lezingen bijwonen is er achteraf met elkaar over praten

Festivalorganisator Ted Tettero voert een goed gesprek

Terwijl ik nadenk over de vraag wat de waarde is van lezingen bijwonen kom ik Brainwash-organisator Ted Tettero tegen. Ted is een aimabele filosoof die zich al jaren bezighoudt met het organiseren van dit festival. Hij wordt om de haverklap gebeld door mensen die iets van hem motten. Ik trek hem heel even aan zijn mouw en vraag wat volgens hem nou de waarde is van dit festival. Moeten we betere mensen worden naar aanleiding van Brainwash? Betere burgers? “Voor mij is het belangrijk dat mensen laagdrempelig met ideeën in aanraking komen,” zegt Tettero, “en vervolgens betere gesprekken met elkaar hebben.” Betere gesprekken? “Ja, dat is al genoeg.”

Met die gedachte in het achterhoofd loop ik de rest van de dag rond. Ik spreek mensen over de kracht van poëzie, en waarom sommige dichters ‘het’ hebben en anderen niet. Ik kom mensen tegen met wie het klikt. We bespreken Jordan Petersons jeugd en de vraag in hoeverre zijn wereldbeeld bepaald is door het feit dat hij vrij beschut in een dorp opgroeide en met zijn jeugdliefje trouwde. We bespreken wat het betekent om echte ambitie te hebben en daadwerkelijk iets goeds voor de wereld te willen doen, en hoe je daar dan zelf ook nog eens van kan profiteren. Je weet nooit of dit helemaal op het conto van het festival is, maar ik denk dat jezelf een dag lang onderdompelen in ideeën van anderen je eigen taal ook versterkt.


Wees een pessimist en probeer minder passie te hebben voor je werk

Menno de Bree houdt een vurig pleidooi voor pessimisme (aan de morfine)

Het ligt misschien wat voor de hand, maar in zaaltjes naar lezingen luisteren levert soms ook zelfhulpadvies op waar je echt iets aan hebt. Menno de Bree bijvoorbeeld, een filosoof die bij Nyenrode en Heineken heeft gewerkt en die als spreker is verbonden aan The School of Life, vertelt een verhaal over de milde kwaadaardigheid van ‘dingen willen’. Met een wandelstok beklimt hij het spreekgestoelte waar hij vertelt dat hij een hernia heeft en derhalve heel veel morfine in het systeem heeft. Gelach. Dan vertelt hij dat hij bij Nyenrode integriteitstrainingen voor bankiers gaf. Nog meer gelach. Het verhaal dat volgt is licht cynisch, maar behoorlijk steekhoudend.

Volgens De Bree is ‘dingen willen’, oftewel ‘echte passie’ voelen voor de dingen die je in je werkzaam leven doet, een slechte zaak. “Bedrijven, werkgevers, je bazen springen daarop in en willen graag dat jij het gevoel hebt dat je je passie volgt”, legt hij uit. En zo wordt er misbruik van je gemaakt. Binnen een marxistisch schema – kapitalisten maken gebruik van de arbeid die het proletariaat verricht – legt De Bree uit dat de kapitalist, ook wel bekend als ‘je baas’, graag ziet dat jij ‘met passie’ je werk doet. Dat is een vorm van optimisme die keihard wordt uitgebuit.

Veel slimmer is het om niet die passie, noch het bijbehorende optimisme over je werk en de wereld aan te houden. Het is beter om een pessimist te zijn. “Dan moet je niks meer, word je weerbaarder en kan je weer eens lachen”, vertelt De Bree. Ikzelf heb best wel last van zulke romantische gevoelens over werk. Ik wil graag dat ik woest enthousiast ben over wat ik doe en met mensen samenwerk die ook mijn vrienden worden. Nu ga ik daar toch langzamerhand iets meer vanaf stappen, denk ik. Winst! Anderzijds: ik werk voor mezelf, dus een beetje blijdschap in mijn schrijverschap zal geen kwaad kunnen. Tweewerf hoezee!


Je kan je tijdens lezingen stiekem iets beter voelen dan anderen

Ik voelde me niet beter dan dit mens, VICE-collega Marjolein de Jong

Kijk, het is allemaal niet fraai om je ten koste van anderen beter te voelen, maar het kapitalisme predikt nou eenmaal dat de wereld gebaat is bij strijd en concurrentie. Je medemensen zijn vanuit dat perspectief je tegenstrevers, vooral op arbeidsmarkt maar daarbuiten zie je ze ook al gauw zo. Dat merk je ook bij lezingen: daar zijn altijd mensen om een beetje op neer te kijken, en dan bedoel ik mensen die zich om onverklaarbare redenen zó senang voelen dat ze het hoogste woord willen voeren. Mensen – laten we eerlijk zijn: vooral mannen – die hun eigen vraag aan de spreker vergezellen van een bulderende lach, mensen die hun vraag inleiden met een essay, waarna ze de vraag zelf zijn vergeten, mensen die er werkelijk geen moer van hebben begrepen.

Mijn maat Henk Bovekerk introduceerde eens het begrip ‘denkschaamte’, het slechte gevoel dat je krijgt als je naar een slimme spreker luistert die jou overstelpt met zijn eruditie, kennis en kwieke denkvermogen en je het betoog niet helemaal kunt volgen. Je kijkt naar iemand op, voelt spijt dat je niet harder gestudeerd hebt, en wil snel naar huis om dikke boeken te gaan lezen. Daartegenover kunnen we echter een begrip als ‘vragernij’ zetten: het licht superieure gevoel dat je krijgt als mensen uit het publiek zich onhebbelijk gedragen en beter hun mond hadden kunnen houden. Dat is tegelijkertijd ongemakkelijk, want eigenlijk wil je niet neerkijken op mensen; je wil van de zijkant tegen ze aankijken, of vanaf de grond naar hun kin – wat bij deze lezing het geval is, omdat de kerk zo vol zit met kennislustige mensen dat velen op de grond zitten.


Na het napraten is het goed drinken en dansen, het is tenslotte een festival

Goede gesprekken gehad met deze mensen, Tweede Kamerlid Zihni Özdil van GroenLinks en filmmaker en Nieuwlinks-oprichter Eddy Terstall

Op het eind van de dag schuif ik aan bij een gezelschap met Tweede Kamerlid Zihni Özdil van GroenLinks en filmmaker en Nieuw Links-oprichter Eddy Terstall. Het gesprek gaat weer over Jordan Peterson, over boeken schrijven en de wereld veranderen. Marx schreef ooit dat mensen, om een goed leven te leiden, ‘s avonds na het eten genoeg tijd zouden moeten hebben om dingen te bekritiseren. Daar dacht ik aan terwijl we met bier en sigaretten en garnalenkroketten de nacht in gingen. De gesprekken waren goed. We luisterden naar elkaar. We dansten.

Alle foto’s door de auteur.

Logo

Logo