×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Een van de laatste schaapherders van Nederland gruwelt van zijn beroep

 

Een van de laatste schaapherders van Nederland gruwelt van zijn beroep

JT
Jan van Tienen

21 november, 2018, 12:11

In de nieuwe documentaire van Ton van Zantvoort volgen we het economische wel en wee (veel meer wee dan wel) van herder Stijn.

Als je de hele dag op een kantoor zit te verpieteren in meetings waar mensen het hebben over KPI’s en spreadsheets, of je je als young creative op een flexkantoor het schompes werkt achter je laptop voor een hongerloontje, lijkt het misschien een droom om schaapherder te zijn. Lekker buiten, geen baas, dat soort dingen. Maar na het zien van de film Sheep Hero, die nu draait op IDFA, denk ik dat de realiteit een stuk minder gezellig is. Maar: is dat de schuld van het beroep, van hoe filmmaker Ton van Zantvoort zijn onderwerp in beeld brengt of van de schaapherder in kwestie?

De film volgt met name het economische wel en wee (veel meer wee dan wel) van herder Stijn en zijn gezin: vrouw Anna, zoontjes Midas en Artuur. De openingsshots zien er schitterend uit: Stijn slaapt in de buitenlucht en wordt wakker in een Nederlands landschap waar je je vingers bij aflikt. Dotjes mist liggen als poedersuiker over een heide, die paars en geel en roze en groenig oplicht van een opkomende zon, keurig vastgelegd met panoramische droneshots die je op zich wel kent, maar die hier mooi gebruikt worden.

“Motherfuckers,” vloekt hij over de mensen die zeggen dat hij een tent voor zijn schapen moet afbreken.

Maar dan: het lelijke. De documentaire presenteert al snel de gruwel van Stijns bestaan, namelijk de moeite die het kost om je hoofd boven water te houden als schaapherder – in het begin van de film wordt duidelijk dat Stijn het jaar ervoor 32.000 euro inkomsten had en 60.000 euro aan kosten – en het gemopper dat daar kennelijk bij hoort.

“Verrekkeling,” bitst Stijn in een Brabants dialect uit de buurt van Tilburg naar zijn hond. “Motherfuckers,” vloekt hij over de mensen die zeggen dat hij een tent voor zijn schapen moet afbreken. Opdracht na opdracht gaat aan Stijn voorbij. Hij en zijn vrouw Anna hebben de afgelopen jaren “70 procent van hun inkomsten” zien slinken (van welk bedrag precies wordt niet duidelijk), vertelt hij in een radioprogramma en aan Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber, die namens de schaapherders een Kamervraag stelt om te zien of hun lasten wat kunnen worden verlicht, want Stijn is niet de enige die sappelt.

Het beroep schaapherder is niet makkelijk, zo maakt de film keer op keer duidelijk. De meeste inkomsten haalt Stijn in eerste instantie uit opdrachtgevers die herders inhuren om stukken natuur op natuurlijke wijze te begrazen. Het probleem is dat ook die klus op mechanische wijze kostenefficiënter kan gebeuren, net als zoveel andere dingen in het moderne leven, waardoor de herder het nakijken heeft.

Stijn loopt met zijn kudde door een Belgisch dorp waar de schapen keutels achterlaten voor een ijssalon, waarna hij een boete krijgt. Hij stalt zijn schapen in de winter bij een andere boer, omdat hij geen eigen stal of schuur heeft. Als je hem dan zo ziet ploeteren om zich financieel staande te houden, vraag je je af waarom hij dit in godsnaam blijft doen. Het problematische is namelijk dat je zelden iets voelt van liefde van Stijn voor zijn vak.

Zowat het enige wat hij zegt over wat hij leuk vindt aan het hoeden van schapen zit aan het begin van de film: “Openheid, rust, ruimte, vrijheid – dingen die ik zelf heb gekozen. Een simpel leven.” Maar dat zijn eigenlijk zulke aspecifieke zaken, die weinig zeggen over waarom hij nou precies in onrendabels als schapenherden met alle macht moet doen. Er zit, zoals het in ieder geval in deze film in beeld is gebracht, iets absurds aan de hele praktijk. Is Stijn niet gewoon krampachtig aan het vasthouden aan een romantisch beeld van iets dat werkelijk geen waarde of plek meer heeft in het moderne bestaan?

Toen ik bij die gedachte was aanbeland, begon de film lichte ergernis op te roepen. Waarom wordt Stijn niet wat meer gevraagd naar hoe hij zich voelt, wat er in hem omgaat? De camera gaat heel vaak close, maar zelden volgt dan een uitspraak die inzicht oproept. De man maakt zich zorgen, dat zien we aan de rimpels, maar waar denkt hij aan? Stijn werkt op zijn beurt zelf ook niet echt mee. Als hij in de grime zit voor een tv-optreden bij Valerio, zegt de vrouw die hem inpoedert: “Nou, een heel ander leven hebben wij.” Stijn haalt diep adem en zegt dan: “Verschil moet er zijn.” Blaas ons weg met je diep menselijke inzicht, herder.

Als [de] droom van je onderwerp niet bezield lijkt te zijn, doe je als filmmaker je onderwerp geen plezier.

Hoe breng je een onderwerp dat in wezen zo poëtisch is zo plat, en eigenlijk ook zo betrekkelijk humorloos? Stijn wordt gefilmd tijdens carnaval in Tilburg. Terwijl hij voor café Cul de Sac staat praat hij in het oor van een man die als cowboy is verkleed. Waarover spreekt hij? De diepere inzichten over de menselijke ziel die hij heeft geleerd in de duizenden uren die hij alleen met zijn dieren op afgelegen natuurgebieden doorbracht? Nee, hij vertelt over zijn bedrijfsvoering en dat de meeste klussen die hij doet – hij verzorgt inmiddels ook barbecues waar schapenvlees te eten is – puur voor de pr zijn, en niet voor de inkomsten.

Filmmaker Van Zantvoort heeft in een interview verteld dat hij in zijn film het beroep schaapherder juist wilde ontdoen van alle romantiek, om zo aan te tonen dat zelfs deze tak van sport onder druk staat van nefaste neoliberale marktwerking. Ook heeft hij gezegd dat hij in Stijn een soort spiegelbeeld van zijn eigen beroep zag: als documentairemaker probeert hij ook zijn dromen na te jagen. Maar als die droom van je onderwerp niet bezield lijkt te zijn, doe je als filmmaker je onderwerp geen plezier, en snijdt je kritiek niet diep.

Het probleem daarmee is dat je dan overblijft met een film waarin je meer dan een uur kijkt naar een zzp’er die zijn werk gewoon niet zo leuk lijkt te vinden en die er aan het einde van de film dan ook mee kapt.

Het Amsterdamse documentairefestival IDFA loopt van 14 tot en met 25 november. Sheep Hero is nog te zien tot en met 25 november.

Beeld via Ton van Zantvoort / NEWTON film

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond dat een van Stijns zoontjes Merlijn heet. Dat is incorrect. Hij heet Midas. 

Logo

Logo