×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Ik promootte gokverslavingen voor 30 euro per uur en beleefde mijn donkerste momenten als schrijver

Vice channels
 

Ik promootte gokverslavingen voor 30 euro per uur en beleefde mijn donkerste momenten als schrijver

TP
Tom Peeters

1 november, 2018, 14:45

"Ging ik geen baanbrekend journalistiek werk verrichten? In plaats daarvan kotste ik stukjes uit waarvan ik hoopte dat niemand ze ooit zou lezen."

Zucht. Ik krabde in mijn baard, vroeg me af of ik dit echt aan het schrijven was. Had die journalistieke opleiding hiertoe geleid? Had ik dan geen eergevoel meer over? Geen journalistieke trots? Blijkbaar niet, en dus schreef ik verder:

Als je om de knikkers speelt, dan krijg je het gevoel dat het erom gaat. Het is buigen of barsten, op leven en dood, zo spannend dat je bloed vlugger door je aders pompt, je hartslag versnelt en je handen verklammen. Het is alsof je op de roetsjbaan zit. En dan: BAM, je wint! Je voelt je de koning te rijk. Het is alsof je net de beslissende goal in de blessuretijd hebt gescoord in de finale van het WK.

Een half jaar lang schreef ik dit soort wervende teksten voor websites die gokken promoten en dus gokverslaving in de hand werkten. Daarvoor kreeg ik 30 euro per uur. Niet slecht, voor iets wat ik vaak tussendoor deed en waarvoor ik mijn hersens slechts minimaal hoefde in te spannen. Toch werd ik niet bepaald gelukkig van dat geld. Ik troostte me met de gedachte dat ik met deze onzin mijn rekeningen betaalde, dat deze krengen van zinnen me die avond eten zouden verschaffen.

Eerder hoefde ik me daar nooit zorgen om maken. Nauwelijks afgestudeerd rolde ik in 2010 via een stage in mijn eerste job, bij een bekend Vlaams magazine. Als zelfstandige behoorde ik tot de kernredactie, het beste van twee werelden: de vrijheid van het freelancen én de zekerheid van een vaste baan. Maar aan dat sprookje kwam een einde toen het magazine door een gebrek aan lezers ten onder ging. Van alle achterstallige salarisbetalingen, zo’n 3000 euro in totaal, zou ik geen cent meer zien. Opeens had ik geld nodig. En snel.

“Voor ik er erg in had, rekruteerde een contentfabriek me voor onbepaalde tijd als tekstschrijver voor de gokindustrie.”

Zo belandde ik op Upwork, een website die opdrachtgevers voor bodemtarieven aan freelancers koppelt. Indische opdrachtgevers willen bijvoorbeeld dat je schrijft over seksspeeltjes of huwelijkslocaties voor een halve cent per woord. Hier zou ik wel een klus gaan vinden, dacht ik.

De Amerikaanse antropoloog David Graeber zou de meeste Upwork-baantjes als “bullshit jobs” catalogiseren. In 1930 voorspelde de econoom John Maynard Keynes dat technologische vooruitgang zou leiden tot een werkweek van vijftien uur. In plaats daarvan, zo stelt Graeber in zijn boek Bullshit Jobs: A Theory, is er een explosieve groei aan kletskoekbanen, “betaald werk dat zo compleet zinloos, onnodig en verderfelijk is dat zelfs de werknemer het bestaan ervan niet kan rechtvaardigen, al voelt die zich toch verplicht om te doen alsof dit niet het geval is.” Graeber citeert onder andere een Nederlandse studie waaruit zou blijken dat 40 procent van de Nederlandse actieve bevolking het nut niet inziet van z’n werk. (Andere studies suggereren dat het probleem minder omvangrijk is dan Graeber het doet voorkomen.)

Let op, Graeber doelt niet op ‘shit jobs’, kutbaantjes die weinig betalen en nog minder aanzien hebben, maar die wél nuttig zijn. De schoonmakers van onze toiletten en de ophalers van ons vuilnis, zeg maar. Hij heeft juist de mensen voor ogen die zich elke ochtend in een maatpak hijsen, maar die hun werk niet aan een vierjarige kunnen uitleggen. “Als verpleegsters of ingenieurs zouden verdwijnen,” schrijft Graeber, “dan zouden de resultaten onmiddellijk en catastrofaal zijn. Een wereld zonder leraren of dokwerkers zou snel in de problemen komen en zelfs eentje zonder sciencefictionschrijvers en skamuzikanten zou een minder mooie plaats zijn. Het is anderzijds niet duidelijk hoe de mensheid zou lijden na een plots verdwijnen van alle CEO’s van participatiemaatschappijen, lobbyisten, deurwaarders of juridische adviseurs.” Vul aan: schrijvers van larie op het internet.

Gelukkig voor mijn bankrekening bleek daar best wel vraag naar. Voor ik er erg in had, rekruteerde een contentfabriek me voor onbepaalde tijd als tekstschrijver voor de gokindustrie. Niet dat ik iets wist van gokken, maar dat maakte niet uit. Ik diende tientallen landingspagina’s bijeen te pennen vanuit het standpunt van een kenner.

“Niemand gaf er een moer om of de informatie wel klopte.”

Om het geloofwaardiger te maken, bedacht ik enkele aliassen. Zoals Frank de Bok, voor wie wiskunde de hoogste vorm van poëzie was en die razendsnel de winstkansen elke pokerhand kon berekenen. Hij gaf me een masker om me achter te verschuilen en creëerde afstand tussen mij en de belazerde lezer. Het moest klinken alsof ik aan de kant stond van ‘mijn’ medegokkers, alsof ik hen een dienst bewees door bijvoorbeeld voor te rekenen in welke casino’s de winstkansen het hoogst lagen. Ik moest hen ook wegwijs maken in bepaalde casinospelen, verschillende betalingsmogelijkheden en hoe ze zich konden registreren. In werkelijkheid zoog ik alles uit mijn duim. Het contentteam gaf me daartoe alle vrijheid.

Het ging helemaal niet om het helpen van gokkers, wel om het verdienen aan gesponsorde doorverwijzingen naar aanmeldpagina’s van online casino’s, vermomd als informatieve pagina’s. Het bedrijfje bokste websites in elkaar die SEO-technisch helemaal in de haak zitten. Search engine optimization is de reden waarom sommige websites bovenaan verschijnen in Google en andere op pagina tien. Mijn pagina’s stonden vol gebakken lucht, maar werden wel vlot gevonden. Niemand gaf er een moer om of de informatie klopte. De aandacht ging enkel naar het trimmen van de SEO.

Mijn chef droeg me op om vertrouwen uit te stralen, om simpele taal te gebruiken en om mensen te doen geloven dat ze op een goudmijn waren gestuit, maar ik had nooit het gevoel dat hij mijn teksten echt las. Ik heb nooit opmerkingen gekregen over inhoud of stijl, wel over inleidingen die te lang waren of blokken tekst die niet vaak genoeg een bepaald woord gebruikten. Zo schreef ik eens dat gokkers met het gewonnen geld “hoeren konden gaan neuken.” Het was allemaal oké, zolang ik de sleutelwoorden voldoende gebruikt had.

Dat gaf mij de mogelijkheid om de boel te saboteren, om stiekem hints te droppen over het hoge doorgestoken-kaart-gehalte. Ik probeerde duidelijk te maken dat er meer verliezers dan winnaars waren in de gokwereld. En dat je beter niet gokte met geld dat je niet kon missen. Niet dat ik echt geloofde dat het veel verschil maakte, maar mijn geweten was op die manier toch wat gesust. En als ik die teksten niet schreef, zo hield ik mezelf voor, dan deed iemand anders het wel.

“Soms werd het me echt te veel en had ik zin om te schreeuwen of dingen kapot te maken.”

In zijn boek definieert Graeber vijf soorten bullshit jobs. De mijne valt onder de goons, de pestkoppen. Volgens Graeber vinden de meeste goons hun baan verwerpelijk omdat ze die zien als manipulatief en agressief. Oplichterij is het juiste woord niet, want oplichters zijn vaak romantische figuren, zo meent Graeber. Gedwongen worden om anderen op lichten is iets anders. Zit je dan uiteindelijk niet in dezelfde situatie als de persoon die je oplicht? Je bent beiden gemanipuleerd. Maar, zo stelt Graeber, “in jouw geval is er de bijkomende vernedering dat je het vertrouwen beschaamt van degene aan wiens kant je zou moeten staan. (…) Er zijn weinig dingen minder prettig dan gedwongen worden om anderen te overtuigen dingen te doen die hun gezond verstand tarten.”

Geen wonder dat de morele schade die bullshit jobs aanrichten onnoemelijk groot is. Een litteken op “onze collectieve ziel”, noemt Graeber het. “Bullshit jobs veroorzaken gevoelens van hopeloosheid, depressie en zelfhaat. Het zijn vormen van spiritueel geweld gericht op de essentie van het mens-zijn.” Ik ontsnapte er niet aan. Het knaagde. Waar ik vroeger elke avond voldaan m’n computer dichtsloeg, was ik nu een vat vol twijfels. Soms werd het me echt te veel en had ik zin om te schreeuwen of dingen kapot te maken. Meestal kon ik me bedwingen en volstond een wandeling om m’n hoofd leeg te maken.

Er was ook de schaamte, de schaamte om m’n vrienden en anderen te vertellen wat voor werk ik deed. Ging ik geen romans schrijven? Baanbrekend journalistiek werk verrichten? In plaats daarvan kotste ik stukjes uit waarvan ik hoopte dat niemand ze ooit zou lezen. En dat was niet eens het ergste. Tijdens mijn research stuitte ik weleens op ervaringen van gokverslaafden. Dat was telkens slikken. Ik las urenlang – tijd die ik doorrekende aan mijn opdrachtgever – over gebroken gezinnen, over vaders die hun kroost zelfs geen boterham met hagelslag meer konden voorschotelen.

“Ik kon het niet langer voor mezelf verantwoorden. Het was genoeg.”

Persoonlijk kende ik niemand met een gokverslaving, of ik was er in ieder geval niet van op de hoogte. Maar nu leerde ik, via het internet, ‘persoonlijk’ de slachtoffers kennen van dwangmatig gokken, mijn slachtoffers. Ik kon het niet langer voor mezelf verantwoorden. Het was genoeg. Nadat m’n opdrachtgever me betaald had voor m’n laatste stukken, liet ik ‘m weten niet meer beschikbaar te zijn voor nieuwe opdrachten. Waarschijnlijk was dat een boodschap die hij wel vaker hoort, want vragen stelde hij niet.

Gelukkig had ik intussen andere opdrachtgevers gevonden, opdrachtgevers die moreel een heel flatgebouw boven de vorige uit staken (toegegeven, niet moeilijk). Ik kreeg m’n voet tussen de deur op enkele journalistieke redacties en daardoor kon ik m’n account op Upwork opzeggen. Als promotor van casino’s was het mijn taak om duizenden woorden uit te braken in de hoop dat hier en daar een lezer zich aanmeldde. Niemand gaf een moer om m’n teksten, ook niet als ik er hart en ziel instortte. Nu ben ik weer trots op wat ik doe: artikelen schrijven die mensen doen nadenken, lachen of vijf minuten vertier of escapisme bezorgen.

Illustratie door Roel de Witte.

Logo

Logo