×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo In Amsterdam ligt een ongezonde focus op succes, vindt de hoofdredacteur van MUG

Vice channels
 

In Amsterdam ligt een ongezonde focus op succes, vindt de hoofdredacteur van MUG

JT
Jan van Tienen

15 oktober, 2018, 16:29

Wat voor verhalen kom je tegen als je dertig jaar lang voor minima en werklozen schrijft?

Als er één blad is dat op mijn warme sympathie kan rekenen is het MUG Magazine. Als je weleens bij een Amsterdams stadsloket of buurthuis hebt zitten wachten, of in een openbare bibliotheek of een van de vele Amsterdamse theaters, heb je het blad vast weleens gezien. In dit maandblad voor uitkeringsgerechtigden (oplage 32 duizend, verspreid over driehonderd punten in Amsterdam) lees je persoonlijke verhalen van minima, tips om maandelijks rond te komen, advies over regelingen van de gemeente waardoor je aanspraak kunt maken op financiële steun en meer.

Op maandag 15 oktober viert MUG Magazine haar dertigjarig bestaan. Op de site van het blad las ik iets interessants: in de jaren tachtig was het helemaal niet zo gek om een uitkering te hebben, en kleefde er veel minder een stigma aan dan nu. Ik vroeg me af: wat is er de afgelopen dertig jaar nog meer veranderd op het gebied van uitkeringen, minima en leven in Amsterdam als je het niet zo breed hebt? Dat vroeg ik de hoofdredacteur van MUG, Joop Lahaise.

Hoe is MUG ontstaan?
In 1984 verscheen de eerste editie in Den Haag. Het Maandblad voor Uitkeringsgerechtigden, kortweg MUG, was opgericht door werkloze dagbladjournalisten. Ze wilden een gratis blad maken voor mensen die meestal geen krant lazen – onder meer door geldgebrek – en wilden tegelijkertijd schrijven vanuit het perspectief van mensen zonder werk. In de jaren tachtig was er grote werkloosheid in Nederland. Er werd veel geschreven over mensen met een uitkering, maar niet vanuit hun perspectief. Althans, niet door de mainstream media. In 1988 werd de Amsterdamse editie gelanceerd. Dat is de enige editie die nu nog over is.

Hoe zag het eerste Amsterdamse nummer eruit?
In Amsterdam werkten in eerste instantie vooral mensen uit de activistische hoek voor MUG, krakers en zo. Het was echt een blad van en voor de doelgroep ‘extreem uitgesproken links’. Op de cover van het eerste nummer stond een foto van een graffiti-tekst op de muur van een slooppand: “En, lekker gewerkt vandaag?” Dat was een beetje een opgestoken vinger naar de burgerij. In die periode was Amsterdam dan ook een broeinest van activisme. De kraakbeweging was er ook nog heel groot. MUG paste in die traditie. Het leek in het begin enigszins op Bluf!, met zo’n gekke spellingswijze.

Bløf?
Nee, Bluf!, met een uitroepteken. Dat was een anarchistisch tijdschrift. Maar MUG zelf had ook een ruig imago. Een van de oprichters van de Amsterdamse MUG was een veroordeelde bankovervaller, Jan Bosman. Na het uitzitten van zijn straf was hij in de kraakscene beland, wat De Telegraaf natuurlijk geweldig vond. Die kopte gretig dat de kraakbeweging door een bankrover werd geleid.

Jullie schrijven nu al dertig jaar over uitkeringsgerechtigden. Wat is het soort verhaal waar jullie trots op zijn?
We moeten het hebben van de kleinere verhalen uit de stad. Een poos geleden schreven we een verhaal op van een vrouw, die zich van de WW mocht laten omscholen tot docent Nederlands. Voor ze de opleiding kon afmaken kwam haar WW-uitkering ten einde, waarna ze in de bijstand terechtkwam, en ambtenaren daar besloten dat ze haar opleiding niet mocht afmaken. Toen we haar verhaal publiceerden greep de wethouder in, om voor die vrouw op te komen. Inmiddels staat ze voor de klas. Op dit soort verhalen, over mensen die vastlopen in de bureaucratie, komt ook de meeste respons, merken we. We zijn ook trots als we positieve berichten van de lezers krijgen: de minima, de zzp’ers, de studenten, de nuggers.

Nuggers?
Niet-uitkeringsgerechtigden, de mensen die begaan zijn met de andere kant van de samenleving. Van hen horen we soms dat ze het fijn vinden dat we het gevoel geven dat mensen er niet alleen voor staan. Dat ze niet meer eenzaam door de stad hoeven te banjeren. Dat is belangrijk in de steeds meer gesegregeerde stad die Amsterdam is geworden.

Hoe bedoelt u, gesegregeerd?
Nou, Amsterdam heeft lang de politieke ambitie gehad om een gemengde, ongedeelde stad te zijn. Vroeger zorgden woningcorporaties en de gemeente er inderdaad voor dat mensen met verschillende inkomens door elkaar heen woonden. Maar dat is veranderd. Het gebied binnen de ring is amper bewoonbaar als je geen zak geld meebrengt. En hoewel de stad er goed uitziet, heerst er achter de mooi geschilderde voordeur vaak zat bittere armoede. Heel veel mensen hebben moeite met rondkomen, veel kinderen gaan met honger naar school, mensen kampen met enorme schuldenlasten.

Hoe is die verandering tot stand gekomen?
De linkse partijen, en dan met name PvdA, Groenlinks, SP en D66, hebben sinds de jaren negentig het neoliberalisme omarmd. Vaak was het schoorvoetend en onder kritiek, maar het gebeurde wel. In Amsterdam was er de afgelopen decennia een enorme kaalslag op het gebied van volkshuisvesting. Sociale huurwoningen werden massaal geliberaliseerd. Amsterdam heeft zich er onder druk van Den Haag bij neergelegd dat particuliere huisbazen niet meer aan sociale huurders hoeven te verhuren, dus dat is allemaal vrije sector geworden. Vroeger kon je in de Kerkstraat van alles tegenkomen: vuilnismannen, docenten, studenten en natuurlijk de rijkeren.

En nu? Alleen maar yuppen?
Nu zie je inderdaad mensen met veel geld, die flink wat te besteden hebben. En dat is beleid, geen natuurramp, iets wat we maar over ons heen moeten laten komen. Politici vragen tegenwoordig hoe we die woningmarkt vlot kunnen trekken, en het antwoord blijft neerkomen op “Geef maar aan de markt, bemoei je er maar minder mee.” Dat is een politieke keuze. De verkeerde keuze, mijn inziens. Maar dit beleid zet tegelijkertijd alles onder druk. Mensen geven meer geld uit aan huur, komen daardoor eerder in de schulden, kunnen nergens meer terecht. Ik denk dat MUG in die zin nog steeds een belangrijke functie heeft, zodat mensen ‘die erbuiten vallen’ bereikt kunnen worden.

Ik las op jullie site dat het, toen MUG begon, helemaal niet zo erg was om een uitkering te krijgen. Mensen schepten er zelfs genoegen in een uitkering te hebben. Tegenwoordig lijkt dat wel een taboe: als iemand zou durven toegeven dat-ie met plezier een uitkering krijgt, zou die mens – in ieder geval online – zowat gelyncht worden.
Nou, gelyncht, dat vind ik wel heel sterk uitgedrukt. Maar, ja, ik denk dat er iets paradoxaals in zit. De grote media schreven destijds te negatief over mensen met een uitkering, maar ik denk dat er in de samenleving juist een bredere acceptatie was dan tegenwoordig. Je kon best werkloos zijn, een uitkering werd gezien als een recht.

Hoe is dat veranderd?
Tegenwoordig denk ik dat sommige media, zoals de Volkskrant en Trouw veel welwillender over werkloosheid schrijven, maar dat juist maatschappelijk gezien de acceptatie ervan is afgenomen. Ik proef dat vooral in Amsterdam. Dit is door en door een stad waar succes wordt gevierd. Als je maar wilt, dan kan je best geld verdienen, is de mores. Geld ligt op straat, desnoods verhuur je je huis via Airbnb. Voor een deel van de mensen klopt dat verhaal, voor een ander deel niet. Er is minder onderlinge solidariteit.

Hoe komt dat dan, denkt u?
Er ligt een gigantische druk op mensen om te presteren, om het maatschappelijk goed te doen. Het is heel opvallend dat de ggz-statistieken een grote stijging van burn-outs en andere depressieve klachten tonen. Er zit een raar gen in de bevolking. Worden we gek, of is er iets anders aan de hand? Hoe het ook zij: in dat plaatje van ‘scoren en succes’ past niet dat je thuis zit met een uitkering, in de bijstand of wat dan ook.  

Is de inhoud van MUG door de jaren heen ook veranderd?
Zeker. Eén manier waarop ik dat merk is de kritiek die we krijgen uit links-radicale hoek. De eerste twintig jaar bedreef MUG wat mij betreft ivoren-toren-journalistiek. Het wereldbeeld van linkse activistische jongens en meisjes, die Marx in de hand hadden, werd klakkeloos gepropageerd. Dat bijna sektarische – het idee dat meedraaien in een kapitalistisch systeem een zonde is – is er nu wel vanaf. Met MUG zijn we ergens ook meegedraaid. We zijn niet meer zo anti-werk. We hebben min of meer besloten dat het ons eigenlijk niet zoveel uitmaakt hoe je aan je geld komt, maar dat werken al met al vaak een slimme en gezonde methode is. Dus proberen we mensen aan werk te helpen, via ons ‘MUG Werkt’-katern. Sommige linkse groeperingen hebben daar moeite mee. Die vinden ons niet radicaal genoeg. Hoewel ik onszelf nog altijd links vind. Als je over onderwerpen als armoede, schuld en werkloosheid schrijft kom je bijna automatisch tot linkse analyses.

Is de betekenis van ‘links’ in Amsterdam veranderd in de afgelopen dertig jaar?
Ja, toch wel. De kloof tussen arm en rijk wordt ook in deze stad groter, op verschillende terreinen. Aan de ene kant heb je mensen met wie het ontzettend goed gaat, voor wie de wereld het speelterrein is. Ik heb bijvoorbeeld kennissen die elk jaar makkelijk een paar maanden in Thailand of Dubai zitten. Dat kan allemaal, dankzij het neoliberalisme en globalisering. Tegelijkertijd heb je de groepen mensen die dat niet kunnen, die achterblijven.

Ook zie je dat door het leenstelsel kinderen van mensen met minder geld minder snel gaan studeren. En dan is er nog de groeiende informatiekloof. Mensen doen juichend over internet en social media, maar veel mensen schieten daar niet veel mee op, omdat die online heel veel troep voorgeschoteld krijgen. Je moet weten waar je je informatie zoekt en kan vinden. Een grote groep mensen kan daar niet mee uit de voeten. Tegelijkertijd wordt de regionale journalistiek steeds schraler. Stadsbladen zijn van lage kwaliteit, AT5 wordt niet goed meer bekeken.

Als je het over links hebt, gaat het tegenwoordig vaak over identiteitspolitiek.
Ik denk dat mensen tegenwoordig veel te veel focussen op het verschil tussen autochtonen  en allochtonen. Maar het is denk ik toch meer een klassenverhaal. Ik denk dat er niet zoveel problemen zijn met mensen met een migratieachtergrond die wel mee kunnen doen met de rat race. Het probleem zit niet zozeer bij immigranten die succes hebben, maar bij mensen die géén succes hebben. Als we dat op z’n beloop laten, dan gaan die armoede en de bijbehorende problemen generaties lang blijven voortsudderen.

Gaat het een goede kant op met de armen in Amsterdam? En heeft MUG daarbij geholpen?
We hebben al dertig jaar iedere maand effect op lezers die dankzij MUG op ideeën komen, geholpen zijn met goede raad of die zich in onze verhalen herkennen. Ook de gemeente pikt onze signalen op, als er iets in de uitvoering van het beleid te verbeteren valt. Dat is effect, maar of dat ook betekent dat er iets ten goede is veranderd? Dat geloof ik niet zo. Aan de klantmanagers bij de sociale dienst ligt het meestal niet, die zijn bijna altijd wel van zeer goede wil. Het beleid vanuit Den Haag daarentegen wordt almaar strikter en soberder, terwijl de groep mensen die zonder hulp niet meekan in onze gedigitaliseerde rat race alleen maar groter wordt.

Op maandag 15 oktober viert MUG het dertigjarig bestaan met toespraken van onder meer Rutger Groot Wassink, Marjolein Moorman en Joop Lahaise. Het speciale jubileumnummer is door de hele stad te vinden, op plekken waar MUG normaal ook te vinden is.

Logo

Logo