×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Ik vroeg mensen in de viplounge van de botenparade of ze de Pride te commercieel vinden

Vice channels
 

Ik vroeg mensen in de viplounge van de botenparade of ze de Pride te commercieel vinden

TF
Tim Fraanje, Foto's: Raymond van Mil (behalve waar anders vermeld wordt)

7 augustus, 2018, 15:47

"Bedrijven voegen zoveel toe: geld, en het wordt er ook officieel van, het ziet er beter uit. Get over it!"

De geblondeerde haren van Henny Huisman wapperen in de wind, Floortje Dessing lacht vanachter haar zonnebril en Cornald Maas en Gerard Spong voeren een geanimeerd gesprek terwijl ze naar de botenparade kijken. De parade is het sluitstuk van de Prideweek, waarin de lhbt-emancipatie gevierd en onder de aandacht gebracht wordt. De celebs hebben hun eigen afgesloten gedeelte op de viptribune, maar ook niet-beroemde vips zijn worden vertroeteld. Ze worden getrakteerd op het beste uitzicht, gratis drank, gezellige hoedjes, en flyers van bedrijven. Ook dit jaar waren er weer een heleboel actiegroepen en opiniestukschrijvers die vinden dat de Pride te commercieel is geworden, en de viptribune lijkt mij het epicentrum van die commercie. Ik vroeg me af: hoe kijken de mensen daar er tegenaan?  

De celebs in hun viplounge, (telefoonfoto van de auteur).

Ik was niet de enige die benieuwd was wat er in de viplounge gebeurde (telefoonfoto van de auteur).

De eerste Pride was een rel. In New York gingen gays in 1969 de straat op om radicaal hun rechten op te eisen. De eerste botenparade in Amsterdam werd gehouden in 1996, en was een stuk minder grimmig. Lokale gaybars en organisaties stuurden een bootje de gracht op voor een feestje, met als ondertoon de strijd voor gelijke rechten. Het zag er zo uit:

https://www.youtube.com/watch?v=OLvrg0SEiSM

Drieëntwintig jaar later is de Amsterdam Pride big business. Tienduizenden mensen komen naar de hoofdstad om een feestje te vieren, dat veel media-aandacht krijgt. Grote sponsors betalen lachend de 30.000 euro die je moet neertellen voor een bedrijfsboot, zodat ook hun imago (in ieder geval een week lang) een beetje gay is. Je zou kunnen zeggen dat commercieel succes ook betekent dat de grote massa de lhbt’ers heeft omarmd. Maar het is wel een beetje vreemd dat er steeds minder plaats lijkt voor de lhbt’ers zelf tijdens hun eigen feestje. Deze Pride behoorde maar een kwart van alle boten toe aan echte lgbt-organisaties, terwijl de helft corporate sponsors waren die eigenlijk niks met lgbt-emancipatie te maken hadden.

De organisatie screent naar eigen zeggen de deelnemende sponsors op hun beleid. Zo kreeg een partij als de VVD dit jaar geen boot, omdat de ““liberalen”” tegen een goedkope versie van het hiv-preventiemiddel Prep zijn.

Maar de Pride heeft de grote sponsors ook hard nodig: vorig jaar maakten ze flink verlies. Er varen dus ook bedrijven mee die weliswaar veel betalen en lhbt-werknemers niet discrimineren (chapeau hoor!), maar op andere vlakken, qua investeringsstrategieën of milieubeleid bijvoorbeeld, niet zo chic bezig zijn: pinkwashing wordt dat genoemd. En waar kan ik beter uitzoeken of die kritiek op de parade terecht is, dan in de viplounge van de Pride?

Het leek me logisch dat deze viptribune vol zou zitten met prominente lhbt-activisten. Dat ben ik niet echt, dus voelt het wat ongepast dat ik hier rondparadeer op de beste plek – ik heb mijn polsbandje gefikst via een connectie. Toch blijkt dit dé manier om er terecht te komen. Veel van de mensen die ik tegenkom zijn uitgenodigd omdat ze klant of relatie zijn van de sponsors. Die willen zeker weten dat de boot waarin ze geïnvesteerd hebben ook gezien wordt door de juiste mensen, vermoed ik.

Een joviale man die zich voorstelt als Björn Stenvers lijkt hier in ieder geval niet om commerciële redenen te zijn. Hij moet lachen als ik vraag of hij een vip is. “Ik ben voorzitter van de kunst- en cultuurcommissie. We verzorgen het hele programma van de Pride. De afgelopen weken was er van alles te doen in allerlei musea, bibliotheken, op de boten, hier, overal. We zijn hier als commissie uitgenodigd als bedankje voor het harde werk.” En Björn heeft nog een reden om hier te zijn:  “Mijn vrouw staat hierachter, zij is eigenaar van Simon Lévelt koffie en thee, en sponsort de Pride. Wil je haar visitekaartje?” Ik neem het kaartje van Björn aan, en vraag of hij de Pride niet een beetje te commercieel vindt geworden.

Gezelligheid in de viplounge.

“Het is belangrijk dat je altijd je eigen broek op kunt houden. Daar moet je af en toe wat dingetjes voor doen. De één zegt: het is heel commercieel, ik vind het gewoon heel Nederlands. Ik vind het heel knap dat dit elk jaar weer wordt georganiseerd, en er worden steeds meer boodschappen op boten gedaan. Een paar jaar geleden was het misschien nog wat meer commercieel.” Hoewel hij zich dus niet in de kritiek herkent, vindt Björn wel dat er discussie over mag blijven. “Het is nooit af, het is nooit goed. Je bent ook in de stad van de zeikerds, hè.”

Een vrouw uit Maastricht is duidelijk nog niet gecorrumpeerd door de hoofdstad: het lijkt alsof ze nog nooit van “zeiken” gehoord heeft, en ze is één en al vrolijkheid. “Ik vind het fantastisch! Op tv plukken ze er kleine dingetjes uit; ik had verwacht dat het vulgairder zou zijn. Maar ik vind het zo oprecht. Ik ga wel eens naar festivals, daar doet het me een beetje aan denken. Vrijheid, blijheid.” Elke boot die langsvaart, houdt even stil bij de tribune waarop we staan, waarna de organisator omroept wat het doel van die boot is. De bedrijven, maar ook de lhbt-organisaties dus. Daardoor realiseerde de Maastrichtse zich dat er ook een politieke boodschap is. “Dat had ik ook niet verwacht, vooraf. En dat vind ik wel heel mooi.” Misschien moet júist iedereen die alleen maar voor het feestje komt even verplicht in de viplounge staan.

Ik kom ook mensen tegen die dieper in de materie zitten. Paul Hofman is de misdaadverslaggever van de Gaykrant, en is al wat vaker naar de Pride geweest. Elke keer eigenlijk. “Ik ben er al voor de drieëntwintigste keer bij, heb lang meegevaren, en nu sta ik een keer aan de kant.” Paul heeft dus vergelijkingsmateriaal. “Het is veranderd. De eerste keer was het echt amateuristisch, kleine bootjes. En nu heel professioneel, maar heel mooi.” Professioneel en ook commercieel, beaamt hij desgevraagd. “Zonder commercie kan het niet. De beveiliging en de organisatie kosten geld, een paar jaar geleden was er het gevaar dat het niet doorging.” Volgens Paul gaat het om de manier waarop. “Bedrijven zijn onmisbaar, maar het moet niet alleen maar zijn om goede sier te maken. De Rabobank vaart bijvoorbeeld niet zelf mee, maar heeft een boot van een lhbt-organisatie gesponsord.” 

Later kom ik nog een journalist tegen, van de Britse tabloid The Sun. Hij is minder genuanceerd dan Paul. ”Links heeft het over dat geld en die corporate bedrijven, maar zonder geld zou dit niet mogelijk zijn. Hier in Amsterdam is veel meer een feestsfeer dan bijvoorbeeld in Londen. In Londen is de Pride meer een protest, maar nog stééds zeggen mensen dat het te commercieel is. Get over it! Bedrijven voegen zoveel toe: geld, en het wordt er ook officieel van, het ziet er beter uit.” Een enorme Philips-boot vaart voorbij, terwijl twee dansers op de boeg een gelikte choreografie uitvoeren. De tabloidjournalist houdt van glamour. “Als je het zou overlaten aan activistische groepen en aan ngo’s, zou het meer houtje touwtje worden, een beetje zo’n tweedehands gevoel. Je kunt het kapitalisme wel ontkennen, en in je eigen wereldje leven. Maar je kunt beter proberen om het kapitalisme op het goede pad te krijgen, want de vraag is: wat is het alternatief?” Ik vertel de Brit over een anti-kapitalistische queerparty in kraakpand Vrankrijk, waar ik vanavond nog even heen ga om precies dit uit te vinden. Dat klinkt als mijn ergste nachtmerrie,” zegt hij, en hij loopt weg om zijn feeststemming te zoeken.

Mensen met uitgesproken meningen als de Sun-verslaggever zijn natuurlijk goud op poenige feestjes. Maar de Pride is juist ook een moment om de dingen aan te kaarten die beter kunnen, en daar is weinig ruimte voor. De ludieke opblaaseenhoorns van de anti-pinkwashing actiegroep “We reclaim our pride” werden in beslag genomen door de politie, terwijl kritiek juist zo waardevol is voor autoriteiten en bedrijven. Zo kunnen ze (als ze dat echt willen) leren hoe ze op een duurzame manier kunnen bijdragen aan lgbtq-emancipatie, zonder die politieke agenda te gebruiken om alleen maar poen te verdienen of hun image op te poetsen door een weekje regenboogkleurig te worden.

Wijnreclame met wat mensen ertussen

Ik ben na al het lauwe genetwerk erg blij met de live-muziek bij Vrankrijk: activistische schreeuwpunk. Tijdens “Anal Pride” wordt geen moeite gedaan om gelikte politiek te bedrijven. De poster van het feest is rellerig en radicaal: een vrouwelijke stripfiguur kakt op de “corporate pride”, met boten met vlaggen van bedrijven als ING en Ymere. Ze hanteren hier een ander soort viplijst. Onder andere “Mensen van kleur, vluchtelingen, niet-normatieve lichamen, trans en nonbinaire personen” mogen vooraan in de rij aansluiten. Niet kapitalisme, maar intersectioneel denken is hier de heersende ideologie, en de crowd is diverser, jonger en artistieker. T-shirts met slogans laten zien wat er allemaal nog te verbeteren valt in de samenleving: gay zijn is niet alleen maar leuk. Toch is dit feestje dat wel, en het is het bewijs dat je op een kritische en tegelijk vrolijke manier Pride kunt vieren. Tegen het einde van de avond wordt de zaal steeds voller en draaien ze feministische partyknallers. Sommige vips op de tribune waren ook best gezellig, maar toch betaal liever hier 1,60 per biertje dan dat ik gratis volgegoten wordt maar wel de hele tijd visitekaartjes moet aannemen.

Logo

Logo