×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Mano Bouzamour schreef een boek, werd rijk, en schreef daar weer een boek over

Vice channels
 

Mano Bouzamour schreef een boek, werd rijk, en schreef daar weer een boek over

TF
Tim Fraanje, Foto's: Martine Kamara

13 juni, 2018, 11:06

"Mijn moeder zou me echt vermoorden als ze wist hoe vaak ik uit eten ga."

Of hij een dikke stack heeft? Schrijver Mano Bouzamour haalt een beetje beschaamd een stapel honderdjes uit zijn binnenzak. “Ik kreeg laatst een lezing contant uitbetaald.” Misschien dat hij het ordinair vindt om met flappen te wapperen, maar Mano schaamt zich niet voor zijn welvaart: ik kreeg net een uitgebreide rondleiding door zijn appartement aan de Herengracht in Amsterdam. Hoge plafonds, visgraatvloer, “mondriaan-achtige” glas-in-lood ramen. “Als kind wilde ik dit altijd al, in het centrum wonen. Toen ik mijn eerste boek aan het schrijven was, op mijn zolderkamertje in een sociale huurwoning, had ik een foto van de grachtengordel boven mijn bureau hangen. En daar zijn we nu gewoon.”

Het lijkt zo simpel: Mano’s semi-autobiografische debuut De Belofte van Pisa werd een bestseller en hielp hem ontsnappen aan de verveling en criminaliteit die op de loer lagen, terwijl hij opgroeide in een Marokkaans gezin in de Pijp. In zijn tweede (eveneens semi-autobiografische) boek Bestsellerboy laat hij zien dat het succes niet alleen maar leuk was. Mano’s besluit om na het afmaken van zijn school een boek te schrijven over zijn jeugd werd niet gewaardeerd door zijn buurtgenoten, die hem een verrader vonden. Zijn ouders zetten hem zelfs het huis uit, zonder het boek gelezen te hebben. Er volgde een heftige periode van seks, geweld en eenzaamheid. We spraken Mano over hoe je een bestseller lanceert, je levensstijl upgraden en onderhandelen.

VICE Money: Het duurde wel lang voordat dit tweede boek er was, had je geld nodig?
Mano Bouzamour: Ik heb dit tweede boek niet geschreven omdat ik anders mijn huur niet meer kon betalen, of zo. In die situatie heb ik nooit gezeten.

Maar je hebt dus wel zo hard gecasht op je debuut dat je je zo’n writer’s block kon veroorloven?
Dit boek was heel urgent. Maar ik wilde eigenlijk een ander boek schrijven, dat lukte maar niet: eerst moest dit eruit. Dat andere boek wordt nu mijn derde: het gaat over de drugsbendes die Amsterdam teisteren. Twee weken geleden kreeg ik nog royalties, we zijn al aan de 23e druk toe, ik geloof het nog steeds niet. Maar die royalties voelen als vakantiegeld. Ik heb nog geld op de bank, en krijg ook geld binnen van lezingen op scholen. En van de filmrechten. Je moet continu bezig zijn om je boek levend te houden. Sommige schrijvers zijn allergisch voor daglicht, maar je hebt heel veel zelf in de hand.

Een klein relletje wil ook nog wel eens helpen. Op de poster voor je boek prijkte een quote uit de Volkskrant: “verpletterend,” die nooit in die krant had gestaan, daar waren ze niet zo blij mee. Wat vond je van die ophef?
Ik lach erom, ik heb dat bewust gedaan. Zij hebben zo vaak mijn woorden verdraaid in interviews. Vervolgens gebruik ik één woord, dat wel degelijk is gezegd in een werkmail, en ze schreeuwen moord en brand. Zij gaven er ineens heel veel aandacht aan.

Is zo’n relletje goed voor de verkoop?
Dat hoop ik, je weet nooit hoe zoiets uitpakt. Er wordt in ieder geval over mijn boek gepraat. En kijk, dit is het Parool van dit weekend. Mijn nieuwe boek staat alweer drie weken op één in de [Scheltema] bestseller top tien, fucking geestig. Ik heb de top tien ook op de achtergrond van mijn telefoon staan, een visualisatie.

Mano voor de muur met zijn helden, o.a. Tupac.

Het helpt ook als je een voordelig contract hebt. In het boek zit een cowboyachtige scène waarin je je uitgever overbluft om het voorschot omhoog te krijgen, en hij je zijn Rolex belooft als het boek goed verkoopt. Ben je in het echt ook zo’n goede onderhandelaar?
In het boek loopt alles wel heel gesmeerd. Maar ik houd van onderhandelen en ik houd van voor mezelf opkomen. Dat is echt de straat nog in me. Drake zegt: know yourself, know your worth. Het gaat mij niet om geld he, het gaat me meer om dat spel.

Als het niet om het geld gaat, waarom ga je dan geen experimentele dichtbundels schrijven?
Ik wilde vooral een beroep kiezen dat vrijheid geeft. Ik wil gewoon overal naartoe kunnen gaan als ik daar zin in heb. Wij gingen vroeger één keer in de vijf jaar naar Marokko. Ik kan me nog herinneren dat de zomervakanties supersaai waren, dan zaten we de hele dag maar op een pleintje niks te doen. Als ik een gulden vroeg om een ijsje te kopen zei mijn moeder: daar kunnen we een hele zak aardappelen van halen. Later op het lyceum kreeg ik vriendjes en vriendinnetjes die echt een heel tof leven hadden. Ze hadden fucking mooie huizen aan het Vondelpark en het Museumplein en gingen zes, zeven keer per jaar op vakantie.

Hoe kwam je op het idee dat schrijven de beste manier was om dat te bereiken?
Ik vond schrijven heel leuk, en deed mee aan schrijfwedstrijden toen ik op school zat. Ik won bijvoorbeeld het Rozentuinfestival, en kreeg duizend euro. Ik dacht: mensen vinden dit blijkbaar leuk, hier moet ik iets mee doen. Ik investeerde het prijzengeld in een theateropleiding, maar vond daar alleen de schrijflessen leuk. Dus stopte ik ermee en ging bij een sushitent werken, en in de tijd die overbleef een boek schrijven. Ik was negentien toen ik begon, leraren zeiden: “Dat moet je echt niet doen, ik heb ook ooit een boek geschreven, daar zijn er maar 77 van verkocht. Toen dacht ik: jezus christus, houd je bek man. Je moet me motiveren.

Hoe pakte je het aan dan?
Ik ging heel veel lezen, om de markt te verkennen. Als een soort businessman heb ik naar de boekenwereld gekeken. Ik wilde drie dingen met het boek: ik wilde dat het boek uitgebracht werd, ik wilde dat het een bestseller werd, en het moest verfilmd worden.

Ook belangrijk voor de verkoop: product placement: “Mogen mijn boeken op de schoorsteenmantel ook in beeld?”

Dat is allemaal gelukt. Mis je iets aan de levensstijl van voordat je geld kreeg?
Ik had een wegwerpnokia, zo’n drugsdealertelefoon. Die mis ik wel. Mijn redactrice zei toen mijn eerste boek verscheen: je moet echt een iPhone gaan halen, je gaat straks de hele tijd mails krijgen. Nu ben ik die iPhone continu aan het checken. Dat is slecht voor je aandachtsspanne.

Heb je nog meer dure gewoontes aangeleerd waar je niet meer vanaf komt?
Ik ga elke dag uit eten. Best wel heftig. Mijn moeder zou me echt vermoorden als ze wist hoe vaak ik uit eten ga.

Er zit in je boek een scène waarin de hoofdpersoon, als hij eenmaal succesvol bestsellerauteur is, neerbuigend doet naar een ober door wie hij vroeger gepest werd. Werd jij ook naar van geld?
Die scène is fictie, hij is juist bedoeld om dat gevoel bij je op te roepen. De hoofdpersoon in mijn eerste boek was heel onschuldig, die uit Bestellerboy is heel schuldig. Maar er gebeurt ook echt iets met je als je succesvol wordt: af en toe was ik wel een lul. Ik heb zelf natuurlijk ook in een sushirestaurant gewerkt, dus ik kan me altijd goed inleven in obers. Maar tegelijkertijd denk ik ook: godzijdank hoef ik dat niet meer te doen.

Maar hoewel schrijven erg comfortabel lijkt vergeleken met het oberbestaan, weet Mano als geen ander dat je zelfs na het uitbrengen van een bestseller niet tevreden achterover in je luie stoel moet gaan hangen. Na het interview gaat hij zelfs nog even naar de sportschool. “Het is weer eens nodig,” zegt hij, terwijl hij zijn amper aanwezige welvaartsbuikje probeert vast te pakken. Je weet maar nooit of de fitte selfies die hij op Instagram post kunnen helpen om de verkoop op te schroeven zodat hij zijn volgende doel kan bereiken: boven zijn bureau hangt nu een schilderijtje van New York.  

Logo

Logo