×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Ik ging naar het armste land van Europa om me schatrijk te voelen

Vice channels
 

Ik ging naar het armste land van Europa om me schatrijk te voelen

TF
Tim Fraanje, Foto's: Billie van K.

12 juni, 2018, 10:05

Ik sliep in sterrenhotels en de martini's waren een euro, maar makkelijk was het niet.

Ik zit in bad in mijn vijfsterrenhotel en ik verveel me. Gewoon omdat het kan, giet ik de volledige inhoud van de minibar leeg in het water.

Een blikje Sprite, en een blikje Redbull dat al was opengemaakt door de vorige gast, of ondeugend hotelpersoneel. Ik lach terwijl de stroom plakkerige zoetigheid langs mijn borsthaar klotst. Als ik uitgebadderd ben, ga ik in het zonnetje op een ligbed zitten, naast een schoonmaker die op zijn knieën de badrand aan het schrobben is. Waarschijnlijk kan hij de hele dag betaald worden van de 6 euro die ik straks moet neertellen voor mijn frisdrankverspilling.

Hier zie je me ongemakkelijk zitten op een gemakkelijk ligbed

De schoonmaker, al zou hij ook de eigenaar kunnen zijn, ik vond het te awkward om te vragen. Feit is: hij poetst, terwijl ik lounge.

Dit is Moldavië, het armste land van Europa. Volgens de lokale versie van het CBS ligt het gemiddelde netto-inkomen in de steden op zo’n 120 euro per maand, een zestiende van mijn Nederlandse starterssalaris.

Je vakantie financieren van de ongelijkheid in de wereld is al jarenlang een succesformule van backpackers en travelbloggers. Naar de andere kant van de wereld vliegen is dan weer wat verneukeratief voor het milieu, maar op eigen continent zijn ook genoeg landen waar je op even cynische als zonnige wijze kunt profiteren van het verschil in welvaart, en waar ze jouw kapitaalinjecties kunnen waarderen. En ik ga niet mijn budget uitsmeren om zo lang mogelijk in een gespeeld armoedige backpackers-outfit iedereen voor de voeten te lopen. Ik wil een paar dagen lang keihard geld in deze kwetsbare economie pompen, waardoor ik eindelijk eens de levensstijl kan leven die ik in Nederland maar niet van de grond krijg. Inclusief pimpy hotels, taxi’s en exorbitante uitgaansavonden.

Luxe toerisme in Oost-Europa is BOOMING. Vooral in Kroatië struikel je de laatste jaren over beroemdheden, rooftopbars en bootfeesten, en ook Montenegro is al een tijdje in opkomst. Maar hoe meer die ontwikkeling zich doorzet, hoe duurder het wordt. Over Moldavië staat nu nog in de Lonely Planet dat “the world is finally waking up to the charms of this little nation wedged between Romania and Ukraine.” Omdat het nét geen kustlijn heeft, lijkt het land een beetje de boot te missen (sorry). Maar daardoor is het wel goedkoper en heeft het, op papier in ieder geval, alles wat je van een vakantieland kunt verwachten: lekker weer, wereldberoemde wijngaarden, en glamoureuze orthodoxe kerken met gouden glitterende daken. Maar is luxe hier ook echt zo luxe? En hoe leuk is het eigenlijk om rijk te zijn in het armste land van Europa? Ik besefte dat niemand het me zou gaan uitleggen, en besloot het zelf uit te zoeken; dat was immers zelfs op mijn toch bescheiden portie vakantiegeld mogelijk.

Het vijfsterrenhotel bij nacht.

Glamour: roze fluweel in de eetkamer van het hotel.

Superglamour: een groen met gouden klok in de lobby.

Super- superglamour: een kingsize bed met gouden sprei.

Het uitzicht vanuit het hotel.

Bijna pakte ik goedkoop spectaculaire highbrowcultuur mee

En zo kwam ik hier terecht in dit beige hotel, met uitzicht op een vrachtwagenparkeerplaats, ergens buiten de Moldavische hoofdstad Chisinau. Die karige omgeving zag je niet op de foto’s op internet en de minibar was wat leeg, maar ik mag niet zeiken. Er is genoeg grandeur voor vijf sterren: mijn onnodig ruime, schone tweepersoonshotelkamer met bad kost slechts 62 euro per nacht (ook in het hoogseizoen). Dat betaal je in Amsterdam voor twee hostelbedden, in een slaapzaal die je moet delen met ketende drugstoeristen.

Naast vijfsterrenhotels is er ook spectaculaire betaalbare highbrowcultuur in Moldavië. Voor een tientje boekte ik de eerste rang bij een opera, waar ik in Nederland alleen op het tweede balkon kan hopen met jongerenacties of lastminutekaarten. Helemaal vergelijkbaar is het niet: de dag voor Verdi zou aanvangen krijg ik een vriendelijk mailtje dat de voorstelling was afgelast, en of ik in plaats daarvan op zondag wil komen. Lief, maar daar heb ik niks aan, want dan ben ik er niet meer – en op mijn vraag naar de reden komt een korzelig mailtje terug, zonder uitleg.  

Een amateur-balletdansje omdat de show niet doorging

Troostmartini’s van 90 cent

Het is licht in Casino Europa. Het behang en de vloerbedekking zijn goudkleurig, op de tv-schermen aan de muur rijden verleidelijk glimmende Audi’s voorbij. Als ik zo om me heen kijk, gaat niemand er een winnen vanavond. Het overgrote deel van de mannen rond de roulettetafel staat alleen maar te roken en aan te moedigen. Ik ben hiernaartoe gegaan omdat ik me hier hopelijk wél rijk kan voelen. Ik geef mezelf een limiet van tien euro: in Nederland is dat met mijn gokkunsten goed voor ongeveer vijf minuten gokplezier. Hopelijk kan ik er hier een lange James Bondiaanse casino-avond mee bouwen, compleet met schimmige figuren uit de Moldavische onderwereld. Maar voor mijn tientje krijg ik slechts twee fiches, erg teleurstellend. De welkomstmartini’s zijn gelukkig wel gratis.

Hier dacht ik nog dat het wat ging worden met mijn gokavond.

De man naast me strooit als enige wel royaal met fiches. Mijn all-in op rood voelt lullig. Het balletje rolt… vertraagt… we mogen niet meer inzetten… het wordt… rood! De royale gokker lacht spottend als ik een overwinningskreetje niet kan onderdrukken. “You’re lucky.” bromt hij.

Toch ben ik na een kwartiertje alweer uitgespeeld. Het scheelt dat een troostmartini maar 90 cent kost, en ik hier dus de hele avond mijn verdriet zou kunnen wegdrinken. Maar daar heb ik geen zin in, want het voelt hier niet echt als een spannende James Bondfilm. Zelfs de big spender aan de roulettetafel spreidt heel geraffineerd zijn kansen. Alsof hij voor weinig geld toch een royaal imago probeert op te houden. Waar kan ik me aansluiten bij de rijke Moldaviërs en hun luxe leven?

Maar waar zijn de rijken?

Want die moeten er wel zijn, die rijken. Zoals veel voormalige Sovjetstaten neigt Moldavië naar oligarchie: extreem rijke zakenmensen maken er de dienst uit, zoals bankier en oliemagnaat Vladimir Plahotniuc. Hij zou een vermogen van 300 miljoen dollar hebben en is ook voorzitter van de grootste politieke partij van het land: een handige dubbelrol. De oligarchen laten ook weleens wat geld aan de strijkstok hangen; zo verdween er al eens een miljard uit de staatskas.

Maar van de oligarchen zijn er natuurlijk niet zoveel en volgens een Moldavische kennis die ik vraag waar ik ze kan vinden, wonen veel van de rijkere Moldaviërs niet eens in Moldavië – en dat geldt ook voor de middenklasse. Er is sprake van een braindrain: jonge, slimme mensen willen liever in het buitenland werken en studeren dan in het corrupte moederland blijven: van de drie miljoen Moldaviërs zit ongeveer een half miljoen in het buitenland. In West-Europa verdienen ze zo veel dat ze geld terug kunnen sturen.

Ik moet op zoek naar de plek waar dat geld uitgegeven wordt, om zelf ook rijk te doen. Ik wil een dure party. De meest poenige disco was altijd karaokeclub Drive, maar die lijkt na vorig seizoen niet heropend te zijn. Gelukkig is er ook een Skybar, in vrijwel elke wereldstad de standaard in luxe vermaak: ook in Chisinau is de entree alleen al vijftien euro.

Het winkelcentrum waarin de skybar is. Links een ruiterstandbeeld, die waren er veel.

De skybar is op de vijftiende etage van een winkelcentrum, maar het fantastische uitzicht kun je alleen zien als je een vip-tafel hebt. Dat wil ik natuurlijk ook wel, en ik informeer even wat zo’n geintje kost, bij een onderuitgezakte vip achter een tafel die rijkelijk is beladen met een garnalenschotel, flessen Johnny Walker en een gigantische vaas plastic rietjes like there’s no tomorrow.

Deze viptafels (niet eens de duurste) kosten 8.000 lei (zo’n 400 euro). Twee à drie Moldavische maandsalarissen, terwijl ik de jongen een jaar of achttien schat. Waar doet hij dat van? “Ik heb geen werk, mijn ouders betalen dit,” zegt hij en lurkt weer verder aan zijn waterpijp, die je hier in alle uitgaansgelegenheden tegenkomt.

Deze vip lijkt me een pro in duur doen, maar een groot deel van het jonge, goedgeklede publiek staat er stijfjes bij, alsof ze het zelf ook spannend vinden dat ze hier zoveel geld uitgeven. Alleen de bikinidanseressen op het podium gaan helemaal los.

Halverwege de avond verandert er wat: alle mobieltjes gaan lucht in voor het optreden van AllJ, een populaire Russische rapper. Lome housebeat en niet te moeilijke teksten vol merken: Suzuki, Rittersport, Grasovka, Kentucky Fried Chicken, Nokia… Devoot zingt iedereen de refreinen mee. In dure clubs in Nederland is het chic om ongeïnteresseerd te zijn, terwijl mensen hier onbeschaamd fan zijn en dit vast willen leggen. Ik kan me niet voorstellen dat zij zich hier elke week staan te vervelen. Ik merk dat West-Europese rijkdom mij wel al verknipt heeft en ga halverwege het optreden naar huis.  

Het zwarte gat tegen de financiële kater

Aan deze eerste dagen in Moldavië heb ik toch wel een financiële kater overgehouden. Het erg lekkere diner van gisteravond was best duur: zeebaars, dorade, cocktails en een fles van de beste Moldavische wijn in één van de hipste restaurants van de stad: 75 euro voor twee personen. Het kan allemaal veel goedkoper, in een typisch Moldavisch restaurant had ik een uitgebreide warme lunch voor minder dan een tientje, inclusief de halve liters bier van een euro die je verwacht in Oost-Europa. Maar dan krijg je er niet het spektakel bij, van mensen die zich op hun chicst uitdossen en zich zo glamoureus mogelijk gedragen.  

Blind sprong ik in het vliegtuig hierheen, maar hoe meer ik hier rondloop, hoe meer ik erachter kom dat het zo simpel niet is om luxe te vinden in een arm land. De Moldaviërs hebben samen met de bewoners van Wit-Rusland en Oekraïne de laagste koopkracht van Europa. Volgens de Quality of Life index, die niet alleen kijkt naar inkomen, maar ook naar huizenprijzen en levensonderhoud, staat het er hier nog slechter voor dan in die andere twee landen. Dat ze er weinig verdienen, betekent niet dat een land goedkoop is.

Maar de steden zijn altijd duurder dan het platteland, of je nou in Italië, in Thailand of in Moldavië op vakantie gaat. Om echt voordeel te hebben moet ik misschien ook maar naar een nog armere plek, het platteland, naar Transnistrië. Dat is een niet erkend land dat zich in de nineties met veel geweld heeft afgescheiden van Moldavië. Het overwegend pro-Russische vrijstaatje is één van de armste regio’s, en dus nog goedkoper. De regio staat bekend als “het zwarte gat van Europa”, omdat er veel gesmokkeld, witgewassen en gesjoemeld wordt.

Met de Transnistrische roebel heeft het landje ook een eigen munteenheid, dus je moet cash meenemen om ter plekke te wisselen. “You’re going there for holiday?” vraagt de vrouw achter de groenmarmeren balie van het geldwisselkantoor in Chisinau met iets van moederlijke bezorgdheid. Naast een stapel dollars en euro’s krijgen we ook dringend advies om met het boemelbusje van 3 euro te gaan, omdat de taxi, die 11 euro kost met zijn tweeën, volgens haar veel te duur is. We doen het maar, hoewel ik die paar euro extra er best voor over heb om de zestig kilometer niet zweterig en opgepropt af te leggen.

Slapen in het speeltje van de Korzuns

Via Booking.com heb ik vrij willekeurig een viersterrenhotel geboekt, want vier sterren zijn vier sterren. Dat laat gewoon objectief zien welke voorzieningen er allemaal in je hotel zitten. Een tweepersoonskamer inclusief bad kost maar 20 euro per nacht. Het blijkt een afgelegen maar zeer glamoureus nieuwbouwkasteel.

De tuin van mijn viersterrenhotel.

Aangekomen in het hotel ging ik even uitrusten van al het gekloot met verschillende valuta in “het zwarte gat van Europa”, Transnistrië.

Het hotel is een uitspatting van een rijke familie. Pater familias Grigory Korzun had jarenlang een eigen voetbalclub, Tiligul-Tiras Tiraspol, vertelt zijn zoon terwijl hij ons een rondleiding geeft door het museum voor de exclusieve flessen drank die zijn vader kocht tijdens uitwedstrijden. Het museum, in de tuin, staat (volgens zoon Korzun en wikipedia) in het Guiness Book of Records als het grootste gebouw ter wereld in de vorm van een fles. Het optrekje van de Korzuns is op een lekker excentrieke manier wel decadent. Maar ik vraag me af of Grigory zijn kasteel en museum niet gewoon heeft gebouwd omdat er hier op het Transnistriaanse platteland zo weinig andere dingen zijn om je geld aan uit te geven.

Zoon Korzun laat een fles “Red level” whisky zien.

Een zeer correcte interpretatie van de Russische geschiedenis in Baboesjka-drankflessen.

Topstukken uit Korzun’s collectie

Grigory Korzun met voetbalbons Sepp Blatter. Ze hebben duidelijk lol.

Het diner, waar we tien euro per persoon extra voor moeten betalen, is niet echt haute cuisine, ondanks de royale hoeveelheid room. Met een gulle glimlach gebaart onze gastvrouw dat ze de druiven voor mijn wijn zelf met haar voeten heeft gestampt. Lekker hoor, mevrouw.

Na een prinsessenslaapje en een dagje struinen door monumentale, aangeharkte Tiraspol, de hoofdstad van Transnistrië, nemen we een taxi terug naar Chisinau. Plankgas zigzaggen we heen en weer tussen de kuilen in de lege vierbaansweg vol gaten. Aan de achteruitkijkspiegel van de taxi bungelt een parfumdispenser in de vorm van een (vrij slecht gelukt) 500-eurobiljet, op de achterruit prijken de hamer en sikkel van de Transnistrische vlag. Aan het schijnheilige gezicht waarmee de chauffeur beleefd zijn fooi weigert, kan ik zien dat hij ons bewust afzet. Hij vraagt 17 euro voor het ritje in plaats van 11. Ik vind het allemaal prima, hij moest eens weten dat je hier in Nederland zeker 200 euro voor zou betalen.

Een ruiterstandbeeld op het imposante centrale plein van Tiraspol, het groene gebouw op de achtergrond is een lokale markt…

…waar je onder andere wasmiddel kunt kopen. Blijkbaar hebben ze ervaring met wasmiddeldiefstal.

De chauffeur brengt ons ook nog naar het verkeerde hotel, maar ook dat is geen punt. Ik laat de receptie gewoon nog een taxi voor me bellen: Google Maps aanzwengelen is meer moeite. “Odesa Strada? Dat is gewoon hier!” de nieuwe taxichauffeur kan niet ophouden gnuivend te lachen. Het is blijkbaar nog geen minuut rijden. Maar ook ik tik de 1,5 euro starttarief lachend af. Iedereen blij.

Royaal comfort van je Nederlandse salaris

Als de wekker gaat en ik slaperig de woonkamer van mijn suite doorkijk zie ik twee champagneglazen op tafel staan. Maar die staan hier voor de show; hier is helemaal geen minibar. Je hoort me niet klagen: voor 53 euro hebben we een gigantische turquoise en mintgroene oase met een leeuwenschilderij dat niet zou misstaan in MTV-cribs.

Ook al zou ik ook in Chisinau van mijn Nederlandse salaris in de suite van een sterrenhotel met zwembad kunnen wonen, altijd taxi’s kunnen nemen en dagelijks uit eten kunnen gaan in goede restaurants; over-de-topluxe was ook hier niet echt bereikbaar voor mij als budgetjetsetter. Om echt goedkoop als een koning te leven moest ik me helemaal naar Transnistrië, het zwarte gat van Europa, laten afzakken. Niettemin zorgt in Moldavië zelfs de kleinste fooi voor een vrolijk gezicht en als je afgezet wordt gebeurt dat heel beleefd en voorzichtig.

Als we de poort van het hotel uitlopen om naar het vliegveld te gaan, komen we op een onverharde weg. Iemand sleutelt aan de uitlaat van een dieselauto, er komen zwarte wolken uit. Kinderen racen met een zeepkistkarretje van de heuvel af. Ze lijken bijna net zoveel plezier te hebben als ik in mijn taxi’s. Jammer dat mijn royale kapitaalinjectie waarschijnlijk niet bij de leuke mensen terecht komt, maar aan de strijkstokken van conglomeraten en oligarchen.

Logo

Logo