×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Waarom het einde van oliemaatschappijen veel dichterbij is dan ze denken

Vice channels
 

Waarom het einde van oliemaatschappijen veel dichterbij is dan ze denken

GD
Geoff Dembicki

11 april, 2018, 12:21

Hoe langer ze wachten, des te kwetsbaarder de bedrijven worden.

Het einde is nabij voor ’s werelds machtigste industrie. De vraag naar olie piekt misschien al binnen een paar jaar en zal dan gaan dalen. Een analyse van de Bank of America voorspelde afgelopen januari dat een explosieve toename van elektrische auto’s ervoor kan zorgen dat “olie zijn piekvraag bereikt in 2030.” Daarna meldde de invloedrijke kredietbeoordelaar Finch Ratings in februari dat het niet onwaarschijnlijk is dat de vraag al vóór 2030 zijn hoogtepunt heeft bereikt.

Grote oliemaatschappijen erkennen schoorvoetend dat dit inderdaad een mogelijkheid is. Spencer Dale, de hoofdeconoom van BP, ontkent dat elektrische auto’s een bedreiging vormen voor het verdienmodel van de petroleumindustrie. Maar hij voorspelde recentelijk ook dat “oliegebruik in de automarkt de komende twintig jaar nagenoeg hetzelfde blijft” – waarna het kan gaan dalen. Vorige week maandag zei Shell dat het piekmoment al eerder kan optreden, dat de daling rond 2030 zou kunnen beginnen en dan kon leiden tot negentig procent minder olieconsumptie.  

Wanneer dat hoogtepunt in de vraag is gepasseerd, zal de wereld nog steeds een boel olie nodig hebben. Daarnaast duurt het volgens iedere schatting nog jaren voor dit toppunt is bereikt. Maar de prognose kan ervoor zorgen dat investeerders in hoog tempo het vertrouwen verliezen in oliemaatschappijen. “Er zijn heel weinig investeerders die je blij maakt met een investering die niet groeit – met een bedrijf dat watertrappelt aan de oppervlakte,” zei Luke Sussams, een analist voor de Londense financiële denktank Carbon Tracker. Zo’n tien jaar geleden kreeg wereld een voorproefje van de mogelijke gevolgen, toen de opmars van duurzame energie in Europa de regionale markt voor kolen en gas ruïneerde. De beurswaarde van deze voorzieningen raakte in vrije val en daalde met 455 miljard euro tussen 2008 en 2011. Sindsdien keert ook China zich af van kolen, wat leidde tot het faillissement van een groot deel van de Amerikaanse kolenindustrie. “Oliemaatschappijen staan echt voor een beslissend moment,” zei Sussams.

Oliebazen kunnen zich voorbereiden op de piekvraag door over te stappen op energievormen die minder koolstof uitstoten. Ze kunnen ook extra inzetten op fossiele brandstoffen in de hoop dat ze zo veel mogelijk winst maken voordat de markt verdwijnt. Tot nu toe neigen ze vooral naar de tweede optie. Van de 12 miljard euro die BP van plan is te investeren gaat er maar 407 miljoen naar duurzame energie. “Dat is een minuscuul deel van hun bedrijfsmodel,” zei Sussams. “Tot nu toe lopen ze in de transitie niet voorop.”

Hoe langer ze wachten, des te kwetsbaarder de bedrijven worden. Volgens een schatting van Carbon Tracker loopt ruim een biljoen aan investeringen van de olie-industrie risico bij de verschuiving naar een koolstofarme economie. En de industrie kan binnenkort al “onevenredig zwaar ontwricht raken,” zei Sussams. Met andere woorden, het businessmodel van de grote oliemaatschappijen begeeft het misschien al over tien jaar.  

Het concept ‘piekvraag naar olie’ is iets heel anders dan de ‘oliepiek.’ In de jaren nul van deze eeuw waren er veel prominente critici die verkondigden dat de voorraad van olie op het punt stond op te drogen. “Er zijn aanwijzingen dat we op dit moment op het hoogtepunt zijn of in de buurt komen,” zei schrijver en journalist James Kuntsler in een interview in 2005. “De komende tien jaar gaan we het begin zien van een reusachtige ineenstorting van de middenklasse.” In plaats daarvan nam de wereldwijde olieproductie toe met meer dan 20 miljoen vaten per dag dankzij de schalie-oliewinning in de Verenigde Staten. Vorige maand maakte Shell bekend dat het olieveld dat ze ontdekten in de Golf van Mexico geschat wordt op 700 miljoen vaten.

Het ziet er dus niet naar uit dat we binnenkort droog komen te staan. Maar willen mensen die olie wel consumeren? Er zijn steeds meer tekenen dat de wereldwijde olieverslaving op het punt staat definitief af te nemen. Landen als China, India, Frankrijk, Noorwegen en Groot-Brittannië werken aan plannen om gas- en dieselauto’s te verbieden. Lithiumaccu’s worden steeds goedkoper. De beurswaarde van Tesla is hoger dan die van General Motors, BMW of Ford, al rijdt wereldwijd pas 0,2 procent van de personenauto’s elektrisch. Vorig jaar voorspelde BP dat er in 2035 wereldwijd zo’n 100 miljoen elektrische auto’s zullen zijn. Dit jaar stelden ze hun schatting bij naar 190 miljoen. Ondertussen denken groepen zoals Bloomberg New Energy Finance dat het er tegen die tijd eerder 530 miljoen zijn.

Soms is het lastig te onderscheiden wat waar is, en wat men graag wil geloven. Al decennialang roepen mensen dat olie overbodig wordt door nieuwe technologieën, of het nou door biobrandstof, CNG, methanol of waterstof zou zijn. In de jaren negentig leidde de hoop op elektrisch rijden niet tot daadwerkelijke productie van nieuwe typen auto’s. Maar de huidige bedreiging voor olie is misschien anders. “Er zijn veel hypes geweest rondom elektrische auto’s, maar er werd nooit veel verkocht. Nu zijn de verkoopcijfers behoorlijk hoog. Het bestaat echt,” zegt Michael Lynch, olie-analist bij Forbes. “Dat betekent nog niet dat we de enorme explosie krijgen die mensen verwachten – het blijft een open vraag.” Maar het antwoord is mogelijk desastreus voor oliemaatschappijen.

Mochten investeerders inderdaad overtuigd raken dat elektrische auto’s het gaan winnen van de olie-industrie, dan zullen ze hun geld ergens anders in steken. “Anderen realiseren zich dat er waardevermindering aan zit te komen, dus willen eruit vóór het zover is: een stroompje desinvesteringen wordt een vloedgolf en de prijs stort in,” voorspelt duurzaamheidsjournalist Alex Steffen. “Het grootste risico voor de fossiele brandstofindustrie is niet milieuactivisme, regulering, concurrentie van schone energie of een klimaatovereenkomst – het is het verlies van het vertrouwen van de investeerders.” Willen de bedrijven dit voorkomen, betoogt hij, “dan moeten ze een verhaaltje verzinnen over toekomstige groei.” En dat lijkt precies op wat oliegiganten zoals BP nu doen.  

BP-hoofdeconoom Spencer Dale schreef onlangs een paper met Bassam Fattouh, de directeur van het Instituut voor Energiestudies aan de Universiteit van Oxford, waarin hij de aanstaande dreiging probeert te relativeren. “Zelfs als de olievraag over zijn hoogtepunt heen is zal de wereld waarschijnlijk nog jarenlang substantiële hoeveelheden olie blijven consumeren,” betoogt het artikel. “In de nabije toekomst zijn grote investeringen in nieuwe olieproductie waarschijnlijk nodig. Op welke datum de olievraag piekt is nog zeer onzeker en niet bijzonder interessant.”

Sussams weet dat nog zo net niet. “Het zwakke aan dat argument wordt duidelijk als je het bekijkt vanuit het perspectief van investeerders,” zegt hij. “Als je weet dat de vraag gaat stagneren… dan verandert het perspectief totaal.” Sommige grote investeerders waarschuwen al dat de gloriedagen van de olie-industrie voorbij zijn. James Chanos, een beleggingsbeheerder in New York, betoogde in december op CNBC dat de groei van elektrische auto’s “verschrikkelijk is voor aardolie.” Hij vervolgde: “Ik denk dat de hele verschuiving richting duurzaamheid uiteindelijk niet goed is voor de fossiele brandstofindustrie.”

Hoewel de wereld nog tientallen jaren olie zal blijven verbranden kan het hoogtepunt enorm veel financiële schade aanrichten, omdat de productie duurder wordt. Het kan tot 65 euro kosten om een vaatje te tappen uit de Canadese teerzanden. Vergelijk dat met vijf euro per vat in Saudi-Arabië. Als elektrische auto’s echt populair worden en de olieprijs daalt, dan worden de duurdere olieprojecten waardeloos. Die logica ligt ten grondslag aan de verkoop van teerzand-olieprojecten ter waarde van 5,91 miljard door Shell in 2017. Jeremy Bentham, het hoofd van Shells team voor langetermijnplanning, beschreef onlangs zijn interne memo waarin hij adviseerde afstand te doen van de olievelden. Als Shell op een dag opgescheept zit met miljarden aan onrendabele oliebronnen in teerzand, zei Bentham, dan is het bedrijf “tja, vergeef me de uitdrukking – genaaid.”

Lynch is het ermee eens dat het riskanter aan het worden is te investeren in olie. “De situatie is onzeker genoeg dat we flexibel willen zijn,” zei hij. “Als je een grote oliemaatschappij bent ga je op dit moment niet veel geld steken in teerzanden.”

De directies van oliemaatschappijen benadrukken dat er geen reden is voor bezorgdheid. Tijdens een branchebijeenkomst in maart betoogden directeuren dat de markt de komende decennia ter waarde van tientallen biljoenen kan groeien. “De olie-industrie weet de juiste dingen te zeggen,” observeert Sussams. Maar als Fitch Ratings en Bank of America gelijk hebben is de vraag naar olie binnen tien jaar op zijn hoogtepunt. “Dat neemt het hele groeimodel weg,” concludeert hij. “Gaan investeerders vrolijk investeren in bedrijven die hun groei voorbij zijn?” De geschiedenis doet vermoeden van niet. Maar aan de andere kant voorspellen mensen al jaren dat de olie-industrie gaat krimpen.

“Je zou kunnen zeggen: ‘ach, dit heb ik al zo vaak gehoord,’” zegt Lynch. “Maar dat neemt niet weg dat het deze keer wel eens uit zou kunnen komen.”

Geoff Dembicki is de auteur van het boek Are We Screwed? How a New Generation is Fighting to Survive Climate Change. Volg hem op TwitterHeaderfoto via Flickr-gebruiker faungg’s photos.

Logo

Logo