×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Tijdens de Hotelnacht oefende ik voor het jetsetbestaan

Vice channels
 

Tijdens de Hotelnacht oefende ik voor het jetsetbestaan

TF
Tim Fraanje, Foto's: Billie van K.

16 januari, 2018, 15:38

Rijke mensen kijken graag met een gouden telescoop naar het plebs door vierdubbel glas.

Als ik met mijn toekomstige pasverdiende crypto- of influencermiljoenen van vijfsterrenhotel naar vijfsterrenhotel trek, wil ik natuurlijk niet onwennig voor de dag te komen in chique omgevingen. Niemand neemt je rijkdom serieus als je je er niet naar gedraagt. Ik wil dat in elke luxe lobby de manager naar me toe komt rennen om me met alle egards te begroeten. “Good evening mister Fraanje, may I lick your feet please?” Dit weekend bood een uitgelezen kans om alvast eens te gaan oefenen met het jetsetbestaan. Het was Hotelnacht.

De Hotelnacht is een soort museumnacht voor hotels. Behalve dat er veel feestjes zijn, kan iedereen tegen een speciale prijs op vakantie in eigen stad. Je krijgt zelfs voorrang op de toeristen. De superrijken die altijd al in de vijfsterrenhotels zijn, worden nu dus aangevuld met koddige vakantieveiling-echtparen in unisexregenjassen. Maar dat neem ik voor lief: zij moeten net als ik ook ergens leren hoe je je luxe moet gedragen.

Amsterdam, waar ik woon, is toevallig de stad in Nederland waar toerisme het meest prominent is, met gezeur onder de locals en een bruisend vijfsterrenhotelklimaat tot gevolg. Ik liet overal even mijn gezicht zien om mezelf te oriënteren op de verschillende luxehotels die de hoofdstad te bieden heeft. Ik stelde voor jullie, omdat jullie ook vast snel heel rijk gaan worden, een gidsje op. Welke hotels hebben de meest uitzinnige faciliteiten? Waarom wil je weten waar de ijsmachines zijn? En hoe zorg je ervoor dat jij de behandeling krijgt die je verdient?

The Student Hotel

Ik begin mijn leerschool in het strak gedesignde Student Hotel aan de Wibautstraat. Daar vind je een instapversie van het jetset-bestaan: er zijn naast viersterren hotelkamers van ongeveer 100 euro per nacht ook echte studentenwoningen van tegen de 1000 euro per maand, waar dus vooral rijke uitwisselingsstudenten (toekomstige jetsetters dus) wonen.

Als bodem voor de lange nacht eet ik een lekker pittige zuurdesempizza in het restaurant van het hotel, en ik wil me ook nog een beetje optutten. Gelukkig hebben ze in de kelder niet alleen een gym en een zwembad, maar ook een föhnenmuur waar je een leuk Hans Klok-kapsel kunt maken. Very Vegas.


DoubleTree by Hilton

Ik ga verder naar het DoubleTree by Hilton bij het Centraal Station. Dit is helaas niet het fameuze Hilton-hotel waar John en Yoko hun vredelievende uitslaapsessies hadden. Het heeft ook maar vier sterren, maar is wel duurder (100-150 euro per nacht) dan het vijfsterren-origineel aan de Apollolaan, en dichterbij het centrum. Ik vraag bij de receptie of ze even kunnen namedroppen welke beroemdheden er allemaal in het DoubleTree gelogeerd hebben, maar dat mogen ze niet zeggen: discretie staat hoog in het vaandel. Ze kunnen me wel vertellen dat de rijken altijd schuilnamen gebruiken bij hun reservering. Ik zal er voor mezelf ook één moeten gaan verzinnen.

Ik neem de lift naar de skylounge, waar voor de Hotelnacht een rodeobed is neergezet. Degene die daar het langst op kan blijven liggen wint een gratis hotelovernachting voor twee personen. Het is een soort jetset-ontgroening: zo zorgen ze ervoor dat er geen luie proleten in het hotel komen. Als je niet wil betalen voor je luxe lifestyle, moet je in ieder geval volharding tonen. Ik ben zeer toegewijd en doe natuurlijk mee: zo kan ik een extra nacht winnen om te oefenen met hotelslapen.

Ik hoop dat de bedden op de kamers beter liggen dat dit rodeobed, want na een seconde of tweeëntwintig word ik er al afgeslingerd (gelukkig niet zo hard dat ik over de ballustrade vlieg en vroegtijdig Herman Brood achterna ga). Ik krijg als troost een kopje chocomel met kersenlikeur erin.

Als ik de lift terug naar beneden neem valt me op dat staat aangegeven op welke etages zich een ijsmachine bevindt. Dat is blijkbaar een heel belangrijke faciliteit, en ik stap uit op de vierde om te ervaren wat er zo speciaal aan is. Het blijkt niet meer en niet minder dan een machine met doodgewone ijsklontjes. Wat precies de bedoeling is snap ik nog niet echt.

Als ik het achteraf opzoek, blijkt het de oorzaak van een inherente faal te zijn in het systeem van luxe hotels: champagneflessen passen niet in minibars. IJsblokjes voor in je koeler zijn dus een bittere noodzaak.


TwentySeven

Ik neem een taxi naar een borrel in het superexclusieve nieuwe hotel TwentySeven. Dat zit op de Dam, in het pand waar ook sinds jaar en dag de Industrieele Groote Club bijeenkomt, een superexclusief zakengezelschap. Ze gokken met het hotel, dat sinds een maand open is, op klandizie uit het allerhoogste segment. De goedkoopste kamers zijn 300 euro per nacht, maar de meeste zitten boven de duizend. De suite helemaal bovenin de toren kost zelfs bijna zesduizend. Het is de bedoeling dat de kamers door marktwerking nog duurder gaan worden, vertelt één van de ‘butlers’ van het hotel me. Dat ze hun medewerkers butlers noemen geeft me een gevoel van intieme, huiselijke retro-weelde.

Tijdens de borrel is een rondleiding door het hotel georganiseerd, vooral voor media, bloggers en relaties van de hotelnacht. Ik ga natuurlijk ook mee, om jullie te laten zien of je duizenden euro’s hier goed besteed zijn. Het hotel is nog maar pas open, en ze zijn duidelijk nog zuinig op het interieur: we mogen niet op de banken zitten, omdat de butler die ons begeleidt bang is voor “butt-imprints”.

De kamers zijn zo gigantisch, dat je je best even kunt onttrekken aan de rondleiding om stiekem toch even alles uit te proberen, en al snel zijn er allerlei mensen kwijt die ergens aan een fluwelen kussen aan het voelen zijn of een fotoshoot doen in bad. De butler tolereert het gelaten, hij is er waarschijnlijk op getraind om te dealen met excentrieke, grillige rijken. Deze instageile nieuwsgierigheid is kinderspel. Hij gaat dus stoïcijns door met het opsommen van de faciliteiten: de ramen hebben vierdubbel glas, een dikke barrière tegen het leven buiten het hotel. Ook is er een kamer met een rond bed. Ik vraag of het bed ook om zijn as kan draaien. Er zit geen mechaniek in, maar de butler zegt met een uitgestreken gezicht dat je tegen een meerprijs vier van zijn collega’s kunt bestellen die dat voor je doen. Het lijkt een onderkoelde butlergrap, maar ik stel me zo voor dat het best kan als je er maar genoeg geld tegenaan gooit. In de torensuite staat ook een gouden verrekijker waarmee je lekker het krioelende plebs op de Dam kunt begluren zodat je je extra verheven voelt. Het is het meest exorbitante dat ik vanavond zal zien.  


Art’otel

Ik ga een feestje meepakken in het art’otel. Dit vijfsterrenhotel tegenover het station staat, zoals de naam al doet vermoeden, vol met kunst. Volgens de medewerker van de receptie is het art’otel voor een artistieke elite (een nachtje slapen kost rond de tweehonderd euro), die ‘vrije expressie’ belangrijk vindt. Er zijn dus ook jetsetters die van een meer ontspannen vorm van luxe houden.

Die vrije expressie geldt paradoxaal genoeg niet voor het personeel. De receptionist mag naar eigen zeggen niet strak in het pak naar zijn werk, en moet per se zijn baard trimmen in plaats van afscheren, voor een nonchalante uitstraling.

Een springkussen bij de entree van het feest. Het voelt als zo’n wedergeboorte-therapie, waarbij je je innerlijke kind moet vinden.

Vrije expressie wordt volop gefaciliteerd tijdens de silent disco in de kelder. De dj draait partyklassiekers als Samba de Janeiro en Summer Jam, er is airhockey en je kunt knuffelen met opblaasbloemen. Chic is het niet, wel leuk. Ik heb in dit hotel toevallig wel eens vaker gepartycrasht en dit sfeertje is er zeker niet alleen maar tijdens de hotelnacht. Al vraag ik me af hoeveel van de partypeople ook daadwerkelijk een kamer hebben gehuurd.  


Renaissance Hotel

Het Renaissance Hotel, net iets dieper de stad in, is normaal gesproken een high-end zakenhotel. De door hen geëxploiteerde koepelkerk ertegenover is dan een plek voor nieuwjaarsborrels, congressen en exclusieve diners. Het Renaissance Hotel presenteert zich vanavond wat laagdrempeliger: met een (geweldige) rolschaatsdisco.

Vrolijke, rolschaatsende mensen in het Renaissance Hotel.

Over het hotel zelf (kamers vanaf 244 euro), dat aan de overkant van de straat ligt, kom ik helaas weinig te weten. Dat discretie een kernkwaliteit is van alle hotelmedewerkers wist ik al, maar de jongen die ik nu aanspreek doet wel heel geheimzinnig als ik vraag wat ik krijg als ik de duurste kamer boek. Hij garandeert het een grote suite is met allerlei ‘assets’, maar ook als ik hem aan een vragenvuur onderwerp, wordt hij niet loslippiger of specifieker. Als ik zelf op dit moment lag te slapen aan de overkant zou ik het ook fijn vinden als niet elke willekeurige sensatiezoekende feestganger alle ins en outs van mijn hotelkamer te horen kreeg. Dan moeten ze zelf maar betalen.

Hotel Pulitzer

Bezweet van het rolschaatsen neem ik nog even een afzakkertje in het Pulitzer. Daar hebben ze een jarentwintigfeest. Een kamer krijg je er vanaf een kleine driehonderd euro.

Dit is het vijfsterrenhotel dat je moet hebben als je je rijkdom graag beleeft in klassieke Great Gatsby-sferen. Er zijn gedistingeerde oude portiers, Haagsche Hopjes in een grote glazen pot en veel eikenhout, marmer en fluweel. Het feestje is niet meer zo roaring, mensen zijn net als ik aan het afzakken, of aan het slowen.

Deze dames waren de hele avond op dit feestje en ‘rollen’ nu zo hun bed in het Pulitzer in.

Nog meer publiek in twenties-sferen.

Ik fiets even langs huis om mijn tandenborstel te pakken en ga naar mijn slaapplek voor vanavond, op vijf minuten afstand:

Andaz

Andaz is een vijfsterrenhotel aan de Prinsengracht, waar je slaapt voor tussen de drie- en zeshonderd euro per nacht, maar voor de presidentiële suite moet je 3250 euro neertellen. De communicatiemanager van het hotel heeft een handgeschreven briefje op mijn kamer achtergelaten, waarin ze me welkom heet in dit ‘wonderland’. Inderdaad heeft Andaz een weelderige tuin en bij de ingang van de spa klinkt tovermuziek.

Het interieur is ontworpen door Dutch-designgod Marcel Wanders. Het ademt het exotische imago dat Nederland graag van zichzelf exporteert, en dat de internationale jetset blijkbaar het liefst consumeert: de eigenzinnige vooruitstrevende handelsnatie met een rijke geschiedenis. Op de wc zie je dus een eigentijdse interpretatie van Delfts Blauwe tegels, aan de muur hangen artistieke klompen en er zit Heineken in de minibar. Ik snapte dat commerciële nationalisme eigenlijk nooit zo, maar het voelt lang niet slecht.  

De klompen zijn helaas te klein voor mij.

Het bed veert lekker.

Ik neem nog een regendouche, en blader voor het slapengaan nog even door het boekje waarin de prijzen staan voor alle extra services die je tegen betaling kunt krijgen. Ik fantaseer over mijn toekomstige leven als jetsetter: ik zou nooit meer buiten de veilige muren van mijn hotel hoeven komen. Je kunt je bikinilijn laten waxen, een Marokkaanse oliemassage nemen en je vermoeide benen laten insmeren met pepermunt. Voor honderd euro kun je met de limousine naar Schiphol. Ik zou expres mijn koffer vergeten om nog een keer op en neer te kunnen. Tevreden, alsof ik al echt rijk ben, val ik diep in slaap.

Hoe weinig ik ook heb geslapen, en hoe veel ik ook gefeest heb, in een vijfsterrenhotel word je altijd uitgeslapen wakker. Ik loop het balkon op, om mezelf even te tonen aan het volk daar beneden in de stad waar ik op uitkijk.

Het ontbijt is een zelfbedieningsbuffet (elk kaasje heeft een eigen jam en er is chiazaad voor in je yoghurt), maar toch komen er de hele tijd verschillende mensen bij je tafeltje om te vragen of ze je nog ergens mee van dienst kunnen zijn.  Later zou er nog een yogales zijn, maar ik voel me al zo zen door het vijfsterrenbed dat ik meteen maar ga uitchecken.

Ik sta nog geen halve minuut in de rij, maar de receptioniste die me helpt met uitchecken verontschuldigt zich voor het wachten. Ook ik ben beleefd, en zeg keurig dat ik een Heineken uit de minibar (half) heb opgedronken. Als ik de zes euro die dat kost probeer af te rekenen, doet mijn pinpas een beetje moeilijk, ik moet de code intypen. Maar nog voordat ik de kans krijg om nog een keer te proberen te betalen, zegt de receptioniste: “I don’t want to put you through all this trouble, mr. Fraanje,” en ik krijg het bier gratis.

Ik zou er best aan kunnen wennen om een jetsetter te zijn. Sterrenhotels zijn een heerlijk afgeschermde wereld zonder ongemakken. Je wordt vertroeteld en niemand verstoort je gemoedsrust of privacy. Toch ben ik bang dat ik wat mis. Zou er dan toch ergens iets vervelends zijn aan rijkdom, als jetsetters zoveel geld betalen om voorzichtig en discreet behandeld te worden?

Logo

Logo