×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo We bezochten een protserige machoclub voor superrijke Duitse mannen

Vice channels
 

We bezochten een protserige machoclub voor superrijke Duitse mannen

CH
Christina Hertel

7 december, 2017, 11:04

Vrouwen mogen hier niet naar binnen – behalve als ze groter zijn dan 1 meter 75 en lichter dan 53 kilo.

Dit stuk verscheen eerder op VICE Duitsland.

We ontmoeten Michael op een afgelegen parkeerplaats in München, vlakbij de Theresienwiese, het park waar de Oktoberfesten worden gehouden. Het is zes uur ‘s avonds. Door vensters van huizen zien we computerschermen en achterhoofden van mensen die geen flauw idee hebben van wat er hier drie meter onder de grond gebeurt.

Michael heeft onder deze parkeerplaats een ondergronds kasteel gebouwd, een plek met gouden plakkaten aan de muren, met glinsterende stenen en meubels die gestoffeerd zijn alsof ze zo uit een kostuumdrama komen.

Hij heeft zijn rijk de naam ‘Contenance Club’ gegeven. Zijn plannen klinken als de natte droom van Hugh Hefner: invloedrijke mannen met een dikke bankrekening moeten er samenkomen om te feesten: kunstenaars, sporters, beroemdheden uit de film- en televisiewereld. Daar komen nog de speciaal geselecteerde vrouwen bij, die langer zijn dan 1 meter 75, lichter dan 53 kilo, en dus een onverantwoord laag BMI hebben.

In een tijd dat vrouwen het over de hele wereld opnemen tegen mannen die ze nafluiten op straat, die ze in de kont knijpen in de kroeg en tijdens meetings liever zeggen hoe mooi hun jurk is dan dat ze hen complimenteren met hun goede werk, creëert Michael een club voor supermachos – met regels die scenarioschrijvers van James Bond-films uit de jaren zestig niet beter hadden kunnen bedenken: in de Contenance Club mogen vrouwen mannen niet aanspreken, ze moeten wachten tot de mannen zin hebben om met ze te praten. De buitenwereld krijgt niets mee van wat hier binnen gebeurt, wie de leden zijn en wie er werken. Althans, dat is wat de roddelpers afgelopen zomer schreef. Nu we een paar maanden verder zijn, kun je de locatie van de club gewoon vinden op Google Maps. In de buurt van de club zijn een fitnessruimte, kantoren en een café waar je salades uit weckpotten eet.

Michael stapt door een witte deur de tuin in. Hij is helemaal in het zwart gekleed en hij heeft glazige, vermoeide ogen. Hij wordt vergezeld door een vrouw van in de twintig met lang, donker haar. Het is zijn eventmanager. Ze wil niet zeggen hoe ze heet, maar zegt even later wel dat ze 1 meter 80 lang is en iets meer dan 53 kilo weegt. Dan ontgrendelt hij een deur.

Michael opent de deur naar zijn kasteel. Waar dat ligt moet eigenlijk geheim blijven, maar je kunt het inmiddels ook op Google Maps vinden.

Eenmaal binnen zijn de wanden met goud bedekt, en er hangt een kroonluchter aan het plafond. In de hoek staat een blauwe schaal waar in gouden letters ‘Beluga’ op staat geschreven. “Dat is kaviaar. 100 gram kost 300 euro. Ik kan dat spul niet meer vreten. Het smaakt me gewoon niet meer,” zegt Michael en hij gaat de trap af, naar beneden.

Dan staan we in een kelder met een gewelfd plafond en bakstenen muren. Er zijn vier ruimtes, het zal alles bij elkaar zo’n vierhonderd vierkante meter aan oppervlakte zijn. Vroeger zat hier een bierbrouwerij. Al snel stelt Michael voor om oesters en Japans Kobe-rundvlees te serveren. “Dat smaakt echt goed. Die beestjes worden de hele dag gemasseerd en gestreeld,” zegt hij over het vlees. Aan de wanden hangen enorme foto’s van keizerin Sisi en haar man Franz Jozeph, van Jezus aan het laatste avondmaal en van naakte engelen – alles op een achtergrond van goud.

Op een andere afbeelding zie je een vrouw met drie mannen. Twee zitten er aan haar borsten, een zit met zijn hoofd tussen haar benen. Michael vertelt dat er maanden aan deze schilderijen is gewerkt. Hij wil natuurlijk wel gewoon kwaliteit.

Het duurt volgens Michael minstens drie maanden om zo’n schilderij te maken.

Michael is 63 en komt uit München. Zijn echte naam houdt hij liever geheim. Hij wil ook niet te veel over zijn privéleven vertellen. “Ik ben een beetje klaar met de openbaarheid,” zegt hij, alsof hij altijd door de paparazzi achterna is gezeten. Maar als je zijn echte naam zou googlen, vind je maar drie artikelen waarin hij wordt genoemd. In een van die artikelen besteedt een roddelblad maar een enkele zin over hem – dat hij in een bar een uur op zijn eten moest wachten. Toch doet hij zich voor als iemand die voortdurend omringd is door de rijken en door mooie vrouwen. Zo vertelt hij hoe hij Boris Becker waarschuwde voor zijn eerste vrouw: “Het was een hoer die helemaal niets kon.”

Michael zit op een blauwe bank in de kamer, waar rijke mannen ooit met een sigaar in de hand Champions League-wedstrijden moeten kunnen bekijken op groot scherm. Het scherm is er alleen nog niet. Tot nu toe wordt de ruimte vooral gebruikt als opslagruimte voor gestoffeerde stoelen.

Hij heeft geen eigen geld in de club gestoken. De investeerder is een vriend van hem die een champagne- en wodkamerk heeft. Alles bij elkaar is de inrichting ongeveer twee miljoen euro waard, beweert Michael. Hij heeft het concept en het ontwerp allemaal zelf bedacht. In zijn leven heeft hij nog nooit hulp gevraagd van een architect: “Ik heb er vijf jaar lang over zitten dagdromen.”

In Londen werden in de zeventiende eeuw al zogenoemde gentlemen’s clubs opgericht, waar mannen uit de hogere klassen samen konden komen. In Duitsland bestaat er al een jaar of tweehonderd een wat minder glamoureuze variant: de broederschappen. Daar zijn bijvoorbeeld voormalig hoofdredacteur van Bild Kai Diekmann en de toekomstige Beierse premier Markus Söder lid van. In sommige gentlemen’s clubs en broederschappen mogen tegenwoordig ook vrouwen komen, in tegenstelling tot de Contenance Club, waar ze als decoratie moeten worden beschouwd.

Hoeveel leden de club al heeft wil Michael niet zeggen. Elke dag komen er een of twee aanmeldingen binnen, zegt hij. Zo meldde de zoon van een beroemde voetballer zich laatst. Een lidmaatschap kost tussen de 10.000 en een miljoen euro per jaar. “Voor een miljoen kun je ook gebruik maken van een privéjet die je overal in Europa af kan zetten.” Een ander verschil tussen de prijscategorieen: wie minder betaalt, moet eerder reserveren om binnen te komen. En omdat rijke mensen niet van wachten houden is het de moeite waard om wat meer te betalen, zegt Michael.

Hoeveel rijken er in zijn club al champagne hebben gedronken wil Michael niet zeggen.

Er zijn nog geen exclusieve clubavonden geweest, alleen bedrijfsfeesten. “Gisteren hadden we een receptie,” zegt Michael. “Een get-together,” verbetert zijn eventmanager hem. Zij zoekt voor Michael de vrouwen uit die in de club mogen werken. Op een avond zijn dat er tussen de zeventig en de tachtig. Laatst schreef een roddelblad nog over de strenge eisen die aan de lengte, de leeftijd en het gewicht van de vrouwen worden gesteld. Maar dat zijn slechts richtlijnen, zegt Michael. “Ik weeg ook meer dan 53 kilo,” vult zijn assistente aan. “De vrouwen moeten elegant zijn”, vindt Michael, “en sexy.”

Onlangs zei een fotomodel af, vertelt hij: “Ze had geen zin om hier voor 200 euro een nacht door te brengen.” Als hij erover praat klinkt Michael nog steeds verbaasd. In zijn wereld dromen alle vrouwen van dure schoenen en Gucci-tassen. Ze willen een rijke man aan de haak slaan. “90 van de 100 vrouwen prostitueren zichzelf. De een gaat voor een handtas, de ander voor het geld en weer een andere doet het voor een glas cola. En ik zeg het je: dat is het domste van alles.”

Maar er zullen geen professionele prostituees in zijn club werken, zegt Michael. De club heet niet voor niets ‘Contenance’, wat terughoudendheid betekent. “Kijk maar om je heen, er staan hier geen bedden. We huren zelfs spionnenmeisjes in. Die moeten in de gaten houden dat niemand zich aan een man aanbiedt.” Als een vrouw haar visitekaartje aan een man geeft, of hem een aanbod doet, dan wordt ze eruit gegooid. Vrouwen mogen mannen zelfs niet aanspreken. Maar eigenlijk is deze regel overbodig. “Een normale vrouw zou dat toch al niet doen.”

Michaels lievelingsruimte is de Beierse kamer. Op een glazen zuil staat een borstbeeld van koning Ludwig, omringd door spiegeltjes en glimmende steentjes. Een deel van de vloer is van glas, waaronder je water kunt zien stromen, dat soms groen is, dan rood. Dat journalisten hebben geschreven dat het allemaal goedkope kitsch is maakt Michael niet uit, althans, dat zegt hij. “Elk jaar bezoeken twee miljoen mensen kasteel Neuschwanstein. Zijn dat allemaal klootzakken, of wat?” Toch ziet Michaels slot er meer uit als een Disneylandversie van het beroemde Beierse kasteel. Zijn wereld bestaat uit goud en glitter. “Ik ben ook een monarchist. Wat koning Ludwig niet allemaal voor moois gemaakt heeft.” Michael begint aan een opsomming: schloss Herrenchiemsee met de tafel die in de vloer verdwijnt, om dan gedekt weer tevoorschijn te komen. Ontwerpen van kabelbanen en vliegtuigen, waar de koning al van droomde, lang voordat ze werden uitgevonden. “Ik ben ook een dromer, ik ben een waanzinnige.”

“Ik ben ook monarchist,” zegt Michael. In de Beierse kamer buste van zijn idool: koning Ludwig.

Dan zet hij muziek op, we horen pauken slaan en het geblaas van trompetten: Also sprach Zarathustra van Richard Strauss. In het verhaal van Nietzsche is Zarathoestra een filosoof die van de berg afdaalt om mensen te laten zien dat er iets hogers is om naar te streven. Michael lijkt voor zichzelf het hoogste te hebben bereikt: hij heeft zijn droomclub gecreëerd.

Dan horen we Andrea Bocelli. Michael zingt mee. Daarbij steekt hij zijn armen in de lucht, alsof hij op een groot podium staat. Daarna zet hij Gute Freunde kann niemand trennen op, een nummer dat Franz Beckenbauer in de jaren zestig opnam voor een televisieloterij. En alweer zing Michael mee, hij klapt in zijn handen. Je vraagt je af wat deze muziekselectie over hem zegt, en over zijn club. Waar gaat dit allemaal over?

“Zal ik eerlijk zijn? Eigenlijk wil ik de mensen een beetje voor de gek houden. Over alles wat ik doe heeft iedereen wel een mening.” Maar de rijken, de mooie mensen en de machtigen komen in zijn club om gewoon een beetje plezier te hebben, niet anders dan gewone mensen. Toch worden ‘normale mensen’ niet toegelaten. “Omdat ze te veel klagen,” zegt Michael, “ik wil hier geen mensen hebben die de hele avond met een vies gezicht achter een glas cola zitten.”

 verdelen bovendien de winst.

Vluchten

Michael wil het mooie, het exclusieve, en de glamour. Hij heeft het stijlgevoel van de extravagante modedeontwerper Harald Glööckler. De club ziet eruit als een plek uit de jaren tachtig-serie Kir Royal. Misschien is dat het wel, en wil Michael gewoon naar deze tijd teruggaan, toen de wereld nog eenvoudig was, toen mannen de deur open hielden voor vrouwen, en toen het nog beledigend was als iemand je club een ‘machotent’ noemde.

Michael zit sinds kort op Instagram. “Daar zie je alleen maar halfnaakte vrouwen die de hele dag selfies maken met hun mobiele telefoon.” Maar als je zo’n vrouw op straat aanspreekt, bij je thuis uitnodigt of een compliment geeft, dan doen ze alsof ze niet de persoon zijn die foto’s van zichzelf op Instagram heeft gezet. Michael begrijpt dat niet. Zijn club is een toevluchtsoord, een wereld die minder verwarrend is dan de buitenwereld.

In zijn tent, zegt Michael, zullen vrouwen het goed hebben. Er is beveiliging die ingrijpt als een man een vrouw lastigvalt. Bij de toiletten moet een kamer komen waar vrouwen zich kunnen omkleden, hun make-up kunnen doen en hun haar kunnen laten knippen. Er zullen stijltangen en haardrogers komen, zelfs een kledingkast vol outfits in verschillende maten. De kamer die daarvoor is vrijgemaakt is zelfs groter dan veel van de andere ruimtes. Maar vooralsnog is het er leeg. Er is niet eens een deur.

Michael heeft de muziek inmiddels uitgezet. Hij heeft ineens haast: een andere journalist wil zo ook foto’s komen maken. Hij loopt mee naar buiten, naar de parkeerplaats. Gelooft hij echt dat zijn club goed gaat lopen? “Natuurlijk,” zegt hij. “En oh, het gaat allemaal om het plezier, hè.”

Logo

Logo