×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo We vroegen Gustaaf Peek waarom hij wil dat Nederland communistisch wordt

Vice channels
 

We vroegen Gustaaf Peek waarom hij wil dat Nederland communistisch wordt

WE
Willem van Ewijk

24 november, 2017, 17:00

“Ze hebben je al in de tang zodra je gaat studeren, want dan heb je door het leenstelsel al een schuld, en ga je uit nood en vrees iets studeren dat beter aansluit bij de markt.”

Ooit begon ik rechten te studeren omdat het de veilige keuze was. Omdat ik dacht dat ik er later advocaat mee kon worden en ik dan net zo’n mooi vrijstaand huis kon kopen als het huis waarin ik opgroeide. Maar ik vond geschiedenis veel interessanter en begon dat ernaast te doen. Nu ben ik journalist en spreek ik over dit soort carrièresprongetjes met Gustaaf Peek, een romanschrijver met pikzwart haar dat vlak boven de schouders is afgeknipt, waardoor hij een beetje op een surfer lijkt. Ook Peek begon ooit als rechtenstudent. Hij ging liever Engels studeren en is nu fulltime schrijver.

Hij heeft net een dun boekje gepubliceerd, een pamflet, dat Verzet! Pleidooi voor communisme heet en waarin hij voor een samenleving pleit waarin kennis, macht en inkomen zo gelijk mogelijk over de mensen verdeeld zijn. Nu we koffie drinken in café de Ysbreker in Amsterdam, om het over zijn boek te hebben, praten we niet over Stalin, een van de Sovjetdictators die het communisme volgens Peek een slechte naam hebben gegeven. We hebben het over studeren en beroepskeuzes. Want studenten die zijn pas echt de lul, al helemaal sinds de invoering van het leenstelsel, dat onder het communisme natuurlijk nooit zou zijn ingevoerd. Door de kapitalistische drang van geld verdienen worden we volgens Peek zo bang gemaakt dat we niet meer doen waar we goed in zijn, en ook niet waar we gelukkig van worden.

Ik was gegrepen door de ronkende zinnen in Peeks pamflet, maar voelde me ook ongemakkelijk als er over ‘kapitaal’ werd gesproken alsof het een persoon was, en hoe er abstracte tegenstanders als de ‘bezittende klasse’ en ‘de knoet van de markt’ werden opgevoerd. Ik vraag me af waar Peek het precies over heeft. Maar goed, die vragen kan ik later pas stellen, want de schrijver wil eerst nog over zijn studententijd vertellen.

VICE Money: Waarom wil je me zo graag over je studententijd vertellen?
Gustaaf Peek: Nou, ik ben in de jaren negentig gaan studeren. En wat ik een van de heftigste dingen vind als je kijkt naar de huidige generatie, is dat we nu dat afschuwelijke leenstelsel hebben. Zodra je afgestudeerd bent begin je al met een achterstand, een schuld. En niet alleen dat. Schuld zit je enorm achter de broek. Je hebt niet meer de rust en ruimte om na te denken over wat je talenten zijn. En hoe je daar gebruik van kunt maken. Nu zeg je: ik heb een schuld, en op een gegeven moment moet ik die afbetalen. Dus hoe kan ik mijn talenten zo goed mogelijk inzetten zodat ik die schuld op een gegeven moment weer kan aflossen? Dan kies je niet zo snel voor Geschiedenis of Engels. Maar die zijn zo belangrijk om te kunnen nadenken over hoe je de maatschappij moet inrichten. Die studies heb je daarvoor nodig.

Maar ik snap het wel, dat ze dat zo willen inrichten en de studiebeurs willen afschaffen. Kapitaal heeft niks aan die ruimte. Ze hebben je al in de tang zodra je gaat studeren, want dan heb je al een schuld. Dan ga je uit nood en vrees iets studeren wat beter aansluit op de markt. Dan heeft het kapitaal weer gewonnen. Al vanaf dat je jong bent en de leeftijd hebt dat je vrij en kritisch zou moeten nadenken word je eigenlijk al intellectueel dichtgegooid en klaargestoomd voor een leven onder de knoet van de markt.

Maar jij bent zelf schrijver geworden, geen consultant of advocaat. Hoe kan het dat jij dan niet bent gaan proberen om zoveel mogelijk geld te gaan verdienen?
Mijn vader had rechten voor me uitgekozen omdat hij dacht dat het een manier was om een plek te veroveren in deze wereld. Maar toen ik in Leiden rondliep tussen andere studenten van andere richtingen en zag wat er mogelijk was, zag ik dat ik wat anders kon gaan doen. Ik ben uiteindelijk Engels gaan studeren. Maar twee jaar lang was zo’n wereld ondenkbaar voor mij. Ik dacht: ik moet veel geld verdienen, dat is veiligheid. Maar in die vrije omgeving van de universiteit kreeg ik visies van een ander bestaan dat beter aansloot bij mijn behoeften.  

Kapitalisme is heel neurotisch.

Alle illustraties door Timo ter Braak

Maakte je je dan ineens geen zorgen meer over geld?
Ik heb geluk gehad. Mijn oma had wat geld. Zij was al over de negentig en dacht: wat moet ik met al dat geld? Ik kan wachten tot ik sterf, maar ik kan ook alvast wat aan mijn kleinkinderen geven. Ik was in een keer vrij. Ik kon vrij leven als student. Ik zag het wel als een gift, een basisinkomen. Ik moest wat doen met mijn talent en heb ook altijd heel hard gestudeerd en goede cijfers gehaald. En toen ik klaar was met mijn studie op mijn vierentwintigste ben ik heel hard gaan schrijven.

En hoe kwam jouw oma aan al dat geld?
Ze was getrouwd met de kleinzoon van de oprichter van Peek & Cloppenburg, de kledingwinkel. Zo gaat dat.

Je hebt dus gestudeerd met een erfenis en draait als schrijver niet mee in de echte economie. Hoe goed ken jij die economie waar je over schrijft?
Als je het over die reële economie hebt: ik ben al jaren zzp’er. Dan zit je toch wel dicht op de reële economie. Net als al die andere zzp’ers geldt voor mij: geen werk? Geen geld. Ik heb geen arbeidscontract. Ik ben 42 jaar en heb nog niks opgebouwd, geen pensioen. En nu ik het hardop zeg voel ik meteen hier [Peek grijpt naar zijn borstbeen] iets verdrietigs.

Je hebt het over ‘ze’, over ‘kapitaal’ en in je boek heb je het zelfs over ‘kapitalistische indoctrinatie’. Maar we moeten gewoon geld verdienen om de huur te kunnen betalen. Is het niet gewoon de realiteit?
Nou, het is helaas de realiteit. Ik wou dat het anders was. Je moet omstandigheden creëren waarin talent meer kan gedijen. Toen na de Tweede Wereldoorlog in Nederland de sociaal-democratie opkwam en de economie sterk groeide, kwamen we erachter dat ook in milieus waarvan we dat niet hadden verwacht, arbeidersmilieus, dat daar wetenschappers uit voortkwamen, kunstenaars, medici. Er bleek meer talent op aarde dan we hadden verwacht. Daar geloof ik in. Maar die ruimte moeten we creëren. Nu gaan we weer terug naar het leenstelsel. De zoektocht naar talent moet kennelijk worden beperkt.

Gustaaf Peek wordt gebeld en haalt zijn Blackberry uit zijn broekzak. Hij houdt het kort, alleen wat zakelijke woorden.

Dat was de verhuizer. We zitten nu midden in de verhuizing.

Ga je kopen of huren?
Het is een huurappartement.

Ik vraag het omdat je het in je boek over de ‘bezittende klasse’ hebt en ik, toen ik dat las op een of andere manier meteen huiseigenaren voor me zag. Behoren mensen die wel een huis kunnen kopen tot de bezittende klasse?
Kijk, je moet gewoon wonen. Maar gebruik het dan ook gewoon om te wonen en laat je niet verleiden om het te gaan verhuren of door te verkopen om er veel geld aan te verdienen. Als je dat gaat doen, dan lukt het je niet om te wonen. Dan lukt het je niet om je te committeren aan een plek op deze aardbol. Dan word je slachtoffer van een uitputtend systeem. Geluk is dan niet mogelijk.

Maar wie is die ‘ze’ waar je het dan over hebt, dat kapitaal?
Waar zit kapitaal? Wie is kapitaal? Wij kunnen elkaar bijna allemaal in de ogen kijken [Peek kijkt rond door het café] en zeggen: “Jij. Niet.” Zo werkt het. Het is 99 tegen 1. Mark Zuckerberg wel, bijvoorbeeld. Onze gegevens zijn voor zijn bedrijf een gratis grondstof. Data zijn iets waard, maar wij hebben er geen zeggenschap over. Wie wel? Zuckerberg. Facebook.

Maar je hebt wel de keus om die data niet te geven, je kunt weigeren om Facebook te gebruiken.
Maar hoe vrij is die keus, bij het ontbreken van concurrentie? Kijk, ik zit niet op Facebook, ik wil een Facebook van ons, met democratische zeggenschap. Daar zie ik het nut van in, van het communicatieve apparaat. Kun je nee zeggen tegen Facebook, kun je nee zeggen tegen Google? Ik heb geen alternatief, alleen maar ‘nee’. En zelfs als je niet op Facebook zit, weet Facebook toch wie je bent!

Je schrijft dat we in een systeem leven waarin mensen met minder geld minder zijn. Ik heb vrienden die fan zijn van de VVD en de vrije markt, maar zelfs zij vinden dat niet.
Wij willen met de beste wil van de wereld dat onderscheid niet kunnen maken. Mensen zijn allemaal evenveel waard zeggen we. Maar dan komt het.

Peek haalt zijn Blackberry weer uit zijn zak.

Dan komt dit.

Wijst naar het Apple-logo op mijn laptop.

Mensen worden uitgebuit om dit te maken. Dus zelfs met onze goede wil houden we dat in stand. Mensen krijgen weinig betaald in arme landen om dit te maken. Dat houden we in stand, want dan hebben we wel mooi onze spulletjes. Op het moment dat we zoiets kopen zeggen we eigenlijk: de mensen die dit maken zijn minder waard dan wij.

Alle illustraties door Timo ter Braak

Maar als we het weten, dan gaan we langzaam ons gedrag toch veranderen en andere dingen kopen?
Er is veel meer voor nodig dan dat. We moeten echt in verzet komen. Chinezen mogen dit van mij maken, maar dan moeten ze een eerlijk loon krijgen, en misschien wel eigenaar worden van het bedrijf, waardoor ze in de winst gaan delen. Maar dan zeggen mensen dat een iPhone nog duurder wordt, dat we die niet meer kunnen betalen. Ho eens. Als alles eigendom is van werknemers heeft zo’n fabriek ook zoiets van: ja dan hoeven we ook geen grote winst meer te maken. Kapitalisme is heel neurotisch. Zo’n iPhone zou je voor veel minder kunnen verkopen. Maar iemand zegt: nee ik wil een miljard winst maken.

Jij zegt in je boek dat de Sovjet-Unie een slecht voorbeeld is en het communisme daardoor een slechte naam heeft gekregen. Waar is het wel goed gegaan?
De sociaal-democratie heeft geëxperimenteerd met communisme. Gezondheidszorg voor iedereen. Gratis onderwijs. Dat is er allemaal al. Ze zeggen vaak: er is geen alternatief. Dat zou je wel willen! Maar de overheid heeft de macht aan bedrijven gegeven, aan de markt. Als we nu iets willen, democratisch, moeten we eerst toestemming vragen aan bedrijven.

Wat bedoel je daarmee, wanneer is dat dan gebeurt?
Na de oorlog zei de Nederlandse regering: gezondheidszorg gaan we regelen, maar de farmaceutische industrie laten we vrij. Nu kan de farmaceutische industrie vragen wat-ie wil. Ze vragen steeds hogere prijzen voor medicijnen, ze weten dat ze iets waardevols in handen hebben. En zo wordt de gezondheidszorg steeds duurder. Nu maken mensen winst op onze dood. Ik kan me niet voorstellen dat dat is wat we willen.

Hoe moet het dan wel?
Ik ben bijvoorbeeld enorm voor het basisinkomen, maar als je nu het basisinkomen invoert, gaat de markt reageren. Dan zeggen ze bij de supermarkt: oh, er is een basisinkomen, dan doen we de prijzen omhoog. Huisbazen zullen de huur hoger maken. Aan alle kanten treedt de chantage weer op. Dat komt door die mengvorm [van kapitalistische en communistische ideeën, red.]. We moeten het radicaal anders inrichten. Binnen het communisme kun je experimenteren met democratie, bedrijven die eigendom zijn van werknemers. We hebben eerst democratie en rechtvaardigheid nodig, dan kunnen we aan een eerlijke economie gaan bouwen. Maar we moeten niet in de val trappen waar Marx en Engels in 1848 al voor waarschuwden. Geen mengvorm, maar juist vooruit gaan. Ik denk dat het kan.

Verzet! Pleidooi voor communisme (67 pagina’s) is uitgegeven door Querido.

Logo

Logo