×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Ik ging met tien euro naar een antiekbeurs in de hoop heel rijk te worden

Vice channels
 

Ik ging met tien euro naar een antiekbeurs in de hoop heel rijk te worden

TF
Tim Fraanje

23 november, 2017, 10:13

Interessant doen tussen schilderijen, sarcofagen en Mieke Zilverberg van Tussen Kunst en Kitsch.

De rechten van de foto’s liggen bij de auteur.

Als ik geld had om te investeren, zou ik dat uitgeven aan kunst en antiek. Bitcoins en aandelen: allemaal leuk en aardig, maar ik kijk tijdens het rijk worden liever naar een prachtig schilderij dan naar traag oplopende cijfertjes op een computerscherm. Helaas heb ik niks om te investeren, of in ieder geval, niet veel. Maar dat geeft niet! Deze week is namelijk de PAN-beurs in de RAI, hét kunst- en antiekmoment van het jaar. Ik ging erheen met al het geld dat ik kon missen (een tientje) om te kijken of ik een slimme investering kon doen.

Het leek me belangrijk om er niet uit te zien als een beginnende handelaar, want dan neemt niemand je serieus. Hoewel ik eigenlijk ging voor de excentrieke selfmade antiekhandelaar (coltrui, bril, jasje) leek ik, nu ik de foto’s terugzie, vooral op wijlen Prins Bernhard. Maar dat is misschien wel goed, want die heeft een eigen Cultuurfonds. Als er iemand iets wist over geld uitgeven aan kunst, was hij het wel. Tegen het meisje van de persreceptie ben ik eerlijk over mijn plan om rijk te worden, en ze markeert hulpvaardig de kraam voor jonge handelaars met kleine budgetten op de beursplattegrond.

Toch wil ik niet meteen zo laag inzetten: misschien kan ik met een beetje bluf wel iets kopen voor mijn tientje bij een hele dure stand. Op  gevoel loop ik een rondje over de beurs, en passeer iets wat vrij dicht in de buurt komt bij mijn ideale woonkamer. De bank (een exemplaar van gelakte kurk uit de jaren dertig) blijkt perfect te zitten, en is naast mooi ook visionair: in de leuning zit een opbergbakje dat me ideaal lijkt om een afstandsbediening in te bewaren. Hoewel de eerste radio-afstandsbediening pas in 1939 werd uitgevonden, wisten ze vast al dat je dat ding op een vaste plek moet bewaren omdat-ie anders altijd kwijt is. Hoe geweldig de bank ook is, als investering wil ik liever beginnen met iets wat makkelijker te vervoeren is. Ik zeg tegen de standhouder dat ik wel interesse heb in het grote paarse wandkleed met de oranje vlek in het midden, dat ook nog eens prima bij mijn outfit staat:

 

Het is een handgeweven Jan Yoors, uit de jaren zeventig. Yoors was een kunstenaar annex wever uit België, die zijn inspiratie haalde uit de tijd dat hij in de natuur bij de zigeuners gewoond had: dit wandkleed stelt bijvoorbeeld een mistige lucht voor. Toen Yoors naar New York verhuisde begonnen de zaken pas echt te lopen: vooral in bankgebouwen waren zijn kleden een grote hit. De waarde is sindsdien nogal omhoog gegaan, dat zal wel iets met die bankiers te maken hebben. Destijds kostte een Jan Yoors 25.000 dollar, nu moet je er zo’n anderhalve ton voor neertellen. En ook de komende tijd zullen de werken van Yoors, volgens de handelaar, nog behoorlijk “opplussen”. Als ik beken dat ik maar een tientje op zak heb, krijgt hij medelijden. “Ik kan je voor een tientje wel het boek over Jan Yoors meegeven?” Een prachtig aanbod, maar ik wil toch meer rendement.

 

Ik besluit dat ik harder moet onderhandelen, en mezelf niet meteen in mijn kaarten moet laten kijken. Hoe langer ik geheimzinnig doe over het bedrag dat ik kan besteden, hoe meer kans ik heb op een mooie buit. Ik zie een leuk schilderij van Erasmus Quellinus II met weelderige vrouwen en schelpenmannen die uit de zee tevoorschijn komen. Het lijkt me perfect voor in de badkamer. Mijn huidige badkamer is een beschimmeld hok van twee vierkante meter. Maar met het vermogen dat dit pareltje me gaat opbrengen, heb ik als het een beetje mee zit over een paar jaar een compleet marmeren badhuis in de kelder.

Met het jargon dat ik van de Jan Yoors-handelaar heb geleerd, vraag ik (nadat ik het schilderij heb gecomplimenteerd) of dit soort doeken ook nog een beetje opplussen. Echt heel snel gaat dat niet, zegt Sander Bijl, die het doek verkoopt. “Bij die oude meesters zie je eigenlijk in de geschiedenis altijd dat ze langzaamaan meer waard worden. Dat zal misschien niet morgen zijn, of over twee jaar, maar ik sta hier natuurlijk niet om andere mensen volgende week al een klap rijker te maken. Maar als je het gewoon een tijdje ophangt,  je geniet ervan, en je komt er over een jaar of twintig weer mee tevoorschijn, is de kans dat het meer waard is geworden wel heel groot. Tenzij er een gekke beurscrisis komt.” Dat risico durf ik wel te nemen, en ik vraag naar zijn vraagprijs, die net wat teveel nulletjes blijkt te hebben naar mijn zin: 720.000 euro voor. De onderhandeling kan beginnen.  

Ik besluit laag in te zetten zodat ik nog wat kan stijgen: vijf euro. Ik geef een klein beetje inzicht in mijn strategie, dat ik bewust laag inzet om ongeveer in het midden uit te komen. Op tien euro dus, denk ik er stiekem bij. Daar denkt Sander anders over: “In het midden, dan komen we op drieënhalve ton uit.” Ik zeg stoer dat ik even moet bedenken of dat binnen mijn budget ligt, maar ook nu heeft hij me door: “Je moet geen rondje gaan lopen hè, want mensen die een rondje gaan lopen en er nog over na gaan denken zie je nooit meer terug. Ik dacht, die gaat nog mooi even drieënhalve ton neertellen. Je vroeg om te middelen en dat heb ik gedaan.” Ik voel me een beetje in het nauw gedreven, drieënhalve ton ligt toch echt ver boven mijn budget. Ik ga toch een rondje lopen. Ik realiseer me achteraf dat mijn onderhandelingsskills nog steeds niet zijn wat ze moeten zijn. Sander heeft me flink overbluft, want hij had de Quellinus natuurlijk niet echt voor de helft van de prijs van de hand.

Hier zie je mijn onderdanige, zenuwachtige lachje terwijl ik overbluft word.

 

Er zit niks anders op, dan toch naar de budget-stand, die het meisje van de persreceptie me heeft aangeraden. Rademakers Gallery blijkt een waar familiebedrijf: moeder Pien runt de toko en haar zoon en dochter staan me op de beurs te woord. Ik verwachtte een soort koopjeshoek, maar ook hier vind ik niet de prijzen die binnen mijn budget vallen. “Dit is een soort instapmodel voor beginners,” zegt dochter Rademakers over iets wat eruitziet als een krop sla van plastic à 1050 euro. “Als je een groot werk van Stefan Gross wilt kopen, betaal je tien keer zoveel.” Dit is moderne kunst uit 2017, maar gaat nog wel in prijs stijgen. Toch is het nog steeds heel erg boven mijn budget, en mijn illusies worden de kop ingedrukt: “Echte koopjes hebben we niet”.

Zoon en dochter Rademakers bij een klok van Studio Job. Rechts op de achtergrond een groot werk van Stefan Gross.

 

Teleurgesteld loop ik verder: ik kan niks kopen. Uit pure ellende besluit ik dan maar gewoon celebs te gaan spotten. Mijn celebradar lijkt om onverklaarbare reden soms een kompas dat altijd naar oud-LPF-coryfeeën wijst. Ik zie ondernemer en oud-minister voor de LPF Herman Heinsbroek lopen, die mij vast genoeg kan vertellen over slimme investeringen. Hij houdt helaas al zijn kennis voor zichzelf, maar wil wel op de foto.

 

Vrolijk gestemd door mijn ontmoeting met Herman, zie ik iets wat ik écht moet hebben. Een sarcofaag. Ik ga nog één keer proberen mijn slag te slaan. Ik had gehoopt dat ik de sarcofaag kon aftroggelen van een stoffige liefhebber die geen idee heeft wat hij in huis heeft. Maar de eigenaresse van de stand waar de sarcofaag staat, blijkt iemand wiens claim to fame is dat zij juist exact weet hoeveel dingen waard zijn. Het is Mieke Zilverberg, van Tussen Kunst en Kitsch.

 

Het lijkt me slim om niet meteen door te stomen naar de prijs van de sarcofaag, maar eerst van Miekes kennis gebruik te maken om meer te leren over de prijzen van dit soort oude schatten in het algemeen. Ik hoef in ieder geval niet bang te zijn dat ik per ongeluk kitsch koop: er is streng gekeurd volgens Mieke. Maar wat betreft mijn plan om rijk te worden, ben ik ook hier aan het verkeerde adres. “Archeologie wordt niet primair als investering gekocht,” zegt ze. “Iets spreekt mensen aan, of ze vinden de geschiedenis erbij heel spannend. Wij hebben hier in deze stand bijvoorbeeld het alleroudste voorwerp van de hele beurs, en als je ernaar kijkt denk je dat het moderne kunst is. Maar dat voorwerp is van 5000, 6000 voor Christus. Een grote kom met hele geometrische ogen. Een wonder, dat design! Alleen als belegging heeft het weinig zin. Dan heb je veel geduld nodig. Als je vandaag mooi Romeins brons koopt, voor tienduizend euro, dan is het overmorgen geen twintig waard.”

Archeologie stijgt dus, net als schilderijen, heel langzaam in prijs, maar het is volgens Mieke wel de goedkoopste discipline op de hele beurs. Yes! Nu durf ik te vragen hoe duur de sarcofaag is. “250.000 euro. Maar dat is mijn duurste stuk. Dat is de grootvader van Toetanchamon. Dan heb je al geschiedenis, je hebt iets heel bijzonders dat niet meer bestaat, en je hebt een naam.” Nog voor ik weer moedeloos word, geeft ze me een wijze les: “Als je rijk wilt worden op een snelle manier, moet je geen archeologie verzamelen. Maar als je een gelukkig, rijk mens vanbinnen wilt worden, dan wel.”   

 

Mieke doet me realiseren dat er meer is in het leven dan alleen maar investeringen en poen. Dat was ik bijna vergeten! Hoewel ik vandaag geen cent heb verdiend, voel ik me een stuk rijker dan toen ik hier aankwam. Ik heb mooie dingen gezien, en van alles geleerd. Ik besluit dat ik de tien euro dan maar ga investeren in mijn humeur van die dag. Voor een tientje kan ik precies één glas van de goedkoopste witte wijn en een oester kopen. Proost!

Je kunt nog tot en met zondag je kapitaal gaan investeren op de PAN-beurs in de Amsterdam RAI. Donderdag is er een speciale dag voor de jonge handelaar.

Logo

Logo