×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Werk is soms intrinsiek triestig, laat de film ‘Makala’ zien

Vice channels
 

Werk is soms intrinsiek triestig, laat de film ‘Makala’ zien

JT
Jan van Tienen

21 november, 2017, 08:30

‘Makala’ is een documentaire over het werk dat Kabwita, een jonge vader in Congo, verricht. Tijdens het bekijken van de film dwaalden mijn gedachten af naar mijn eigen werkzaamheden, en dat was niet altijd even fraai.

Mijn werk bestaat voornamelijk uit schrijven, en hoewel dat economisch gezien soms krankzinnig is, hou ik ervan steeds met tekst bezig te zijn. Toch zou werk werk niet zijn als het niet ook krankzinnig kut was af en toe. Want hoe leuk het schrijven ook is, plezier en bevlogenheid slaan eigenlijk in het proces wel een keer om in domweg door moeten zetten. Ploeteren. Beuken. Stompen.

Natuurlijk voel ik me dan soms ook een aansteller, want daar zit je dan, achter je laptop ellendig te zijn, terwijl ze elders in de wereld snoeiharde fysieke arbeid moeten verrichten voor hun centjes.

 

De film Makala drukt je wat dat betreft met je neus op het feit dat werk op veel plekken in de wereld waarschijnlijk zwaarder is dan jouw werk. De door de Franse filmmaker Emmanuel Gras geschoten documentaire toont een episode uit het arbeidzame bestaan van een jonge vader uit de Democratische Republiek Congo. Als kijker volg je Kabwita, die in het begin van de film een flinke boom omhakt. De camera zit dicht op hem, het ritselende geluid van het bladerdak en het botte getok van de bijl op het hout klinken kakelvers en zijn hard afgemixt. Het intrigeert. Als de boom eindelijk is omgehakt, maakt Kabwita houtskool van de gevelde reus. Als hij vervolgens met zijn geliefde bespreekt wat hij met de opbrengsten van de houtskool wil doen – een huisje voor hem en zijn gezin bouwen, hun leven beter maken –, begint te dagen wat ook de filmmaker wil tonen: werk. Arbeid. Zwoegen.

Terwijl je Kabwita’s verrichtingen volgt die soms bijna meditatief zijn gefilmd, denk je na over wat werk is, en wat het voor jouzelf betekent. Als alle luie mensen vraag ik me weleens af hoe het zou zijn als ik in een andere omgeving was opgegroeid. Had ik dan hard gewerkt? Met meer doorzettingsvermogen?

Kabwita sjokt inmiddels door het stof, met zijn fiets die is volgeladen met plastic zakken vol houtskool. Het is hartverscheurend hoe hij wordt ingehaald door auto’s, door moderniteit, hoe hij onder elektriciteitsmasten doorloopt, hoe hij wegdommelt aan de kant van de weg, hoe hij verder stoft op zijn laarzen.

 

Je zou een vergelijkbare, doch andersoortige treurigheid kunnen vastleggen als je een moderne zzp’er zou volgen die naar een koffiezaak gaat, daar de laptop openklapt, gemaakt vrolijke gesprekken met andere laptopzwoegers houdt, en aan het eind van de dag in bed ligt te piekeren over rekeningen.

Terwijl ik het stuk schrijf, komt een huisgenoot, tevens vriendin binnen. Ze praat over het doorstaan van haar eigen baan, waarbij ze een licht-narcistische baas heeft die iedere conversatie domineert met zijn eigen sores. Ik luister, wil haar bijstaan, maar ik moet nog zo fucking veel doen dat ik het moet afkappen, het luisteren naar haar gesprek.

Ik kijk verder naar de film met een gevoel van onrust. De film is een technisch wonder. De shots zijn zeer dicht op de huid geschoten, en met name het geluid is prachtig. Hoe esthetiseer je het alledaags lijden van de mens dat werk is? Met een heel goede DOP en een slim geluidsplan. De regisseur en zijn geluidsman hebben een microfoon in Kabwita’s fiets gehangen, waardoor je het ding hoort piepen en kraken. Als ergens tijdens zijn vijftig kilometer lange wandeltocht, zijn economisch noodzakelijke martelgang, een zak scheurt door een ongeluk, doet het me fysiek pijn.

 

Als de camera op momenten van Kabwita’s gezwoeg om hem heen zwenkt, zijn lijden van voor en achter en onder en opzij laat zien, denk je: leg die fucking camera weg en help die man. Help die man een zak steenkool dragen, ploert.

Maar dan besef je dat dat ook het punt is: de werkende mens snakt naar verlossing, naar een helpende hand. Kabwita plant vooruit, rekent uit wat hij ongeveer kan verdienen met zijn steenkool, en werkt en zwoegt dan keihard om iets te bereiken. En wat betekent het uiteindelijk? Hem wordt onrecht aangedaan, hij is te moe om nog goed te steggelen over het geld dat hij voor de houtskool krijgt, hij zoekt het bij religie.

Kabwita werkt voor zijn familie, voor zijn kinderen, voor god. Met zijn inzet en planning zou hij het in een andere omgeving waarschijnlijk heel goed doen. Of zou hij, net als ik, melancholisch naar een scherm turen, nog eens een koffie drinken en zeuren dat hij niet genoeg betaald kreeg voor stukjes die hij over films schreef? Fuck, wat ben ik treurig. 4 van de 5 sterren!

‘Makala’ is te zien op het IDFA. Vrijdag 24 november draait de film in het Bijlmer Parktheater, en zondag 26 november in Tuschinski.

Logo

Logo