×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Deze documentaire laat (soms onbedoeld) zien hoe complex het gaswinningsprobleem in Groningen is

Vice channels
 

Deze documentaire laat (soms onbedoeld) zien hoe complex het gaswinningsprobleem in Groningen is

JT
Jan van Tienen

26 september, 2017, 11:04

De arrogantie van grote bedrijven had veel harder aan de kaak gesteld mogen worden.

In de jaren vijftig werd onder Groningen een aardgasveld ontdekt. Dat was toen een van de grootst bekende velden ter wereld: 2700 miljard kuub gas zat er in de Groningse grond. De Nederlandse Aardgas Maatschappij (NAM) werd opgericht en kreeg de concessie om het aardgasveld te exploiteren. Dat zorgde ervoor dat Nederland van kolenkachels overging op schonere gaskachels, het zorgde voor miljarden extra in de schatkist, het zorgde voor welvaart. Inmiddels weten we echter ook zo’n beetje wat er met de grond gebeurt als je er zo’n onvoorstelbare hoeveelheid gas uithaalt: die zakt in en er ontstaan aardbevingen. En dan moeten mensen huis en haard verlaten en komen ze in nieuwbouwwoninkjes terecht. Daar worden mensen in het algemeen – en Groningers in het bijzonder – niet gelukkig van.

Maar welke gevolgen van de gaswinning zijn er nog meer voor de mensen? En voor het milieu? En voor de staat? Complexe materie die filmmakers Paul Cohen en Martijn van Haalen wel en niet behandelen in hun documentaire Geschenk uit de bodem, die deze week in première ging op het NFF. Ik bekeek de film en zag ergens gemiste kansen op een waardevoller verhaal. Want met problemen die zo gigantisch en complex zijn als die van de Groningse gasaardbevingen en de gevolgen voor het milieu is het de vraag of we nog meer koddige human interest-verhalen nodig hebben, en niet gewoon diepgravende onderzoeksjournalistiek.  

Beeld uit de film Geschenk uit de bodem

Geschenk uit de bodem begint met een prachtige scène waarin we de sloop van een van de 43 te verdwijnen rijtjeshuizen in de Jarino-wijk in Loppersum van binnenuit zien. De mechanische klauw van een graafmachine grijpt naar binnen, door ruit en gevel, om zo vakkundig en snel iemands thuis tegen de vlakte te beuken. Het huis is niet aardbevingsbestendig en moet daarom worden vervangen. De hand van de overheid die in de levens van Groningers graait.

Die hand zien we later in andere vorm terug, als een taxateur rondloopt in de tuin van mensen wiens huis eveneens gesloopt wordt. Minnetjes sjort hij wat aan planten en de schutting, en dan vertelt hij het braafburgerlijke en beteuterd kijkende echtpaar – die ons aller ouders hadden kunnen zijn – dat hun tuin niet zoveel waard is, dat het ‘eigenlijk een heel gewone’ tuin is. De lul. We zien het als een vrouw zit te steggelen met iemand van het Centrum voor Veilig Wonen over de grootte van haar ramen die ze in haar vervangende woning zal krijgen: die worden veel kleiner dan die van het huis waar ze nu zit.

Dit soort gekloot maakt de woede die je ziet bij de gefilmde actievoerders van de Groninger Bodem Beweging invoelbaar. Je moet je huis uit, en als je vervolgens niet uitkijkt krijg je veel minder terug dan je had. De actievoerders ‘bezetten’ het kantoor van het Centrum voor Veilig Wonen, wat mooie film oplevert, als de directeuren van het CVW de demonstranten hartelijk welkom proberen te heten en ze vertellen dat ze zo lang mogen blijven als ze willen. De demonstranten laten ze niet uitpraten, maar ruimen joelend al hun rommel op, verzekeren zich ervan dat ze geen schade aanrichten en gaan dan weer weg.

Maar andere scènes zijn dan weer een stuk minder goed te behappen. Op een gegeven moment trekken de filmmakers Plinius uit de kast, de Romeinse schrijver die in de eerste eeuw na Christus leefde. Plinius was ooit in Noord-Nederland en had toen iets over de mensen daar gezegd. Die tekst zit in de film, met een dramatisch ingesproken (en tenenkrommende) voice-over, waarmee ze volgens mij iets over de Groningse volksaard proberen te zeggen. Wat natuurlijk onzin is, want de mensen in geruite overhemden in pasteltinten die beteuterd luisteren naar wat iemand van de overheid over hun volière zegt hebben echt geen moer met de mensen uit de tijd van Plinius te maken.

Beeld uit de film Geschenk uit de bodem

En als je dat hoort, vraag je je af waarom de film zo meandert, waarom de filmmakers niet meer stelling nemen. Er zijn bijvoorbeeld genoeg filosofische noten te kraken over de les die we uit deze zaak kunnen leren over klimaatverandering. Ik bedoel: mensen in Groningen zijn de dupe van de verandering van hun omgeving, een verandering die tot stand is gekomen doordat we met z’n allen gretig ingingen op het aanbod van goedkoop aardgas en een miljardenopbrengst door de export ervan. Wat gaan we daar nu dan aan doen, aan de gevolgen van een beslissing die zo’n zestig jaar geleden is gemaakt? Moet de rest van Nederland niet meer achter de gedupeerde Groningers staan? Zwijgen we hierover omdat we weten dat het uiteindelijk begrotingstekorten dicht en ‘wij’ in de rest van Nederland er vooralsnog geen last van hebben?

Er lijkt me ook meer verhaal zitten in de vraag waarom de directie van de NAM niet uitgebreid voor de camera van de makers wilde verschijnen om toelichting te geven, noch waarom ze zo moeilijk doen met het betalen van compensatie voor gedupeerde huiseigenaars. Het riekt naar de arrogantie van grote bedrijven, die wat mij betreft veel harder aan de kaak gesteld mag worden. In plaats daarvan kiezen de makers liever voor nog een portie Hollandse burgerlijke en bestuurlijke lulligheid, die ondanks het feit dat ze met liefde gefilmd is soms alsnog wat misplaatst voelt. Maar ook dat gevoel van misplaatstheid wordt weer versterkt door het gebruik van Plinius als voice-over. Ja, als ik ooit een film maak, weet ik zeker dat ik niet Plinius als voice-over in een film gebruik. Waarom zou je Plinius gebruiken in een film over de problemen van gaswinning? Veel is complex in de wereld, behalve mijn mening over dat idee: ik vind het geen goed idee.

Maar goed, door de film heb ik in ieder geval eens goed over milieuproblematiek en de arrogantie van grote bedrijven na zitten denken, en jij nu hopelijk ook. Toch nog een gelukkig einde aan dit stukje! Volgens schattingen worden al aan het eind van deze eeuw delen van Zuid-Azië onleefbaar door hittegolven, maar dat terzijde.

Geschenk uit de bodem, een film van Paul Cohen en Martijn van Halen, ging afgelopen zondag in première op het Nederlands Film Festival in Utrecht. De film draait donderdag om 15:45 uur nog in het Louis Hartlooper Complex.

Logo

Logo