×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Blut zijn en omringd worden door rijken is slecht voor je gezondheid

Vice channels
 

Blut zijn en omringd worden door rijken is slecht voor je gezondheid

JF
Juli Fraga, Photo: Peter Muller / Getty Images

2 augustus, 2017, 13:37

Volgens deze psycholoog heeft de verdeling van rijkdom op meer dingen invloed dan alleen de economie.

Dit artikel verscheen eerder op VICE Tonic

Om een leuk leven te hebben, is het soms noodzakelijk om spullen te kopen. Ik bedoel, dat je spullen koopt omdat de buurvrouw/een vriend/je baas ze ook heeft. Anders ga je je misschien onbelangrijk voelen op sociaal vlak en dat is niet leuk.

De meesten van ons azen niet op dezelfde Tesla of Louis Vuitton-tas als je beste vriend omdat je die zo graag wil. We kopen deze dingen omdat, als we onszelf vergelijken met onze rijkere medemens, je jezelf slecht voelt. Dit soort sociale vergelijkingen doen niet alleen weinig voor je zelfvertrouwen, ook je lichamelijke gezondheid en morele waarden lijden eronder. Het heeft zelfs invloed op vooroordelen op basis van afkomst of ras.

Volgens Keith Payne, als professor in de psychologie verbonden aan de Universiteit van North Carolina en schrijver van het boek The Broken Ladder: How Inequality Affects the Way We Think, Live, and Die, heeft onze kijk op inkomensongelijkheid meer invloed op ons dan we denken. Zijn bevindingen laten zien dat deze kijk zorgt voor ongelijkheid in de manier waarop we keuzes maken en de complexiteit van onze belangrijkste relaties.

We spraken met Payne over zijn boek en hoe de ongelijke verdeling van rijkdom in Amerika op meer dingen invloed heeft dan alleen de economie.

Kun je wat vertellen over hoe jouw achtergrond je inspireerde om dit boek te schrijven?
Ik groeide op in Kentucky, op het platteland, op twee uur rijden van Louisville. Er is in Kentucky veel armoede en inkomensongelijkheid, maar pas op de middelbare school realiseerde ik me dat er mensen waren die de wereld anders zagen dan ik. Toen ik leeftijdsgenoten uit de middenklasse ontmoette, merkte ik dat zij anders dachten dan de mensen waar ik mee opgroeide. Ze zagen de toekomst anders, namen minder risico’s. Ik kwam erachter dat mijn gevoelens meer te maken hadden met ongelijkheid dan met armoede. Daar wilde ik het over hebben in mijn boek.

Hoe kan ongelijkheid ons psychologisch beïnvloeden?
Iedereen weet dat de rijken steeds rijker worden. Als je kijkt hoe rijkdom is verdeeld in ons land, zie je dat de top 1 tot 5 procent van Amerikanen nu rijker is dan twintig jaar geleden. De onderste zestig procent van het land is financieel gezien hetzelfde gebleven sinds de jaren zestig. Als je het objectief bekijkt, lijkt het alsof we het fantastisch doen, maar als je kijkt naar onze culturele conversaties, hebben mensen een minder rooskleurig beeld.

Dit is namelijk wat er gebeurt: als de bovenlaag steeds rijker wordt, vergelijkt iedereen zich met hen, zelfs als je familie dezelfde hoeveelheid geld heeft als vroeger. We voelen ons in vergelijking armer. Dat gevoel verandert onze ambities, en het lijkt alsof we steeds meer nodig hebben om te overleven, omdat we ons meten aan mensen die ook echt meer hebben. Dat noemen we ‘opwaartse sociale vergelijking’, onze neiging om te letten op de ‘top’, de mensen die het beter doen dan wij.

Dus we kijken maar een kant op?
We identificeren ons meer met winnaars dan met verliezers. Kijk bijvoorbeeld naar reality-televisie. Er zijn veel programma’s over rijke mensen: Real Housewives, The Kardashians, maar er zijn weinig programma’s over een klusjesman. Ook al hebben we kritiek op de Kardashians, willen we wel leven net als zij. Het uiteindelijke resultaat is, als de top rijker wordt, dat iedereen het gevoel krijgt meer nodig te hebben, wat ertoe leidt dat mensen meer risico’s nemen.

Het onderzoek dat ik heb gedaan laat zien dat als er meer inkomensongelijkheid is, we meer aandacht hebben voor winnaars en dat we eerder grote risico’s nemen met hoge beloningen. We zien dit patroon ook in zoekopdrachten op Google. In staten als New York, Connecticut en Wyoming, waar er meer inkomensongelijkheid is, zoeken mensen naar riskantere leningen en trucjes om snel rijk te worden. Ze zijn bereid om grotere financiële risico’s te nemen, zelfs als ze zich daardoor in de schulden werken.

In je boek heb je het er ook over dat het de emotionele en fysieke gezondheid van mensen aantast. Kun je daar wat meer over vertellen?
In steden en staten met een grotere inkomensongelijkheid wordt meer drugs gebruikt, is er meer overgewicht en wordt er meer gerookt. Het resultaat: een kortere levensverwachting. Mensen hebben ook vaker last van depressies en angstaanvallen. Het is ironisch dat we deze problemen associëren met inkomensonzekerheid, maar deze dingen hebben meer te maken met ongelijkheid dan met armoede.

Er wordt in de media vaak gesproken over narcisme. Denk je dat ongelijkheid mensen narcistischer maakt?
Ik ben niet bekend met onderzoek naar dit onderwerp, maar ik weet wel dat een sociale vergelijking ervoor zorgt dat we meer gefocust zijn op ons uiterlijk. Een van de bevindingen uit mijn boek laat zien dat in gebieden met grotere inkomensongelijkheid, mensen eerder geneigd zijn om hun rijkdom te tonen. Dat zijn de mensen die dure spullen en auto’s kopen en kleding van ontwerpers dragen. Ik weet niet of we narcistischer worden, maar het zorgt ervoor dat we meer nadruk leggen op hoe we eruitzien voor anderen.

Wat hoop je dat er voor discussie volgt op je boek?
Ik hoop dat mijn boek overbrengt dat zelfs als we niet kunnen stoppen met onszelf vergelijken met anderen, we het op een flexibele en slimme manier doen. Bijvoorbeeld door niet altijd naar boven op de ladder kijken, maar onszelf vergelijken met hoe we waren in het verleden, vooral als het nu beter gaat. We kunnen onszelf ook vergelijken met mensen die minder hebben dan wij, dat zorgt ervoor dat je blij bent met wat je hebt. Dit soort vergelijkingen geven ons een schouderklopje, alsof we in de groep zitten met de mensen die alles hebben. Dan voelen we ons ook winnaars.

Logo

Logo