×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Hoe het is om je kantoorbaan op te zeggen voor een bestaan als geitenmelker

Vice channels
 

Hoe het is om je kantoorbaan op te zeggen voor een bestaan als geitenmelker

SB
SARAH BERMAN

21 juli, 2017, 10:22

"Drie maanden later vroeg mijn baas of ik weer bij hem wilde komen werken, maar ik zei dat ik het te druk had met het oogsten van bloemkool."

Fuck kapitalisme. Platbranden die zooi. Waarom kan ik mijn geld niet verdienen door dutjes te doen?

Dit soort gedachtes komt iedere dag wel een paar keer in me op. Sinds ik volwassen ben ging ik er altijd vanuit dat iedereen wel fantaseerde over een manier om zijn baan op te zeggen en iets anders te gaan doen. Als ik naar mijn vrienden kijk dan klopt dat ook wel. (Blijkbaar fantaseren juist journalisten over hoe ze hun carrière kunnen stoppen.)

Maar niet iedereen heeft de ballen om ook daadwerkelijk de trekker over te halen—waarmee ze mogelijk voorgoed de carrière beëindigen waar ze tien jaar of meer over hebben gedaan om hem op te bouwen. Er is een speciaal soort werkhater voor nodig om de sleur van een negen-tot-vijf-baan achter zich te laten en een bestaan te beginnen als barman, honden-uitlater of geitenmelker. 

Natuurlijk zit niet iedereen overdag achter een bureau, maar gezien mijn eigen obsessieve drang om de competitieve wereld te verlaten wilde ik weten welke minder stressvolle, kantoorloze vormen van leven echt werken. Voelt het hoeden van geiten echt als een ontsnapping uit het kapitalistisch systeem? Of vervang je daarmee de ene rat race voor de andere? Heb je dan wel genoeg geld om eten te kopen of krijg je er al snel spijt van?

Om daar achter te komen verzamelde ik verhalen van mensen die zeggen dat het ze gelukt is om die rat race helemaal achter zich te laten. Voel je vrij om aan de hand van hun verhalen je eigen plan te maken om de ketens van het kapitalisme af te werpen. Maar als je daadwerkelijk met je baan stopt kom dan niet bij me klagen als je plannetjes mislukken.

Nadya (35)

Was verslaggever. Is nu groenteboer.

Ik had ervoor gekozen om journalist te worden en begon bij een studentenblaadje op Carleton University in Canada. Dat was heel leuk om te doen. Ik herinner me hoe ik in belachelijke kleren op mijn fiets naar de redactie racete—er was toch geen baas die er wat van zei.

Na mijn afstuderen ging ik terug naar Newfoundland waar ik als verslaggever begon te werken voor The Telegram. Daar ging het er heel anders aan toe. Ik stond er aan de onderkant van de voedselketen en werkte in een mannelijke haantjescultuur. Ik zat er in ploegendienst—de ene twee weken werkte ik overdag, de andere twee weken deed ik avondwerk. Ik moest allemaal klusjes doen die niet zo interessant waren maar waarvan iedereen vond dat ze toch moesten gebeuren. Als in: ga verslag doen van de presentatie van het nieuwe politiepaard.

Ook schreef ik veel verhalen over de gezondheidszorg, zoals een artikel over een man die met een vliegtuig naar Nova Scotia moest worden gebracht voor een epilepsiebehandeling… De hoofdredacteur zei dat ik het verhaal moest laten vallen, maar toen belde die man op en zei hij dat hij zelfmoord zou plegen als ik geen artikel over hem schreef. Mijn baas zei dat ik gewoon de hoorn erop moest gooien. Dat vond ik erg lastig. Ik bedacht me dat ik ergens anders moest gaan werken waar ik echt het verschil kon maken, en waar het wat menselijker aan toeging dan op het drukke werk voor de hongerige internetmachine van de krant.

Mijn ouders hadden me al ooit geleerd hoe ik een groentetuin moest onderhouden.

Toen ik de kans kreeg om een biologische boerderij over te nemen van een boer die met pensioen ging was de keuze snel gemaakt. Mijn ouders hadden me al ooit geleerd hoe ik een groentetuin moest onderhouden. Ik besloot niets meer met mijn schrijfskills te doen. In plaats van de hele tijd maar met mijn hoofd bezig te zijn, ging ik heel andere delen van mijn lichaam gebruiken. Toen mijn baas bij The Telegram me twee of drie maanden later opbelde met de vraag of ik weer bij hem wilde komen werken, zei ik dat ik het te druk had met het oogsten van bloemkool.

In de journalistiek verdiende ik meer dan in de landbouw. Maar het boerenbestaan gaf me meer voldoening—ik wilde gewoon meer met mijn lichaam doen. Na een paar jaar in het boerenleven kwam ik erachter dat ik met dat inkomen geen gezin zou kunnen onderhouden en besloot ik een opleiding te volgen tot massagetherapeut.

Maar ik ben niet teruggegaan naar een negen tot vijf baan en ik denk dat ik dat ook nooit meer zal doen. Ik heb geleerd dat alles wat je doet tijd en energie zal kosten. Dan kun je maar beter iets doen waar je hart ligt—iets dat je helpt om te groeien op een geestelijk niveau, niet iets waar je een huis of een auto mee kunt kopen.

Ashley (34)

Werkte als financieel administrateur. Is nu kleermaker.

Dertien jaar lang heb ik in de financiële sector gewerkt. Begin dit jaar zat ik nog op de afdeling investeringen. Ik investeerde duizenden en duizenden dollars voor klanten per dag. Dat was heel stressvol—ik werd erg onder druk gezet door de mensen voor wie ik werkte, en ik draaide extreem lange dagen. Ik begon om zeven uur ’s ochtends zonder dat ik wist op welk tijdstip ik weer naar huis kon. Er was gewoon geen balans tussen werk en vrije tijd. Dat is trouwens wel typerend voor dit soort bedrijven. Ze zeggen dat ze geestelijke gezondheid en welzijn heel belangrijk vinden maar eigenlijk is dat niet zo.

Ik heb psychische problemen. Vier jaar geleden zei de psychiater dat ik borderliner was en daardoor ook aan depressies en angststoornissen lijd. Het ging een tijdje goed, maar toen stortte ik weer in. Ik meldde me vaak ziek. In maart ging het echt mis. Toen wilde ik een paar weken lang het huis niet meer uit. Alleen al de gedachte om naar het werk te gaan zorgde ervoor dat mijn lichaam verstijfde. Alsof mijn lichaam zei: “nee, je kunt niet gaan”.

Ik had wel geld maar ik had geen tijd om ervan te genieten. Ik had ook niet het idee dat ik echt nuttig werk deed, het voelde niet als iets wat ik wilde. Ik ben altijd al een creatief persoon geweest en deed dingen naast mijn werk die de verveling een beetje moesten verdrijven. Drie jaar geleden begon ik gebreide kleding te verkopen—vooral hoeden, wanten en sjaals.

Dat doe ik nu al een paar maanden full time en het is het leukste wat ik ooit heb gedaan. Ik ben zo ontzettend gelukkig. Ik heb een nieuwe emotie ontdekt die ik stress-gewonden noem. [Dat is een mix tussen gestresst en opgewonden, red.] Ik ben de hele tijd maar stress-gewonden. Het maakt me niet uit dat ik gestresst ben zolang ik maar gestresst raak door iets dat ik leuk vind en zelf heb bedacht.

Ik deel mijn dagen best flexibel in. Ik sta nog steeds vroeg op, dan rommel ik een beetje aan en maak ik een ontwerp voor een of andere muts. Dan ga ik lunchen met vrienden. Als ik thuiskom ga ik weer iets proberen te maken. Pas als de meeste mensen alweer thuis zijn van werk en mijn vrienden online aan het klagen zijn over hun werk, komt bij mij de creativiteit echt los.

Als ik terugkijk denk ik dat ik beter een paar maanden had kunnen wachten voordat ik met mijn baan zou stoppen. Dan had ik wat meer kunnen sparen. Het ging namelijk snel, in een maand had ik alles geregeld. Financieel zit ik nu wel goed—als ik met iemand wil gaan eten in een restaurant dan kan dat gewoon. Maar ik kan niet op vakantie. Niet dat ik dat zou willen hoor. Ik kom rond, het gaat oké, maar als ik rekeningen open denk ik: “Hmmm, hoe regel ik dit?”. Maar dan nog, dat gevoel heeft iedereen denk ik wel.

Als het echt slecht voor me uitpakt, zou ik dan weer een of ander stom baantje aannemen? Misschien wel, dat heb ik mijn hele leven al gedaan. Het gaat erom dat je geld verdient. Als je daarvoor als serveerster moet gaan werken dan doe je dat. Maar ik zou niet weer een baan aannemen die je ziel kapotmaakt, daar is het leven te kort voor.

Foto via Flickr.

Shannon (32)

Was journalist. Is nu professioneel honden-uitlater.

Ik begon meteen na de school voor journalistiek met werken. Ik ging van onbetaalde stage naar onbetaalde stage, en van slecht betaalde baan naar slecht betaalde baan. Ik werkte voor een muziekblaadje en voor een tijdschrift over bruiloften. Ik deed een stage voor de Canadese televisie en ik werkte voor een Marktplaats-achtig bedrijfje. Ik was iedere dag maar bezig met kloteklusjes en ik had er echt de pest in.

In mijn vorige baan had ik net voor 1400 dollar een nieuwe computer gekocht toen het bedrijf failliet ging. Ze ontsloegen iedereen. Dat was voor mij de druppel. Ik moest geld gaan verdienen en ik wist dat ik dat niet kon doen door te schrijven.

Op de middelbare school had ik al een baantje gehad als honden-uitlater gehad en ik besloot om dat maar weer te gaan doen. Dat veranderde alles. Ik werkte samen met de vrouw die het bedrijf had opgericht. Meestal hoefde ik alleen tussen tien uur ’s ochtends en drie uur ’s middags te werken en daarmee verdiende ik net zoveel als op een hele dag als journalist. Ik werd per hond betaald. Omdat ik het niet erg vond om met een grote groep honden te lopen kon ik best nog wat verdienen.

Er was ook geen druk meer en dat vond ik wel fijn. Mijn dagen kregen iets relaxed. Aan het eind van de dag had ik ook een gevoel van voldoening. En ik had tijd om andere dingen te doen. Als ik wil kan ik ook nog schrijven, maar het werk is niet zo vermoeiend als toen ik een hele dag moest schrijven, en ik op een gegeven moment van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat naar een computerscherm staarde zonder iets uit mijn vingers te krijgen.

Aziza (33)

Werkte als PR consultant. Is nu geitenmelker.

Ik zat meer dan acht uur per dag in een geestdodend kantoortje. Ik was altijd blut, en kon maar moeilijk mijn hoofd boven water te houden.

’s Ochtends maakte ik overzichten van mediaberichten over klanten en belde ik met de bedrijven voor wie ik werkte. Ook deed ik veel administratief werk. Ik moest heel veel kleine klusjes opknappen, dus mijn functieomschrijving klopte niet echt met wat ik deed. Ik kreeg gewoon al het werk op mijn bureau waar mijn collega’s geen zin in hadden.

Ik zat meer dan acht uur per dag in een geestdodend kantoortje.

Toen werd ik plotseling heel ziek. Ik had steeds pijn maar wist niet precies wat het was. Al snel had ik door dat het deels psychisch was. Ik ontdekte hoe ongelukkig ik was—met mijn hele leven, maar vooral met mijn baan. Daardoor voelde ik me ziek. Ik keek het nog een maandje aan maar toen kreeg ik door dat er echt iets moest veranderen.

Gelukkig had ik een werkloosheidsverzekering en kreeg ik een uitkering nadat ik mijn baan had opgezegd. Eerst ging ik wat rondreizen. Toen ik terug was besloot ik dat ik niet meer in de stad wilde wonen en vertrok ik naar Salt Spring Island. Ik wist ook niet goed wat ik daar zou gaan doen, maar ik hield van boerderijen en van tuinieren en toen ontdekte ik deze geitenboerderij.

Ik ben er een beetje ingerold en het heeft allemaal goed uitgepakt. Ik krijg zo veel voldoening uit dit werk. De dieren hebben me echt nodig om gevoed te worden en te worden gemolken. Ze staan altijd op me te wachten. Ik zie ook echt het resultaat van mijn werk. Eigenlijk is het heel simpel.

Het leven buiten de stad in een kleine gemeenschap geeft ook een heel andere ervaring. Ik had in het begin niet altijd geld, maar omdat ik in een gemeenschap woonde kon ik mijn spullen ruilen voor iets dat ik nodig had, geitenmelk bijvoorbeeld. Ik voelde me rijker dan ooit. Een van de nadelen is wel dat ik op een boerderij woon. Je woont bij mensen in huis en moet leven volgens hun regels. Dat was in het begin wel moeilijk voor me. Ik had op een gegeven moment behoefte aan mijn eigen plek, apart van het werk.

Ik ben ervan overtuigd dat als je twijfelt over je werk, je de sprong in het diepe moet wagen. Ook als het niet meteen ideaal of perfect is. Ik heb daardoor veel geleerd over mezelf en over wat ik belangrijk vind en ik weet nu waar mijn grenzen liggen.

Brad (40)

Was filmtechnicus. Werkt nu achter de bar.

Toen ik nog als technicus werkte bij filmproducties maakte ik werkweken van tachtig en soms zelfs van negentig uur. Zo werkt het nou eenmaal in de filmwereld—je werkt minimaal twaalf uur per dag en als je draaidagen hebt kan het zelfs vijftien of zestien uur zijn. Dat gaat dan zo’n vier weken door. Ik heb ook weleens 32 dagen aan een stuk gewerkt.

Je raakt verslaafd aan het geld. Hoe meer je werkt, hoe meer je verdient. Het moet ergens rond de derde verjaardag van mijn dochtertje zijn geweest dat ik thuiskwam na een hele reeks klussen. Ik had haar een paar weken niet gezien en ze deed een beetje vreemd. Ze rende niet naar me toe zoals gewoonlijk. Ik vond dat heel erg en besloot dat er iets moest veranderen.

We wilden altijd al een stukje land kopen—mijn vrouw houdt van paardrijden—en dus besloten we om ergens te gaan wonen waar we meer voor ons geld konden krijgen dan in Vancouver. We verhuisden naar Meeford, Ontario—een dorp met maar vierduizend inwoners. Het leven was daar een stuk goedkoper. Hypotheek, boodschappen, alles kost er minder.

We moeten nog wel een beetje uitvinden hoe het hier allemaal werkt. We moeten heel vaak grasmaaien bijvoorbeeld. We hebben geiten en kippen en konijnen, echt heel leuk. Soms verkoop ik wat eieren, maar dat is geen vetpot. Twee dagen per week sta ik achter de bar in een pub en ik doe het verder gewoon rustig aan. Mijn vrouw is een productiebedrijfje begonnen voor de theaterwereld. Ze geeft acteerlessen en heeft op die manier echt haar niche gevonden.

Als ik meer geld nodig zou hebben dan zou ik weer de filmproductie ingaan. Maar nu heb ik niet meer die stress en die druk. Ik gebruik een groot deel van mijn hersenen niet meer en ik vind het nog steeds leuk wat ik doe. Ik werk in de dorpskroeg: het is de beste baan die ik me hier kan voorstellen.

Headerfoto via pixabay.

Logo

Logo