×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo David Pefko vindt wat monsterfraudeur Bernie Madoff gedaan heeft best knap

Vice channels
 

David Pefko vindt wat monsterfraudeur Bernie Madoff gedaan heeft best knap

Door Henk Bovekerk

14 juni, 2017

Ik sprak de Nederlandse schrijver over zijn Wall Street-drama 'Daar komen de vliegen'.

Fraude, hebzucht, en heel veel geld – de Amsterdamse schrijver David Pefko (1983) schreef een meeslepende roman over een Amerikaanse Jood die decennialang zijn eigen mensen voorhield dat hij hun spaargeld investeerde, terwijl hij het op zijn eigen bankrekening liet staan en er samen met zijn vrouw en zoon riant van leefde. Jerry Kirschenbaum heet de frauduleuze vermogensbeheerder in Daar komen de vliegen, en Pefko baseerde hem op Bernard Madoff, de 79-jarige New Yorker die in september 2008 door de FBI werd opgepakt, en nu een straf van honderdvijftig jaar uitzit.

Zolang je niet gepakt wordt is er aan een Ponzi-schema weinig verkeerd, zegt Pefko. Het is eigenlijk best knap wat Madoff gedaan heeft, en omdat hij zelf ook wat gefraudeerd heeft in het verleden voelt Pefko zich een beetje met de Amerikaan verbonden. Bovendien is Madoff (en hoofdpersoon Kirschenbaum) ook een mens met wensen en verlangens, en in deze grote Amerikaanse roman van Nederlandse bodem maakt Pefko de tragiek van de fraudeur op spannende en grappige wijze invoelbaar.

Ik sprak met David Pefko over fraude, schrijven, werken, het leven, en of hij zelf een beetje met geld overweg kan.

VICE Money: Hoi David, ik hoorde dat je ooit hebt vastgezeten voor belastingfraude, klopt dat?
David Pefko:
Ja. Ik was heel jong, had een bedrijf, was onervaren, en betaalde geen belasting. Ik wist eigenlijk ook niet dat het moest, maar wel dat je geld terug kon krijgen van de belastingdienst als je een bedrijfje had. Daarmee ben ik toen heel hard tegen de lamp gelopen en ook vastgezet. Toen ik weer vrij was wilde ik ogenblikkelijk het land uit. Ik reisde naar Griekenland met nachttreinen en de ferry, omdat ik bang was op het vliegveld opgepakt te worden. Ook daar had ik last van angst. Na twee jaar Griekenland heb ik mijn debuutroman geschreven, een beetje uit verveling. Daarna was de angst opeens weg.

Wanneer was dat?
Dat is inmiddels tien jaar geleden, maar drie jaar geleden werd ik opnieuw in de boeien geslagen, omdat ik het probleem met de belasting nog steeds niet helemaal opgelost had. Een enorme taakstraf heb ik gekregen en gedaan, maar nu is het gelukkig klaar, daarom vind ik het nu niet moeilijk om daarover te praten. Als er nog lopende zaken waren dan zou ik natuurlijk wijselijk mijn mond houden.

Heb je daar een strafblad aan overgehouden?
Ja.

Dat is rot.
Valt wel mee. Als je een huis koopt of een kind wil adopteren is het een probleem, maar verder…. Heb jij een strafblad?

Nee. Maar je mag Amerika toch niet meer in als je een strafblad hebt?
Nee hoor, ik ben er twee jaar geleden nog geweest. Je kunt gewoon een ESTA aanvragen, en als je verzwijgt dat je met justitie in aanraking bent geweest is er geen probleem. Toen ik daar aankwam dacht ik wel: als ze het nu checken dan moet ik terug. Dat zou pech zijn.

Schrijver David Pefko. Foto: Bert Nienhuis

Wanneer was je in Amerika?
Twee jaar geleden.

New York?
Ja. Maar niet voor het boek. Mijn vriendin woonde daar op dat moment, ze deed hersenonderzoek op een laboratorium. Ik ging haar ophalen en ben er een maand geweest, en daarna nog een maand in onder meer Louisiana. Toen was ik nog helemaal niet met dit boek bezig. Achteraf gezien heb ik er veel aan gehad.

Hoe lang heb je aan Daar komen de vliegen geschreven?
Zeven maanden. Schrijven is mijn enige werk, dat is een voordeel. Ik heb een zoontje, daar zorg ik voor, en als hij slaapt schrijf ik. Dit boek is ontstaan toen hij net geboren was. Ik vind het idee dat ik maanden aan een roman kan werken heerlijk. Het is eng, want je kunt de weg kwijtraken en het gevoel krijgen je tijd te hebben verdaan met onzin, maar het is ook fijn.

Heb je vaste tijden waarop je schrijft?
Meestal van negen tot elf ’s ochtends, en dan van twee tot vier ’s middags. Momenteel niet, omdat ik nu vooral nog in mijn hoofd aan mijn volgende roman werk, het thuis en in mijn familie erg druk is, en ik nog best wat opdrachten ernaast heb die ik eerst moet afmaken. Daarna kan ik fris aan de slag. Ik begin meestal in de zomer, in Griekenland. Daar heb ik echt geen flikker te doen, en dan ga ik schrijven. Dat is dan een kwestie van gaan zitten en het doen. Het duurt vaak lang voor ik begin, want ik ben lui en denk meestal eerst lang na, dagdroom dat ik schrijf terwijl ik nog geen letter op papier heb, maar als ik eenmaal op stoom ben, komt het er ook in één klap uit.

“Dit is toch een tijd waarin je jong, vrouw, mooi of een Tim Hofman-achtig figuur moet zijn om succes te hebben als schrijver.”

Hoe kwam je op het idee voor Daar komen de vliegen?
Het zal je niet verbazen dat dit boek gebaseerd is op Bernie Madoff. Vanaf 2008 lees ik alles wat er over hem te vinden is. Daar deed ik niets mee, tot ik voor Das Magazin een kort verhaal moest schrijven, voor het boek De tien. Ik had daar een halfjaar de tijd voor gekregen, en een dag voor de deadline kreeg ik een mailtje. “Hey Pefko, we hebben nog niets ontvangen, kun je binnen vierentwintig uur iets sturen anders komen negen andere schrijvers in de knoop, want het boek heet De tien weet je nog? Anders moeten we op zoek naar iemand anders.” Het eerste wat in me opkwam was een verhaal over Bernie Madoff, een fantastisch onderwerp. Toen heb ik in twee uur een verhaal over oplichter Jerry Kirschenbaum geschreven. Ergens zit dat ook in dit boek verwerkt, maar ietwat aangepast, anders zou Das Magazin kunnen denken dat ze er rechten aan kunnen ontlenen. Het onderwerp kwam weer naar boven toen ik over een nieuw boek zat na te denken, al had ik rond die tijd het schrijverschap eigenlijk al een beetje opgegeven.

Waarom wilde je niet meer schrijven?
Dit is toch een tijd waarin je jong, vrouw, mooi of een Tim Hofman-achtig figuur moet zijn om succes te hebben als schrijver. Je kan nog zulke goeie boeken schrijven, het blijft moeilijk om ervan te leven. Voor ik aan deze roman begon was ik gestopt met het vorige boek dat ik schreef, omdat ik er niet mee verder kwam. Ik had daarna niet meer zo’n zin om boeken te schrijven. Ik heb altijd geschreven, sinds mijn elfde of twaalfde al, dus wat mij betreft mocht het ook gewoon eens stoppen. Ik heb zo veel baantjes gehad, dat ik dacht: ik kies iets anders waar ik goed in ben, en ga dat doen.

Wat voor baantjes?
Van mijn zeventiende tot mijn vierentwintigste was ik kunsthandelaar. Daar was ik goed in, dat zou ik weer kunnen oppakken. Ik heb ook in tweedehands spullen gehandeld, vooral kleding en meubels. Of ik zou iets in de reclame kunnen gaan doen, of met film. Veel opties dus, maar gek genoeg ging ik toch weer schrijven, ook omdat ik toch thuis zat met mijn zoontje en me stierlijk verveelde als hij sliep. Veilingen afgaan om spullen te kopen kon ik niet, dus ging ik maar weer een boek maken.

Dus je gebruikte het verhaal dat je voor De tien had geschreven.
Ja, en daar heb ik toen een stukje voor en een stukje na geschreven, en daarna ging het opeens vanzelf. Ik schreef in die maanden drie- tot vierduizend woorden per dag, achter elkaar. Ik ben daar blij mee, al heb ik op dit moment een flinke dip hoor, zo erg dat ik eigenlijk niet meer wil schrijven. Ik vind het altijd zo’n tegenvaller wanneer een boek verschijnt, en het niet veel doet. Niet dat ik beroemd wil worden, maar dan denk ik: kom op! Pak dit boek op mensen! Iemand moet het oppakken. Met slechte boeken gebeurt dat aan de lopende band, mensen zijn namelijk dol op stront, dus misschien speelt dat ook wel mee, want dit is natuurlijk geen stront. Of moet ik zeggen dat het stront is zodat men het koopt? Het is stront.

Omslag van Daar komen de vliegen. Ontwerp: Sander Patelski

Wat fascineerde je zo aan Bernie Madoff?
Alles. Hij is een man met een gezin, een vrouw, een grote familie; een Joodse man onder Joodse mensen, die zijn eigen mensen opgelicht heeft. In mijn hoofd is het een gevoelige man, met angsten en psychische problemen. Nergens las ik daarover, op één zinnetje na: een oude arts van hem in New York had gezegd dat hij Madoff jaren angstremmers voorschreef. Onder het mom van een drukke baan op de beurs, dus veel stress, maar er was dus ook iets heel anders gaande.

Sinds 1960 beheerde hij een piramidespel van zo’n 65 miljard dollar.
Eigenlijk uiteindelijk maar 18 miljard, die 65 miljard die in de media terecht kwam slaat nergens op, maar dat terzijde. Het heeft te maken met een berekening van alle winsten die Madoff beloofd heeft tot bijna in het oneindige. Een beetje zoals de belastingdienst een gissing doet bij de ontdekking van fraude, zo werd dat bij Madoff ook gedaan, maar goed: het langdurige aan het spel, als je het een spel kunt noemen, vond ik heel fascinerend. Hoe houd je dat zo lang vol? En dan de gedupeerden. Hoe goedgelovig, dom en hebberig kun je zijn? Dat alles, en dan met zijn hoofd, zijn uitstraling, vond ik geweldig interessant.

Waar komt die interesse vandaan?
In 2008 zag ik zijn gezicht op tv verschijnen met de tekst “de grootste fraudeur uit de geschiedenis” erbij. Ik dacht toen niet zo goed over mezelf, had zelf wat fraude achter de rug met de belasting, en dus voelde ik me met hem verbonden. Nu is dat stukken minder, maar tijdens het schrijven voelde ik toch wel liefde voor de man, zijn gezin, en alles eromheen.

Bewonder je hem?
Nee, maar ik vind het wel knap wat hij heeft gedaan. Ik heb al van kinds af aan een lichte fascinatie voor criminelen en criminaliteit. Bernie Madoff leefde in angst, ik heb zelf ook in angst geleefd, dus ik dacht van alles te herkennen en voelde me meteen thuis.

“Ik praat niet goed wat Madoff gedaan heeft, maar ergens vind ik het ook niet zo heel erg, merk ik.”

Vind je zo’n Ponzi-schema niet superslecht en verwerpelijk?
Nou, totdat zo’n systeem ontmanteld wordt werkt het heel goed. In die zin is het iets slims te noemen. Het is een spel met de tijd, de tijd tussen een belofte en het inlossen van die belofte. Het komt veel voor, het gebeurt altijd wel ergens ter wereld. Je kunt zelfs zeggen dat Madoff totdat hij ontmaskerd werd eigenlijk nog niets verkeerd deed. Hij was crimineel bezig, want hij misleidde mensen, handelde helemaal niet op de beurs, deed helemaal niks met het geld behalve het op zijn bankrekening stallen, maar hij kwam zijn verplichtingen wel na. Pas toen mensen hun geld terug wilden kwam hij in de problemen. Ik praat dat niet goed, maar ergens vind ik het ook niet zo heel erg, merk ik.

Heb je medelijden met figuren als Madoff en Kirschenbaum, je hoofdpersoon?
Madoff is eind zeventig en komt nooit meer uit de gevangenis. Hij heeft twee zoons verloren, zijn vrouw is verslaafd aan drugs en alcohol en talloze gedupeerden hebben zelfmoord gepleegd. In hoeverre mag je dan medelijden hebben? Maar hij is ook gewoon een mens voor mij, waarschijnlijk met een enorm minderwaardigheidscomplex vanuit zijn jeugd. Ik voel daar toch wel sympathie voor. Crimineel of niet, hij blijft een soort underdog.

Wel een steenrijke underdog.
Weet je wat het gekke is? Toen mijn boek net uit was, was ik veel positiever over Madoff. Nu het verhaal klaar is kan ik steeds minder dingen bedenken waarom ik hem zo sympathiek en mooi vond. Tegenwoordig lees je over Madoff vooral zijn aanklachten richting het financiële systeem. De economie is één groot Ponzi-schema, zegt hij. Hij heeft zijn kracht verloren. Hij had aan het begin van zijn carrière gewoon moeten toegeven dat hij het niet kon. Maar hij kon ontzettend goed praten en mensen overtuigen. Hij had vooral therapie nodig gehad, en zijn daden moeten opbiechten voordat er zo veel geld mee gemoeid was.

Bernie Madoff. Foto: Wikimedia Commons

Wat is het meest tragische aan een fraudeur?
De eenzaamheid ervan. Je kunt het aan niemand vertellen.

Heb je gedupeerden van Madoff gesproken voordat je dit boek schreef?
Nee.

Heb je boze reacties gekregen op je boek?
Nee. De meeste lezers vinden mijn hoofdpersoon Jerry Kirschenbaum een machtig interessant figuur. Die lezers vergeten de slachtoffers ook een beetje.

Waarom zitter en zo veel perspectieven in je boek?
Eerst had ik alleen het verhaal over Jerry, maar halverwege vond ik dat niet voldoende. Andere personages wilde ik ook een stem geven, om Kirschenbaum van meerdere kanten te kunnen belichten. Ik wilde laten zien hoe zijn vrouw hem ziet, zijn chauffeur, zijn zoon, een werknemer, een gedupeerde, etcetera. Dat is ook de hele lol van het schrijven. Alleen Jerry’s perspectief zou te eenzijdig zijn geweest.

Welk personage vind je het sneust?
Eduardo, Kirschenbaum’s chauffeur. Die vijf hoofdstukken bij elkaar vertellen echt een Amerikaans drama: hardwerkende immigrant met zes kinderen die hogerop wil komen in de maatschappij, een huis koopt, dat kwijtraakt en nooit meer werk vindt.

Hoe werk je zelf?
Liggend. Ik heb in mijn werkkamer een bed staan en daar ga ik op liggen, met twee kussens op mijn buik met daarop mijn laptop. Ik typ net zo lang tot mijn armen helemaal gevoelloos worden, en dan kan ik stoppen. Of moet ik stoppen.

Heb je geen last van RSI?
Nee, want ik schrijf niet zo lang achter elkaar. Dat kan ik niet, dat is te uitputtend. Na die twee uur ’s ochtends ben ik op. ’s Middags lees ik de tekst nog eens door die ik al heb geschreven, en die verfijn ik nog een beetje. Daarna laat ik het voor wat het is en de dag erop begin ik weer met schrijven. Ik kan ook weleens lang zitten pielen aan één zin, maar ik moet vooral meters maken.

“Ik ben zelf heel slecht met geld. Extreem slecht.”

Hoeveel verdien je eigenlijk als schrijver?
Ik moet nog tot in de eeuwigheid voorschotten terugbetalen, dus ik verdien weinig. Prometheus is een prima uitgeverij, en ik heb een goede band met Mai Spijkers die me steunt als ik het moeilijk heb. Dan zeg ik tegen Mai: ik heb nog een contract nodig. Dat krijg ik dan en ook een voorschot waar ik weer een jaar van zou kunnen leven, ware het niet dat het na vier maanden vaak alweer op is. Ik ben heel slecht met geld namelijk. Extreem slecht.

Vertel.
Ik koop altijd van alles het duurste, want ik kan niet tegen slecht gemaakte dingen. Het klinkt misschien arrogant, maar ik word daar echt ongelukkig van. Ik moet altijd het best haalbare kopen. Soms koop ik dingen tweedehands, nog steeds veel te dure dingen, maar dan troost ik me met de gedachte dat ze ooit nog veel duurder waren. Dat heeft zin, want goede spullen gaan lang mee.

Kun je een voorbeeld geven?
Ik had laatst een nieuwe bonenmaler nodig voor koffie, want de oude was kapot. Je hebt malers van vijftig euro, maar ik kocht er uiteindelijk een voor 275 euro. Daar zat vier jaar garantie op, het was een mooi ontwerp van een mooie Italiaanse fabrikant, hij had goede maalschijven die lang meegaan, alle onderdelen waren reparabel, en ik kreeg hem mee in een prachtig rood tasje met trekkoord in de Italiaanse kleuren. Die moest ik hebben. Gelukkig gaat mijn vriendin daar helemaal in mee. Zij had nog een veel duurdere in haar hoofd, een van 495 euro, maar daar kun je ook een redelijke espressomachine voor kopen, dus dat werd te gek.

Dat klinkt best redelijk en weloverwogen.
Klopt, maar je moet die 275 euro dan wel hebben.

Je hebt een dure smaak, net als Jerry Kirschenbaum. Vond je het daarom extra leuk om uit te zoeken wat voor producten hij gebruikt?
Ik hoefde dat helemaal niet uit te zoeken, want ik wist dat al. Kirschenbaum heb ik iets chiquer gemaakt dan Madoff was. Madoff was toch een beetje Ralph Lauren van de jaren negentig, dat Amerikaanse protserige met streepjeshemden en zo. Kirschenbaum is een liefhebber van Italiaanse high-end. Dat kon hij makkelijk betalen, dus dat moest het worden. Er zit ook veel Madoff in: horloges verzamelen, dure cadeau’s geven. Maar die merken, die ken ik zelf ook. Dat hij een pak koopt van vijftigduizend dollar, dat vind ik heerlijk om te schrijven. Ik ben dan blij voor hem.

Wat is het duurste wat je zelf ooit gekocht hebt?
Jeetje. Ik heb eens een camera van tienduizend euro gekocht. En toen ik vijfentwintig was kocht ik een Rolex Daytona uit 1979, voor achttienduizend euro. Dat is het duurste wat ik ooit gekocht heb. Die verkocht ik een half jaar later trouwens met winst. Nu zag ik laatst tot mijn schrik dat die horloges alweer bijna het dubbele waard zijn.

Charles Ponzi, naar wie het frauduleuze ‘Ponzi-schema’ vernoemd is. “Even if they got nothing for it, it was cheap at that price,” zei hij achteraf. Foto: Wikimedia Commons

Heb je nog tips voor mensen die Ponzi-fraude willen plegen?
Tips? Hm… Je hebt tijd nodig en moet mensen kennen met veel geld dat ze niet direct nodig hebben. Dan kun je een mooi piramidespel opzetten. Maar mensen zijn zich tegenwoordig zo bewust van het gevaar om opgelicht te worden, dat het heel moeilijk wordt. Mijn tip zou zijn: zorg als je het doet voor een groot drama ernaast, ter afleiding en om de schuld op af te schuiven, en zorg voor ongelooflijk goede vervalsers van computer- en papierwerk. Of: laat het zo lijken alsof er nog een ander piramidespel bestaat waar je zelf slachtoffer van bent geworden. Zelf heb ik overigens nooit overwogen om zoiets te doen. Ik zou ook te snel door de mand vallen en ik ben niet echt gek op gevangeniscellen.

Bedankt David.
Graag gedaan!

Hou je ook zo van geld? Like VICE Money en ontvang dagelijks gratis geldverhalen:

Logo

Logo