×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Wtf is btw eigenlijk?

Vice channels
 

Wtf is btw eigenlijk?

AS
Andrea Speijer-Beek

2 juni, 2017, 08:26

Een verhaal over chocoladetaart, peperkoekmannetjes en hooivorken.

Geld, leuk als je het hebt, niet leuk als je het niet hebt. Maar wat is het eigenlijk? En wat kun je ermee, behalve spullen kopen? In deze serie bespreken we elementaire geldvragen van onze lezers, zodat jij ook te weten komt wat mensen die wel actief meededen tijdens de economielessen allang wisten.

Beste VICE Money,

Nadat ik op een Weens terrasje een cappuccino en een chocoladetaart had verslonden en superieur had gegrinnikt om de toeristen die zich als sukkels in paardenkoetsjes een rondje om de Hofburg laten rijden, viel mijn oog op de kassabon. Behalve de naam van mijn gastheer – es bediente Sie Murat – en de gekochte lekkernijen, stonden er twee verschillende btw-tarieven op mijn Rechnung. Mijn cappuccino viel met twintig procent btw onder Tarief A, terwijl mijn decadente Trueffeltorte onder de B-categorie van tien procent viel. Waarom is dit? En wat is dat eigenlijk, btw?

Groet,
Wiener

Beste Wiener,

Dit is vreemd, aangezien taart toch echt slechter voor je is dan koffie, en je dus vast verwachtte dat je het Oostenrijkse standaard-btw-tarief van twintig procent zou moeten betalen, om zo de toekomstige medische kosten voor je bourgondische levensstijl te helpen dekken. Niet dus. Na wat rondklikken op internet op zoek naar de logica achter het verschil tussen kaffee en torte stuitte ik op de verklaring: taart valt binnen de officiële Europese categorie van de foodstuffs. Hierdoor mag je tegen gereduceerd tarief genieten van chocoladetaart. Having your cake and eating it too.

Ik vroeg btw-expert bij zekerfiscaal.nl Micha Soltysik hoe het komt dat btw-tarieven per land en per product zo sterk verschillen verschillen.

Micha: “Lidstaten moeten een hoog btw-tarief hanteren en mogen daarnaast maximaal twee lage btw-tarieven hanteren. Het hoge btw-tarief moet minimaal vijftien procent zijn. Politici denken erover om een uniform btw-tarief te gaan hanteren, met enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld voor spijzen en dranken.”

In Engeland heeft het bedrijf Jaffa Cakes de rechter er zelfs van weten te overtuigen dat de met chocolade overgoten marmeladekoekjes onder ‘cakes’ vallen en daarmee dus in de nul procent btw-categorie, in plaats van de twintig procent die over luxegoederen wordt geheven. Eenzelfde willekeur zie je bij de btw-regelgeving rondom de Gingerbread man, ofwel het peperkoekmannetje. Peperkoekmannetjes met alleen oogjes van chocolade kun je kopen tegen nul procent btw, maar als je peperkoekmannetje een broek draagt van chocolade betaal je twintig procent.

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden van de onlogische en complexe manier waarop btw-tarieven worden berekend. Waar komt dit vreemde idee van ‘belasting toegevoegde waarde’ eigenlijk vandaan en hoe komt het dat iedereen deze belastinggoudmijn wel prima lijkt te vinden?

Wat is het eigenlijk?
Btw, of ‘belasting toegevoegde waarde’, is een indirecte belasting die je betaalt over alle dingen die je koopt om zo de kosten die de staat maakt te helpen dekken. Om te zien hoe belangrijk btw is voor de staatskas hoef je maar te kijken naar de miljoenennota die ieder jaar op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. De overheid verwacht in 2017 263,1 miljard euro op te halen uit belastingen en premies. Uit indirecte belastingen moet 80,7 miljard euro worden opgehaald en 47,8 daarvan komt uit omzetbelasting, ofwel btw. Als we daarbij accijnzen optellen – 11,6 miljard, geheven op onder andere alcohol en tabak – komen we uit op 59,4 miljard euro. Op een totaalinkomen van 263,1 miljard leveren belastingen die consumenten betalen over foodstuffs en genotsstuffs, bij gebrek aan een officiële term, dus zo’n 22,5 procent van de schatkist.

Dat is het budget van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (33,8 miljard) plus Defensie (7,9 miljard), Infrastructuur en Milieu (8,0 miljard) én Veiligheid en Justitie (10,5 miljard) bij elkaar, met slechts een schamele 800 miljoen euro verschil. Als je kijkt naar dezelfde berekening over voorgaande jaren zie je verder dat omzetbelasting en accijns steeds een groter percentage van de overheidsinkomsten zijn gaan uitmaken.

Alle illustraties door Sander Abbema.

Harmonisatie
De term ‘omzetbelasting’ is vreemd voor een belasting die je niet als ondernemer betaalt over je omzet, maar als consument over een eindproduct. De termverwarring ontstaat omdat ondernemers die belasting weldegelijk afdragen over hun omzet, vandaar dat het “omzetbelasting” heet, maar ondernemers rekenen die belasting door aan de consument in de prijs van je koffie en chocoladetaart, waardoor de consument er uiteindelijk voor opdraait.

In 1968 besloot de Europese gemeenschap dat het tijd was om de belastingstelsels van de Europese landen te harmoniseren. Dit betekende concreet dat er richtlijnen voor belastingen werden opgesteld die landen moeten volgen, al mogen ze de richtlijnen voor een groot deel zelf interpreteren.

Dit verklaart waarom je in Wenen tien procent btw betaalt over chocoladetaart en in Nederland zes. De richtlijn is handig voor de consument, ook wel belastingplichtige genoemd, want in het geval dat de nationale regels in je nadeel afwijken van de richtlijn, mag je je voor de rechter beroepen op de richtlijn.

Zo zou je theoretisch met je bonnetje in de hand de Oostenrijkse rechtbank kunnen binnenstappen en beargumenteren dat koffie ook onder ‘foodstuffs’ valt – samen met alle andere non-alcoholische dranken – en je de te veel betaalde belastingcenten terug wil. Of je kunt in de vakantiestemming blijven en die ‘extra’ tien procent gewoon betalen. Ik zou kiezen voor het laatste. Micha legt uit waarom:

“Een belastingplichtige kan zich rechtstreeks op een richtlijnbepaling beroepen als die bepaling rechtstreekse werking heeft. Dat is het geval als die bepaling onvoorwaardelijk is geformuleerd en lidstaten niet te veel ruimte geeft voor eigen invulling. Daarnaast bevat de btw-richtlijn zogenoemde ‘kan-bepalingen’. Dit zijn bepaling die lidstaten mogen invoeren, maar waartoe ze niet verplicht zijn.”

Als een lidstaat een Europese kan-bepaling niet heeft geïmplementeerd in zijn nationale btw-wetgeving, kan een belastingplichtige zich dus niet rechtstreeks beroepen op die bepaling. Volgens Micha vallen de richtlijnbepalingen waarop de lage btw-tarieven van lidstaten zijn gebaseerd nu juist precies in die categorie van kan-bepalingen. “Lidstaten mogen dus zelf bepalen of zij bepaalde in een bijlage bij de btw-richtlijn aangewezen goederen en diensten tegen een laag btw-tarief willen belasten.”

Het is kortom leuk dat deze richtlijnclausule bestaat, maar veel heb je er als consument niet aan, en als toerist al helemaal niet. Het is beter voor je tijd, je geld en je gemoed om te betalen wat wordt gevraagd, en er niet al te veel op te letten. Hoe anders was dit vroeger, toen stadhouders en koningen doorgaans met angstzweet en bevende handjes belastingverhoging uitschreven. We waren namelijk niet altijd zulk braaf btw-vee.

 

Moord en doodslag
Als je geschiedenis een beetje leuk vindt weet je misschien dat het heffen van belasting een belangrijke aanleiding was voor veel opstanden, lynchpartijen en revoluties. Op school heb je ooit waarschijnlijk geleerd dat de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) hoofdzakelijk een godsdienststrijd was, of is de tegenstelling tussen de katholieke Alva en de protestantse Willem van Oranje in elk geval dik aangezet. In werkelijkheid veranderde het conflict van een routinematige politieke machtsstrijd naar een veel grotere volksopstand toen Alva in 1569 de zogenaamde Tiende Penning invoerde.

De Tiende Penning, een omzetbelasting van tien procent op alle roerende goederen waaronder kleding, handelswaar en mijn chocoladetaart, ging de zestiende-eeuwse Nederlander te ver. Gewelddadige overheersing is nog tot daaraan toe, maar het in gevaar brengen van de Nederlandse handelspositie en levensstandaard was van de ratten besnuffeld.

Willem van Oranje hief zelf ondertussen vijftien procent omzetbelasting om zijn militaire verzet mee te bekostigen. Nederlanders kwamen niet in opstand tegen de hogere belasting van Willem van Oranje. Blijkbaar was vijftien procent belasting en worden geplunderd door de ongeregelde bende van edelen, burgers, handelaars en vissers die zichzelf de Watergeuzen noemden een goede deal vergeleken met tien procent omzetbelasting en het risico te worden uitgemoord door barbaarse Spanjolen.

Revolutie
Tegenwoordig betalen wij in Nederland een standaardtarief van 21 procent, tenzij je iets koopt dat in het laagtarief van 6 procent valt zoals een boek. Dit bovenop alle belasting die we toch al moeten betalen over ons inkomen. Desondanks komen we hooguit eens in de vier jaar ‘in opstand’ in het stemhokje. Er zijn verschillende verklaringen voor deze makheid, hieronder de twee belangrijkste:

1: We gaan niet langer dood aan belastingen: een belastingverhoging van tien procent betekent niet meer dat je een van je tien kinderen moet laten verhongeren.

In de westerse wereld merken wij belastingverhoging nauwelijks aan onze koopkracht, of in ieder geval niet voldoende om massaal de straat op te gaan. Dit in tegenstelling tot armere landen, waar de bevolking iedere lastenverzwaring direct terugziet in een afname van primaire levensbehoeften zoals brood en water. De Arabische Lente mag dan bekendstaan als een grotendeels mislukte poging van de bevolking om westerse democratie af te dwingen, de Revolutie begon toen Tunesische marktkramer Mohamed Bouazizi zelfmoord pleegde door zichzelf in brand te steken. Hij deed dit omdat de corrupte lokale overheid steeds meer geld wilde zien en uiteindelijk zelfs zijn handelswaar in beslag nam omdat hij hun belastingen niet kon betalen.

2: We krijgen er dingen voor terug: vroeger waren belastingen vooral bedoeld voor het betalen van het salaris van soldaten en het bouwen van paleizen voor de koningen en keizers. Tegenwoordig krijg je er ook wat dingen voor terug, zoals wegen die er netjes bijliggen en mensen die het vuilnis ophalen.

Er gaat nog steeds geld naar megalomane postmoderne gemeentehuizen en defensie, maar je bent als belastingbetaler toch geneigd om de overheid te zien als de dief die de dag erna terugkomt met een cadeautje. Ook al gebruik je het cadeau zelf nooit en is de helft van het geld aan andere dingen uitgegeven waar jij geen zicht op hebt.

Uitbarstingen van volkswoede zoals tijdens de Opstand en de Tunesische Revolutie zijn altijd het gevolg van onvrede over meer dan alleen te hoge belastingen, maar het is vaak een geldkwestie die dient als de druppel die de emmer doet overlopen. Westerse regeringen weten dit best en zullen de belastingen alleen zover verhogen als mogelijk is zonder een systeemcrisis te triggeren. Dit betekent dat de belastingen ieder jaar een beetje omhoog kruipen, wij ieder jaar een beetje mopperen als we het kassabonnetje krijgen, maar toch eieren voor ons geld kiezen en plaats van de hooivorken te polijsten.

Geschiedenis leert ons een simpele speltheoretische les: mensen komen liever niet in opstand, tenzij ze geloven dat er geen andere mogelijkheid is. Dit betekent dat de burger en de overheid voortdurend op zoek zijn naar een balans. Voor de overheid betekent dit zoveel mogelijk belasting uit de bevolking halen zonder dat de bevolking in opstand komt. Voor de burger betekent het dat hij steeds opnieuw moet afwegen of het beter is de nieuwe lastenverzwaring te accepteren, of om in opstand te komen met als risico te worden neergeknuppeld door de geweldsmonopolist.

De geschiedenis leert ook dat het voor een burger bijna altijd veiliger is om wat te mopperen op de regering maar niet in opstand te komen, maar dat overheden hun geluk niet al te zeer moeten beproeven. En dat chocoladetaart alleen slecht voor je is als je er een hoog btw-tarief voor betaalt.

Logo

Logo