×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Ik leefde een week lang zonder een cent uit te geven

Vice channels
 

Ik leefde een week lang zonder een cent uit te geven

DP
Djanlissa Pringels

31 mei, 2017, 11:03

Een lege maag en veel dronken avonden waren het resultaat.

Elke derde week van de maand schraap ik met moeite mijn laatste centen bijeen om eten te kopen. Regelmatig verlaat ik met schaamrood op mijn kaken de winkel, omdat mijn saldo ontoereikend is voor iets goedkoops als een zakje ribbelchips. Maar voor ik hier verdrink in zelfmedelijden, moet ik iets bekennen: het is totaal mijn eigen dikke vette schuld. Ik doe mijn boodschappen bij de Marqt, heb een zwak voor lekkere koffie en vind het ‘gezellig’ om mezelf te soigneren met dure zalfjes en geurtjes. Kortom: ik ben een ramp met geld, een blutte bon vivant.

Als ik hierover praat met vrienden, ben ik duidelijk niet de enige. Begrijp me niet verkeerd: we werken ons allemaal te pletter, maar het geld vloeit vanaf onze bankrekeningen rijkelijk terug in de de economie. We dweilen als het ware met de kraan open. En zodra ik een krant opensla en geconfronteerd word met échte armoede voel ik me daar ook nog eens schuldig over. Een week zonder geld leven is dus niet enkel de ideale detox-kuur voor mijn bankrekening, maar ook pure noodzaak in een deel van de wereld waarin we vooral consumeren en verkwisten.

Maar man toch, bezuinigen is al stresserend gedoe voordat ik er goed en wel aan begonnen ben. Als ik google hoe ik geld moet besparen, word ik om de oren geslagen met woorden als ‘zorgverzekering’ en ‘excelsheets’. Ik ben niet het geitenwollensokkentype dat brandnetels gaat plukken voor de soep, en ik durf al helemaal niet de rij in de supermarkt op te houden, omdat ik in mijn tas rondzwervende tegoedbonnetjes moet bijeenscharrelen. En brood maken uit vaginavocht lijkt me — zacht uitgedrukt — een stap te ver. Maar je weet nooit welke lichaamsdelen ik ga opvreten als ik zeven dagen lang, 168 uren, 0 euro mag uitgeven in een consumptiegedreven stad als Amsterdam, waar je zo’n beetje je organen moet verkopen om in een schoenendoos te kunnen wonen.

Lang leve de backstage van arme muzikanten

Dag 1 – maandag
Zondagavond tijdens een concert in Brussel herinner ik me plots dat mijn geldloze week binnen een paar uur zal ingaan en ik niets heb voorbereid. In mijn koelkast in Amsterdam ligt yoghurt, vodka en een halve granaatappel. Fuck. De oplossing: de backstage van de Cirque Royal waar vrienden moesten spelen, plunderen. Ik voel me een aasgier, maar met een gevulde rugzak vol avocado’s, snoep, fruit, wijn en dadels keer ik terug naar Amsterdam. Mijn ontbijt die maandag is koffie van mijn huisgenoot en balisto’s. Die middag eet ik guacamole op crackers en mango. ‘s Avonds krijg ik bezoek van een vriendin uit België die me voor het logeren alvast bedankt door me op pizza te trakteren. We drinken samen ook de gestolen fles wijn leeg. Het voelt een beetje als valsspelen, want ik heb een degoutant luxueuze dag gehad, en voor maar welgeteld nul euro.

Ontbijt nummer één

Overlevingspakket voor de rest van de week

Dag 2 – dinsdag
Zoals verwacht ben ik volledig onverantwoordelijk omgegaan met mijn schaarse voedselvoorraad en heb ik alles, maar dan ook alles, op dag één al opgegeten. Ik besef dat ik een ramp ben op vlak van sparen en bezuinigen, maar ik verdring elke confronterende gedachte. Mijn maag daarentegen protesteert luid. Op het werk neem ik al het fruit dat ik kan vinden en probeer ik energie te halen uit enkele bakken koffiebonenwater dat hier voor koffie doorgaat. Die middag moet ik toekijken hoe mijn collega’s zich verlekkeren aan wraps, terwijl ik me met tegenzin volprop met fruit.

Omdat ik ‘s avonds een paar uur moet overwerken mag ik eten bestellen op de kosten van de zaak. Ik ben minder dan een ezel, want ik stoot me twee keer aan dezelfde steen: ik eet alles gewoon op, zonder iets te bewaren voor later. Ik kom tot het inzicht dat (1) ik alles opeet wat voor me ligt en (2) te veel werken en geen sociaal leven hebben een ideale manier is om geld te besparen. Het is wel ongelooflijk deprimerend.

Lekker dineren op werk

Noem me Martha Stuart

Dag 3 – woensdag
Broeierig Amsterdam ruikt naar gesmolten asfalt en kruidig mannenzweet. Lekker naar kantoor wandelen zou nu heerlijk zijn, ware het niet dat ik alleen minuscule outfits en zwarte lange kleren heb. Mijn eerste impuls is om naar een kledingwinkel te gaan en zomerkleren te kopen, wat eigenlijk ook volledig absurd is. Daarom haal ik een oude rok uit de kast en zet er de schaar in. Gadver, ik voel me langzamerhand transformeren in een huis-tuin-en-keukenblogger.

Voor ik vertrek naar werk ontdek ik dat m’n iPhone-kabeltje het begeven heeft, er rare gekleurde strepen in m’n laptopscherm zitten en m’n fietsband lek is. Ook mijn deodorant is op en ik moet kokhalzen bij de gedachte dat ik vandaag weer veel fruit ga eten. Eigenlijk is het best gek: hoe luxueuzer je leven, hoe duurder het is om die levensstandaard te onderhouden. En wat moet je nou welbeschouwd met een platte iPhone als je die eeuwig betrouwbare baksteen de Nokia 3310 zou kunnen hebben?

Maar goed, ik houd de moed erin. Morgen is het Hemelvaart, een vrije dag, en omdat ik chronische fomo heb, nodig ik alvast mensen uit om vanavond samen een stapje in de wereld te zetten. Ik had me neergelegd bij een avond kraantjeswater en gratis shotjes, maar niet drinken maakt je gezelschap nog ongemakkelijker dan je zelf bent, dus word ik de ganse avond getrakteerd. Op een nuchtere maag blijkt dat geen goed idee te zijn.

Tip: maak vrienden, zodat je altijd en overal drank fixt

Shoutout naar de Coffee Room

Dag 4 – donderdag
Vandaag is een vrije dag, en ik sta met een gigantisch emotionele kater op. Niet enkel heb ik te veel gedronken, maar ik voel me een wolf in schaapskleren die leeft op de kosten van even blutte vrienden. Ik heb me laten vertellen dat er supermarkten zijn die gratis voedsel weggeven, maar dat voelt nog meer aan als stelen dan de halve fruitgaard die ik op mijn werk opat, omdat gratis supermarktvoedsel eigenlijk bedoeld is voor mensen die echt niet genoeg geld hebben. En gratis kaasproeverijtjes van de Albert Heijn zijn ook niet de meest gebalanceerde maaltijd.

Dus ik neem het heft in eigen handen en stap de Coffee Room binnen. Na wat gestommel en gestaar met grote bambiogen en een pruillipje maak ik een deal met ze: in ruil voor wat afwassen krijg ik koffie en broodjes. Ik krijg zelfs extra voedsel mee voor ‘s avonds, heerlijk!

Na het afwassen zie ik op Instagram een bericht waarmee ik gratis naar het Stedelijk kan. Ik probeer zoveel mogelijk telefoonbatterij te sparen, dus wandel zonder muziek in m’n oren door de stad naar het museum. Ik passeer een boom en hoor een hoog, kletterend geluid: dat zijn dus vogels, a ha! Wat een mooie dag!

De buit van de dag

En zo heb ik ook m’n portie gratis cultuur binnen

Dag 5 – vrijdag
Fruit komt me echt de strot uit, maar dat is een luxeprobleem. Fruitariërs kunnen het ook, dus ik moet niet klagen. Ik ben me ondertussen vooral bewust van hoe vaak ik normaal gesproken uit ‘goesting’ eet, in plaats van uit honger. En echte honger hebben is een belabberd gevoel, merk ik nu. Gelukkig heb ik nog wat brood van de Coffee Room, maar de gapende leegte in m’n maag begint m’n leven wat over te nemen.

Ik ben gisteren ook nog eens verbrand, maar mag geen aftersun kopen. Het internet vertelt me dat ik yoghurt moet smeren op mijn rode huid, en dat heb ik toevallig. Het helpt, maar daar gaat ook mijn laatste rantsoen. Die avond prop ik me vol met chips van de vrijmibo, word ik meteen dronken van een glas witte wijn en ga ik dronken, chagrijnig, hongerig (drhangry dus) en veel te vroeg naar huis. De ongemakken beginnen zich op te stapelen, ik ben – zacht uitgedrukt – vrolijker als ik geld op zak heb.

Ik lach wel, maar ben niet echt blij hier

Lauw bier en slappe chips, heerlijk.

 

Dag 6 – zaterdag
Ik moet iets opbiechten. Ik heb gisteren vals gespeeld. Ik moest vandaag (zondag) om 12 uur in Gent zijn, en omdat de bus geld kost ging ik liften. Maar probeer maar eens drie uur lang conversatie te houden met willekeurige vreemden als je hongerig en cranky bent. Ik heb daarom 12 euro opgehoest voor een bus die me netjes 200 meter van mijn huis in Gent heeft afgezet. Eenmaal thuis werd ik de huid volgescholden door m’n oma, toen ze hoorde hoe weinig ik gegeten heb afgelopen week. Wat voortkwam uit de kletterende ruzie was een bacchanaal vol godenvoer gevolgd door een voedselcoma.

‘s Avonds sta ik op de guestlist voor £¥€$, een toneelvoorstelling van Onroerend Goed. “Kruip in de huid van een superrijke”, is de slagzin. Ik word twee uur lang meegesleurd in de dramatische mallemolen van de geldbeurs. Met een zware voorstelling over geldverspilling op je maag, gaan de gratis hapjes en glaasjes cava die avond iets minder vlot naar binnen.

Heerlijk genieten van droog brood en kraantjeswater

Dag 7 – zondag
EIN-DE-LIJK, vandaag is m’n laatste dag afzien. Ik heb nog één obstakel: een etentje. Niets eten in een restaurant is niet alleen onbeschoft, maar ook nog eens sociale zelfmoord. Om een of andere reden ben je een gezelliger persoon om mee te hangen als je je volpropt met voedsel en na je pizza ook nog eens zegt: “Hé mannen, wie wilt er nog een toetje?” Daarbij is het de ultieme tantaluskwelling: je ruikt lekkere pizza, maar moet je grommende maag sussen met brood, kaas, goedkope olijfolie en wijn. Om klokslag 12 uur stap ik een nachtwinkel binnen, blaas het stof van m’n portemonnee en koop ik de meest smakelijke diepvriespizza die ik ooit gegeten heb.

De consumptie-jungle die de Nieuwendijk heet

Conclusie
Geen geld uitgeven is een gigantische opgave. Het is quasi-onmogelijk in een grote stad om jezelf te onderhouden zonder geld, behalve wanneer je wat schapen adopteert, een hutje bouwt uit je eigen feces en de laatste stukjes onvervuilde grond gebruikt om wat kool in te kweken. Wat ik vooral besef na deze week, is dat we geld uitgeven om ons leven vorm te geven. Je wil die bikini of fancy zonnebril niet omdat je het per se nodig hebt, maar omdat het je doet denken aan zwoele zomeravonden en nachtelijke zwemsessies met vrienden. Je betaalt voor een leven zoals op de pagina’s van een catalogus of zoals in die reclamespots die constant bedekt zijn met een dromerig instagramfilter.

Toch is het ook allemaal niet zo zwart-wit. De uitdrukking “Je moet niet de rijkste man van het kerkhof willen zijn” is me altijd bijgebleven. Voor een generatie die dagelijks ingepeperd krijgt dat we tot onze dood gaan moeten werken, dat het geld op is en dat elk moment de Derde Wereldoorlog zou kunnen uitbreken, voelt sparen aan als iets ouderwets en nutteloos. We zijn epicuristen op een constante zoektocht naar betekenis en genot. Ik geloof erin dat geld niet per se gelukkig maakt en je de leegte in je leven niet kunt opvullen met plastic prullen en de zoveelste broek van de H&M. Maar geld hélpt wel, zolang je er bewust mee omgaat. Met andere woorden: nu en dan jezelf verwennen met een heerlijk kopje koffie is helemaal prima, maar geef ook eens een rondje, gooi niet te snel dingen weg en steun eens die leuke, lokale kunstenaar.

Logo

Logo