×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo Waarom grote bedrijven jou armer maken

Vice channels
 

Waarom grote bedrijven jou armer maken

MS
Matt Stoller

16 april, 2017, 09:00

Nieuw onderzoek laat zien dat wanneer bedrijven groter worden, een kleiner deel van het geld naar de salarissen van werknemers gaat.

Het samengaan van bedrijven tot megabedrijven met flinke monopolies is een probleem waar je steeds meer over hoort. In de Nederlandse verkiezingen kwam het onderwerp regelmatig terug en tijdens de presidentscampagne in de VS was elke kandidaat, van Bernie Sanders tot Donald Trump en Hillary Clinton, kritisch op de ophoping van macht in het bedrijfsleven. Dat is niet gek, want het zou kunnen leiden tot ongelijkheid en ook nog eens de macht van politici kunnen aantasten. Kort voor de Amerikaanse verkiezingen riep Trump nog over een fusie tussen twee grote Amerikaanse bedrijven dat “dit soort deals de democratie vernietigen.”

Gek genoeg is er alleen bizar weinig onderzoek naar wat zo’n krachtenbundeling van bedrijven precies betekent voor burgers, of voor hun inkomen. Een collega van mij, Lina Khan, werkt bij de New America Foundation en verdiepte zich hier in 2014 in. Uiteindelijk concludeerde ze dat “een wetenschappelijk paper uit 1975 het enige is dat ze kon vinden over de link tussen dit soort bundeling en ongelijkheid.”

Maar door de toegenomen aandacht voor het onderwerp worden er steeds meer gegevens beschikbaar. We hebben dus een beter beeld van wat bedrijfsbundeling eigenlijk precies kost. Econoom Simcha Barkai presenteerde bijvoorbeeld een paper waarin hij zegt dat dit soort samensmeltingen ervoor zorgen dat er aanzienlijk minder geld naar werknemers gaat. Het gaat om een daling van ongeveer 10 procent van het zogeheten ‘arbeidsinkomensquote’ in de afgelopen 30 jaar. Dat betekent dat van het totaal aantal geproduceerde goederen en diensten een steeds kleiner percentage (10 procent minder dus) de salarissen betaalt.

Wat de oorzaak van deze nogal flinke daling is? Er zijn verschillende oorzaken genoemd, zoals goedkope Chinese invoer en het uitbesteden van werk aan lagelonenlanden – en daar is wel enig bewijs voor. Maar de meest populaire verklaring is dat robots banen overnemen. Dit idee werd populair dankzijn durfkapitalist Marc Andreessen, die in 2011 een essay schreef met de toepasselijke titel Why Software is Eating the World.

Volgens Andreessen hebben minder mensen banen door onvoldoende scholing. “Hoog gekwalificeerde softwaredevelopers, managers, marketeers en salesspecialisten in Silicon Valley kunnen op elk moment uit tientallen goed betaalde banen kiezen, terwijl de werkloosheid in het land nog steeds enorm is. Dat wordt de komende jaren alleen maar erger omdat veel werknemers door software worden vervangen en nooit meer in hun eigen werkveld aan de slag kunnen. De enige manier om dit aan te pakken is met onderwijs – en we hebben wat dat betreft nog een lange weg te gaan.”

Dit klinkt redelijk, maar er is één groot probleem: Barkai vond in zijn onderzoek geen bewijs voor het argument van Andreessen. Hij keek naar gegevens van de Amerikaanse variant van het Centraal Planbureau en zag juist dat de uitgaven aan bijvoorbeeld robots sneller afnemen dan wat er aan arbeidskrachten wordt uitgegeven. “Procentueel gezien is deze afname met 30 procent flink groter dan de 10 procent aan arbeidskrachten,” zegt hij.

Dat we niet allemaal door robots vervangen worden klinkt natuurlijk als goed nieuws, maar waar gaat al dat geld dan wel heen? Volgens Barkai verdwijnt dat geld vooral in de zakken van bedrijven. De winsten zijn namelijk behoorlijk gestegen over tijd. “Om je een idee te geven: als je kijkt naar de afgelopen dertig jaar is de winst van een bedrijf ongeveer 14.000 dollar per werknemer in Amerika. Dat is enorm veel, als je bedenkt dat het gemiddelde jaarinkomen in 2014 ongeveer 28.000 dollar was.” Volgens Barkais onderzoek is de winst per werknemer groter bij een hoge bedrijfsconcentratie en juist minder in concurrerende bedrijfstakken.

Een belangrijke vraag is waarom de productiviteit minder snel groeit dan eerder. Volgens onderzoek van German Guitierrez zorgen fusies en bedrijfsbundelingen ervoor dat bedrijven minder investeren in bijvoorbeeld machines die het productieproces allemaal nog wat efficiënter zouden maken. Onderzoek van John Kwoka liet bovendien zien dat fusies in bedrijfstakken waar al veel concentratie is, juist leidt tot prijsstijgingen. Justin Pierce, econoom bij de Amerikaanse Centrale Bank, zegt dat bedrijven die fabrieken overnemen simpelweg de prijzen verhogen voor de producten die uit die fabrieken komen, zonder dat de efficiëntie wordt vergroot. Dat is al met al best krom. Fusies, die veel geld kosten, worden juist vaak gerechtvaardigd door te zeggen dat de efficiëntie van bedrijven daarmee wordt vergroot. Het onderzoek van Pierce bewijst juist het tegendeel. De kosten gaan omhoog, maar zonder een directe aanleiding.

De verandering in het denken over fusies en overnames dringt tot steeds meer mensen door. Gelukkig ook bij de mensen die gaan over regelgeving. In 2016 merkte Federal Reserve-voorzitter Janet Yellen (van de Centrale Bank van de VS dus) op dat de financiële crisis van 2008 een keerpunt zou kunnen zijn in hoe economen denken over grote bedrijven. In de jaren zeventig en daarna waren zij namelijk behoorlijk positief over ‘big business’. Yellen legt uit dat het kleine ondernemingen niet zo snel lukt om te herstellen van een economische crisis als grotere bedrijven. Dat is dus een nogal belangrijke factor in het (on)vermogen van de Federal Reserve om economisch herstel te stimuleren..

“Deze onderzoeken brengen verontrustende trends naar voren die anders ongezien zouden blijven,” zegt Sabeel Rahman, een professor aan de Brooklyn Law School. “De economische macht en concentratie van bedrijven verhoogt de ongelijkheid en ondermijnt de economische dynamiek. Hopelijk leiden dit soort bevindingen tot een nieuwe golf van hervorming van het beleid en een opleving in de discussie over hoe we de economie inclusief, eerlijk en levendig kunnen maken.

Logo

Logo