×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

Logo De snelste weg naar meer economische gelijkheid: massamoord

Vice channels
 

De snelste weg naar meer economische gelijkheid: massamoord

MT
Matt Taylor

15 april, 2017, 15:58

Volgens historicus Walter Scheidel zijn bloedige revoluties, oorlogen en plagen de enige manieren waarop ongelijkheid ooit aanzienlijk vermindert.

Al zo lang de mensheid bestaat hebben sommige mensen meer dan anderen. Mijn buurman heeft bijvoorbeeld een groter huis en verdient vast meer, en dat is oké. Dat is ook niks nieuws, want zelfs in de prehistorie hadden sterkere protomensen meer vlees dan andere protomensen. Later, toen de maatschappij meer de vorm aannam zoals we hem nu kennen, werden status en macht ingewikkelder, maar een simpele waarheid werd duidelijk: sommige mensen hebben veel, sommige mensen hebben bijna niks.

Geleerden en politici zien economische ongelijkheid als een probleem dat opgelost kan worden. Walter Scheidel, historicus aan Stanford, publiceerde hier onlangs een boek over, The Great Leveler: Violence and the History of Inequality from the Stone Age to the Twenty-First Century. Maar hij heeft slecht nieuws voor wie graag in een gelijkere samenleving wil wonen: de snelste manier om daar te komen is door de mensheid door een hel te laten gaan.

Scheidel neemt zijn lezers mee op een gruwelijke tour langs ongelijk in de menselijke geschiedenis, van betaling met tarwe in het oude Egypte, de grootte van huizen in de Middeleeuwen tot het moderne belastingstelsel. Hij bouwt voort op het werk van de Franse econoom Thomas Piketty. Die schreef in zijn bestseller Capital in the Twenty-First Century dat de grote verschillen in vermogen de komende jaren alleen maar groter zullen worden. Scheidel kijkt vooral naar de geschiedenis om te zien wat mensen in de toekomst tegen ongelijkheid kunnen doen.

De beste oplossingen voor de korte termijn zijn helaas nogal bot. Volgens Scheidel hebben we dan een plaag, wereldoorlog, het instorten van staten of een gewelddadige revolutie nodig. Deze ‘Vier Ruiters’, zoals Scheidel ze noemt, hebben in de geschiedenis vaak voor grote vermindering in ongelijkheid gezorgd. De pest in het middeleeuwse Europa zorgde er bijvoorbeeld voor dat er veel minder arbeiders waren. Arbeid werd dus schaarser, waardoor het meer geld opleverde. En het is geen verrassing dat revoluties, het instorten van staten en oorlogen rijkdommen vernietigen. Om meer te weten te komen over hoe we deze ideeën kunnen gebruiken in onze moderne strijd met ongelijkheid belde ik met professor Scheidel.

VICE Money: Ha professor, is ongelijkheid iets dat we moeten willen tegengaan?
Prof. Walter Scheidel: Het is niet het ergste ooit, maar het is wel een slecht iets. Maar als je kijkt naar armoede, is dat een veel groter probleem. Bij ongelijkheid spelen er verschillende aspecten mee: ethische en morele. Is het eerlijk dat de winst van een economie ontzettend ongelijk verdeeld wordt? Wat je er ook van denkt, in een democratische samenleving moet je er een rechtvaardiging voor hebben. Een econoom zou kunnen zeggen: ongelijkheid kan negatieve effecten hebben op de economische groei. In een ongelijke maatschappij kan een groot deel van de bevolking minder uitgeven en investeren en dat kan weer een rem op de economische ontwikkeling zijn. Deze ongelijkheid wordt vaak in stand gehouden doordat ouders hun bevoorrechte positie doorgeven aan hun kinderen en dat kan op de lange termijn voor problemen zorgen.

In je boek leg je uit dat oorlog, revolutie, falende staten en plagen in de geschiedenis ongelijkheid verminderden. Je noemt dat de ‘Vier Ruiters’. Waar komt die naam vandaan?
Er bleken vier belangrijke factoren te zijn, waardoor ik dacht aan de vier ruiters van de Apocalyps. Als het een ander getal was geweest, had ik een andere naam bedacht.

Het lijkt simpel om tegen de rijke minderheid op te komen. Maar je noemt de Franse Terreur als een mislukt voorbeeld van een aanval op rijke mensen. Kun je dat uitleggen?
Een van de problemen in deze periode was dat niemand echt bijhield wat er gebeurde. We hebben geen data van het hoogtepunt van de Terreur, het begin van Napoleon. Het is moeilijk om de effecten te onderscheiden van wat daarvoor gebeurde. Misschien is het oneerlijk van me om te zeggen dat ze niet echt ver zijn gekomen, maar veel dingen zijn na de Terreur gewoon weer teruggedraaid.

Ze vermoordden een paar duizend rijke mensen, wat absoluut verschil maakte, maar in principe was het vooral een bourgeoisrevolutie. Die maakt geen groot verschil tenzij je de laagste helft van de bevolking erbij betrekt en zegt dat het ook echt voor hen is. Maar de Franse Revolutie ging vooral over privébezittingen. Ze hadden geen behoefte om alles voor iedereen gelijk te maken. Het was echt een strijd van de middenklasse.

Dus je maakt een verschil tussen gematigde politieke revoluties en gewelddadige revoluties?
De Amerikaanse revolutie was bijvoorbeeld een oorlog tegen een buitenlandse macht, een burgeroorlog, het was vanalles tegelijkertijd. Maar het was geen revolutie die gelijkheid creëerde op een grote schaal. De Franse Revolutie ging weer een stap verder dan dat. De communistische revoluties waren het meest interessant. Niemand had ooit eerder geprobeerd om de hele samenleving opnieuw in te delen.

In de jaren dertig kwamen er veel nieuwe sociale voorzieningen bij in de VS, vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. Kan de dreiging van geweld, in plaats van echt geweld, genoeg zijn om ongelijkheid te verminderen?
Dat is moeilijk te zeggen, omdat de VS nooit echt een sterke socialistische beweging had. Maar in Europa waren mensen na 1917 heel bang voor het communisme. Ze dachten dat er allemaal arme mensen waren die in opstand zouden komen en hun spullen zouden afpakken. Dit was geen irrationele angst, want het gebeurde echt. Daardoor werden er meer sociale voorzieningen ontwikkeld. Ze waren niet bang dat de communisten het land zouden binnenvallen, maar dat de beweging zich in het land zelf zou ontwikkelen.

Het Amerikaanse populisme is anders, maar het speelde rond dezelfde tijd. Mensen in de VS waren ook bang voor het communisme, maar het speelde meer op de achtergrond. Mensen onderzoeken nu pas of dit soort dreigingen – echt of ingebeeld – invloed hadden op het beleid in Westerse democratieën. Je hoeft niet per se rijke mensen te vermoorden in een brute opstand. Als er een goed alternatief is, zal dat ook invloed hebben op het beleid.

Op een gegeven moment werd duidelijk dat de Sovjet-Unie het helemaal niet goed deed, waardoor de beweging zijn aantrekkingskracht verloor. Daardoor kon rond het einde van de Koude Oorlog de ongelijkheid ook weer toenemen. De elite zag minder gevaar en waren er meer gerust op dat er geen goede alternatieven zouden zijn.

Spreekt de opkomst van die sociale voorzieningen jouw theorie niet een beetje tegen? Het gevaar voor geweld was toch genoeg om ongelijkheid te verminderen?
Dat is waar. Maar toch kun je zeggen dat geweld nodig is. Als mensen in Rusland alle rijke mensen gaan vermoorden, betekent dat niet meteen dat er ook geweld volgt in andere landen. Maar andere landen weten wel dat de mogelijkheid bestaat dat het overslaat, en dus zijn ze geneigd iets te doen om dat te voorkomen.

Het probleem is dat het heel moeilijk is om te zien hoe geweld en ongelijkheid elkaar beïnvloeden. Het is nog niet uitgebreid genoeg bestudeerd. Er is verrassend weinig informatie over of ongelijkheid de reden was van bepaalde geweldsvoorvallen. Ik hoop dat wat ik heb gedaan mensen zal inspireren om meer werk te doen in de toekomst.

Maar is geweld dan echt de beste oplossing?
Niet per se. Het bewijs uit de geschiedenis kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Misschien is geweld goed, misschien moeten we de rijke mensen allemaal vermoorden. Maar misschien moeten we ook juist niets doen. Ik ben geen voorstander van beide opties.

Obama werd bijvoorbeeld ontzettend gehyped toen hij het overnam in 2009. The New York Times noemde zijn eerste begroting moedig en zei dat het doel ervan was om de grote toename in ongelijkheid van de laatste dertig jaar om te draaien. Als we nu terugkijken, zie je dat niet veel concrete veranderingen heeft kunnen doorzetten.

Zie je dit als een bevestiging van jouw theorie en misschien als een teken dat Obama niet sterk genoeg was – of misschien niet gewelddadig genoeg?
Als er al iets is gebeurd op dit gebied kwam dat niet door Obama’s beleid, maar door de recessie. De recessie had veel invloed op de rijken, vanwege hun riskante investeringen. In de vier jaar daarna is dat weer beter geworden. Het kwam dus niet zozeer door zijn beleid en of dat werkte, maar door krachten buiten zijn controle.

Je kunt je afvragen wat er zou zijn gebeurd als Bernie Sanders was verkozen in plaats van Obama. Waarschijnlijk was de negativiteit vanuit de rechtse hoek dan een stuk harder geweest. Dat is interessant, want het lijkt alsof ongelijkheid in de VS in verband staat met politieke polarisatie. Toen ongelijkheid hoog was in 1900, was er ook grote polarisatie. En daarna, door alle slechte dingen die gebeurden – populisme, de depressie, de Eerste Wereldoorlog – werd de polarisatie juist minder. Mensen vonden dat ze alles weer op de rails moesten krijgen. Toen konden er echt radicale wetten worden ingevoerd. Sinds die tijd is de polarisatie weer toegenomen – best snel zelfs, vooral sinds de jaren tachtig. Datzelfde geldt voor ongelijkheid. Die twee dingen zijn met elkaar verbonden.

In je boek zeg je dat een nucleaire oorlog de meest doeltreffende manier is om ongelijkheid te verminderen. Waarom?
Het is in ieder geval de snelste route uit deze problemen. Als je wil dat er op korte termijn veel verandert, heb je echt iets groots nodig. Niet per se een nucleaire oorlog, maar wel een grote ramp. Maar dat betekent natuurlijk niet dat er geen stapsgewijze verandering mogelijk is. Er zijn een heleboel dingen – bepaalde belastingregelingen, het geld dat omgaat in de politiek – die veranderd kunnen worden. Als dat lukt, kunnen er kleine verbeteringen worden gedaan – er is dus wel wat hoop. Maar soms is die hoop te groot en krijg je een president als Trump die eigenlijk zegt dat hij het weer zo zal maken als het veertig jaar geleden was. Dat gaat ook niet lukken, tenzij er iets heel groots gebeurt.

Denk je dat Trump de kans vergroot op de komst van de Vier Ruiters, en daarmee de kans op een toename van gelijkheid?
Ik denk dat we Trump’s mogelijkheden om echt iets te doen overschatten. Hij wordt veel tegengewerkt door de bureaucratie en dat zal alleen maar erger worden. Het is makkelijk voor hem om dingen aan de oppervlakte te verstoren, maar de kans dat hij meer dan dat zal doen, is klein. Trump presenteert zichzelf als een populist voor de arbeidersklasse en aan de andere kant voegt hij zich bij een partij die altijd minder belastingen wil. Dat past niet echt bij wat hij zegt te willen bereiken.

Er wordt de laatste tijd veel gepraat over “ nazi’s slaan ” en het gebruik van geweld om blanke racisten te stoppen. Kun je hier jouw theorie toepassen? Hebben antifascisten, waarvan sommigen geweld willen gebruiken, een punt?
Zodra je een samenleving hebt waarin veel ongelijkheid is, zal er harder worden geroepen om daden van geweld. Dat is in Latijns-Amerika al lang een probleem. Je hebt daar veel meer geweld en oproer. Dus je kunt je afvragen of het aanvallen van nazi’s het begin is van een reactie op bepaalde sociale omstandigheden, zoals polarisatie en grote ongelijkheid. Ik zie het als een mogelijk resultaat van deze omstandigheden.

Wat is je prognose voor de komende vijf tot tien jaar, gezien het opkomende populisme in het Westen, groeiende xenofobie en groeiende ongelijkheid? Waar zijn we naar op weg?
Ik geloof niet dat een van de Vier Ruiters snel terug zal komen. Ik denk dat we de komende twintig jaar een verslechtering van het politiek klimaat zullen zien. Dat betekent meer polarisatie, meer geweld, meer populisme. Maar ik denk dat het economische systeem dat we nu hebben goed genoeg is om dit te kunnen doorstaan. Zo lang dat zo is, is er ook geen reden om te geloven dat ongelijkheid erg zal veranderen.

De afbeelding is van ‘The Battle of Vercellae’ van Giovanni Battista Tiepolo, via: the Met archive .

Logo

Logo